Crisis bij Italiaans staatsbedrijf IRI

ROME, 31 OKT. Een diepe crisis binnen de Italiaanse staatsholding IRI, het tweede bedrijf van het land, zet nieuwe vraagtekens bij de vraag of het land wel kan en wil voldoen aan de eisen die de Europese eenwording stelt aan industriepolitiek, bedrijfsvoering en financiële verslaglegging.

De IRI ziet diep in de schulden. Het is een conglomeraat van uiteenlopende bedrijven zoals dat nergens anders in West-Europa bestaat. Banken en wapenindustrie. Luchtvaartmaatschappijen en telecommunicatie. Software, energie en autostrada's. Veel dochterondernemingen draaien met forse verliezen, zoveel dat de holding zonder ingreep aan het eind van het jaar failliet dreigt te worden verklaard.

Dit scenario is al maanden duidelijk, zo niet jaren, maar door politieke onwil en een vermenging van belangen zijn maatregelen steeds geblokkeerd of vooruitgeschoven. Geen van de politieke partijen durfde bijvoorbeeld harde sanering van de noodlijdende staatsluchtvaartmaatschappij Alitalia te steunen. Een coalitie van belangen die voormalige neofascisten samenbrengt met orthodoxe communisten, verzet zich tegen privatiseringsplannen die IRI vers kapitaal kunnen opleveren. Pogingen om de concurrentie te stimuleren en zo ook IRI-dochters te dwingen marktgerichter te werken, dreigen vast te lopen.

Daarom gaan nu allerlei alarmbellen af. De verliezen dreigen dit jaar uit te komen op drie biljoen lire, op een kapitaal van 6,4 biljoen lire. De Italiaanse wet verplicht tot maatregelen als de verliezen groter zijn dan een derde van het kapitaal: de verliezen moeten dan worden afgeschreven van het kapitaal. Voeg daarbij de totale schuldenlast van 23,5 biljoen lire, ongeveer 26 miljard gulden, en een faillissement wordt een zeer reële dreiging.

Bovendien heeft Rome een afspraak met Brussel. Drie jaar geleden stortte een kleinere staatsholding in, de Efim. Italië kreeg toen het fiat van de Europese Commissie om met een injectie van ongeveer 18 biljoen lire faillissement van de Efim te voorkomen en de holding in stukken te verkopen. Afspraak was dat dit de laatste keer zou zijn. Als garantie beloofde Rome dat de schuldenlast van de IRI eind dit jaar zou zijn gedaald tot “een fysiologisch niveau”. De schulden zouden in ieder geval niet hoger mogen zijn dan het kapitaal.

De enige manier om dat te bereiken, is privatisering. De belangrijkste kandidaat voor verkoop is de winstgevende holding voor telecommunicatie, Stet. De IRI, die volledig in handen is van de Italiaanse staat, heeft daarin een belang van 64 procent, en de Stet is volgens sommige schattingen twintig tot dertig biljoen lire waard.

Maar steeds weer is de privatisering van de Stet doorgeschoven. Naast politieke onwil zijn daarvoor juridische en praktische redenen. Een wettelijk kader voor geprivatiseerde telecommunicatie ontbreekt nog voor de 'gewone' telefonie - voor de draadloze GSM-technologie zijn al wel regels gesteld die monopolievorming moeten voorkomen.

Bovendien zijn er in de loop van twaalf maanden in Europa twee andere privatiseringen van telecommunicatiebedrijven, in Duitsland dit najaar en in Frankrijk volgend jaar april. Het gevaar bestaat dat de markt wordt overvoerd.

Het centrum-linkse kabinet heeft dit tegenover de Europese Commissie als argument gebruikt om privatisering van de Stet door te schuiven. Eurocommissaris Karel van Miert, verantwoordelijk voor Europese concurrentie, heeft zich vorige maand laten overtuigen door minister van schatkist Carlo Azeglio Ciampi. Van Miert gaf Italië beperkt uitstel. De suggestie daarbij was dat Italië een half jaar extra zou krijgen.

Premier Romano Prodi heeft onlangs gezegd dat de privatisering van de Stet zal beginnen rond 1 februari. Maar de wet tegen monopolievorming binnen de telecommunicatiesector is er nog steeds niet. De hele zaak is doorgeschoven tot na de begrotingsbehandeling. Het kabinet zoekt nu allereerst naar een manier om het failliet van de IRI te voorkomen.

Daarvoor liggen drie voorstellen op tafel. Een daarvan is de IRI op te splitsen omdat er toch geen economische reden is om zoveel uiteenlopende bedrijven in één conglomeraat bij elkaar te houden.

Probleem is dat er wel een politieke reden bestaat: de IRI is een formidabel machtscentrum. Daarbij komt dat premier Prodi jarenlang de IRI heeft geleid. Zou hij bereid zijn de groep in stukken te hakken?

Een tweede mogelijkheid is een kapitaalsinjectie door de schatkist, maar dat lijkt vooralsnog een puur theoretische optie. Het is moeilijk in te denken dat Brussel daarmee akkoord zou gaan. Een derde oplossing is de IRI uitbreiden. Het kabinet overweegt een andere staatsholding, de Gepi, onder te brengen bij de IRI. Hierdoor zou het kapitaal van de IRI stijgen naar boven de negen biljoen lire, net genoeg om de bij wet verplichte afschrijving van de verliezen van het kapitaal te voorkomen.

Brussel, schuldeisers van de IRI en beleggers zullen met argusogen de ontwikkelingen volgen. Met name buitenlandse schuldeisers herinneren zich nog hoeveel moeite het hen drie jaar geleden heeft gekost om ervoor te zorgen dat de Efim zijn schulden honoreerde. De instorting van die holding en de afwikkeling daarvan heeft een forse knauw gegeven aan de geloofwaardigheid van Italië. Sommige beleggers zijn juist daarom gerust. Het financiële dagblad Il Sole 24 Ore citeerde vanmorgen een niet met name genoemde Amerikaans beleggingsinstelling die voorspelt dat de Italiaanse schatkist uiteindelijk alle schulden van de IRI tot de laatste lire zal betalen, omdat de consequenties van niet-betalen desastreus zouden zijn.

Drie jaar geleden bleek de Ferruzzi-groep, de tweede particuliere groep van het land, als een kaartenhuis te kunnen instorten. Dit najaar heeft de justitie ontdekt dat de boeken van het telecommunicatie- en computerbedrijf Olivetti, een andere industriële gigant, niet kloppen. Hetzelfde geldt voor de financiële holding Gemina, waarin autofabrikant Fiat een sleutelrol speelt. Tegen topmanagers van de Fininvestgroep van mediamagnaat Silvio Berlusconi lopen processen op verdenking van financiële fraude. De koersdaling gisteren van de aandelen Stet, een gezonde en zeer winstgevende dochter van de IRI, laat de onrust in financiële kringen zien. Hoeveel vervelende verrassingen heeft Italië nog meer in petto?