Bij rolstoeltennis is een boogbal dodelijk

Bij de Masters in Eindhoven spelen Hollandse rolstoeltennissters een hoofdrol. “Nederland had het geluk dat er een paar speelsters in een rolstoel kwamen die daarvoor al goed tennisten.”

EINDHOVEN, 31 OKT. De kinderen willen alles weten over de rolstoel. Tennisster Maaike Smit, winnares van goud op de Paralympics, legt uit waarom ze achter een extra wiel heeft en waarom haar benen vastgesnoerd zitten. Vijf meter verderop deelt Chantal Vandierendonck handtekeningen uit.

De twee Nederlanse toppers hebben 's ochtends een groepswedstrijd gespeeld voor de Masters, een toernooi met de beste acht speelsters en spelers van de wereldranglijst. Vandierendonck won met 6-4, 2-6 en 6-3. 's Middags is er open dag met driehonderd schoolkinderen uit de regio Eindhoven. Die kijken met bewondering toe hoe beweeglijk en snel die rolstoelers over de tennisbaan scheuren en hoe hard ze die bal heen en weer meppen.

“Ik tenniste al voor ik op mijn achttiende een auto-ongeluk kreeg”, vertelt de 31-jarige Vandierendonck. “Na het ongeluk zei een oom uit België dat ik ook kon tennissen in een rolstoel. Hij had daar een programma over gezien op de Franse televisie. Ik geloofde hem niet, rolstoeltennis bestond toen nog niet in Nederland. Maar hij regelde een afspraak met die Franse spelers. En ik ontdekte dat het speletje nauwelijks verschilde van gewoon, valide tennis.”

Vandierendock werd een pionier in Nederland. Haar vader organiseerde bijvoorbeeld tien jaar lang het open Nederlands kampioenschap en zorgde dat de Nederlandse tennisbond de sport adopteerde. Vandierendock, voor het ongeluk een B-speelster in de regio Den Haag, werd een topper. Ze was vijf jaar nummer één op de ranglijst en won zeven keer de US Open, het sterkst bezette toernooi ter wereld. Met de even oude Monique Kalkman won ze de laatste elf jaar tienmaal het landentoernooi om de World Cup.

“Nederland had het geluk dat er een paar speelsters in een rolstoel kwamen die daarvoor al goed tennisten”, zegt de 29-jarige Maaike Smit, de zich in razend tempo bij het duo heeft gevoegd. Ze was de laatste weken onverslaanbaar, won de Paralympics, het Nederlands kampioenschap en vorige week de US Open. Kalkman won op de Paralympics het zilver, Vandierendock brons en de twee laatsten wonnen samen goud in het dubbelspel. Om het feest compleet te maken zorgde de 20-jarige Ricky Molier voor een verrassing door in Atlanta bij de mannen goud te veroveren.

De grote kracht van Vandierendonck en Kalkman is hun techniek en hun tactisch inzicht. Wat betreft de regels is er weinig verschil tussen rolstoeltennis en gewoon tennis. Alleen mag de bal bij rolstoeltennis twee keer stuiteren. Maar het spelletje is toch anders vanuit een stoel. Omdat ze lager zitten is de service geen wapen en is iedere game een open strijd. Verder is het moeilijk om service-volley te spelen, omdat een lob vrijwel altijd dodelijk is. In een rolstoel is het nu eenmaal makkelijker om naar de bal toe te bewegen dan achter een bal aan te rijden. Na iedere klap maken de speelsters een snelle draai en keren weer terug naar hun positie achter de baseline. “Omdat de bal twee keer mag stuiteren, heb je vaak tijd genoeg om naar achteren te rijden”, legt Vandierendock uit.

Vandierendock, die minder krachtige armen heeft dan Smit, probeert telkens de bal diep in de hoeken te plaatsen en scoort daarmee haar punten. Smit is een soort Arantxa Sanchez. Ze speelde acht jaar in het Nederlands rolstoelbasketbalteam en heeft daaraan haar rijtechniek en beweeglijkheid te danken. Ze haalt onmogelijk ballen nog terug. Sinds ze zich twee jaar geleden volledig op tennis richtte is ze bovendien veel vaster geworden.

“Ik speel zoveel mogelijk toernooien”, zegt Smit. “Ik moet het hebben van wedstrijdritme.” Rolstoeltennis (met 400 beoefenaars in Nederland en 13.000 in de wereld) is verreweg de meest professioneel opgezette sport voor mindervaliden, met een wereldwijd circuit. In Nederland zijn de wegatletiek (tot aan marathons toe) en basketbal (met vijf verschillende divisies) weliswaar grotere sporten, maar de tennissers reizen de hele wereld rond.

Het seizoen van Smit begon in januari in Australië met de Sydney Open. Daarna volgden toernooien in de Verenigde Staten, met wat de entourage betreft als hoogtepunt het toernooi in Key Biscaye. Dat wordt gespeeld op het moment dat ook Pete Sampras en Steffi Graf daar strijden om hun titels. Er zijn verder toernooien in Japan, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Engeland.

Smit en Vandierenedonck verdienen af en toen een deel van de onkosten terug met prijzengeld: de eerste prijs op de US Open was dit jaar 600 dollar. Maar ze moeten het verder hebben van hun sponsors, bijvoorbeeld Action/Top End de Amerikaanse fabrikant van hun speciale op tennis gebouwde rolstoel. “Het is ideaal als ook je trainer meekan”, vertelt Vandierendonck. “Maar dan zit je al snel op 50.000 gulden aan onkosten per jaar.”

In de Masters gaat de strijd om de ereplaatsen tussen de drie Nederlandse speelsters en de Australische Daniela Di Toro. De halve finales zijn morgen, de finale is op zaterdag. Bij de mannen is de finale op zondag.