Conflict onderzoek Srebrenica opgelost

DEN HAAG, 31 OKT. De controverse tussen het instituut Clingendael en het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (Riod), over de vraag wie op welke basis de val van Srebrenica gaat onderzoeken, is na een paar dagen grotendeels gesmoord.

Clingendael, dat begin deze week een eigen onderzoek had aangekondigd, kreeg gisteren van minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) het verzoek “alle relevante stukken” die het heeft over de val van Srebrenica beschikbaar te stellen aan het Riod, dat een onderzoeksopdracht van het kabinet heeft.

In een korte persverklaring heeft het Haagse instituut vanmiddag meegedeeld dat het aan Van Mierlo's verzoek zal voldoen. Clingendael blijft weliswaar ook zelf doorgaan met onderzoek naar VN-vredesoperaties, “waaronder die in voormalig Joegoslavië” maar het instituut heeft “geen specifieke onderzoeksvoornemens die het werk van het Riod dupliceren”, zo wordt verklaard.

Desgevraagd zei Clingendael-directeur prof. dr. A. van Staden in een toelichting dat zijn instituut over vertrouwelijke VN-stukken over de val van Srebrenica beschikt en die desgewenst aan het Riod zal verstrekken.

“Persoonlijk” is hij ertegen om Clingendael tevens een “actieve rol” in het Riod-onderzoek te laten spelen, want daarvoor acht hij de grondslag van dat onderzoek, vooral: de afgesproken geheimhoudingsplicht voor vertrouwelijke Navo- en VN-stukken, te beperkt.

Maar Van Staden gaf toe dat binnen zijn instituut “verschillend wordt gedacht” over samenwerking met het Riod, nu de opdracht van kabinet er eenmaal ligt. De staf van Clingendael had vanmorgen besloten “niet kinderachtig” te reageren op Van Mierlo's verzoek. Met Riod-directeur prof. dr. J.C.H. Blom wil Van Staden volgende week praten over vormen van samenwerking voor Srebrenica-onderzoek. “Wat ik heel vervelend vind is dat de kwestie de afgelopen dagen in de sfeer van kinnesinne is terechtgekomen, ik geef toe dat ik daaraan met mededelingen over onze eigen onderzoeksplannen enigszins heb bijgedragen”.