WTO-topman: kinderarbeid positief bestrijden

DEN HAAG, 30 OKT. Kinderarbeid in ontwikkelingslanden moet met positieve maatregelen worden bestreden en niet met handelssancties of confronterende verklaringen. Dit zei Renato Ruggiero, de directeur-generaal van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), gisteren tijdens een bezoek aan Den Haag.

Een botsing tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden op de komende ministersconferentie van de WTO in december in Singapore draagt volgens Ruggiero niets bij aan de verbetering van het lot van arme kinderen. Ruggiero sprak in Den Haag met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en van het ministerie van Economische Zaken.

Ruggiero kreeg in zijn oproep om een internationale botsing over kinderarbeid te vermijden, steun van staatssecretaris Van Dok (Buitenlandse Handel). “De hele wereld is bezorgd over kinderarbeid, maar het gaat om echte oplossingen, niet om het maken van (politiek correcte) verklaringen.”.

De kwestie van kinderarbeid, lage lonen, arbeidsomstandigheden en milieuomstandigheden dreigt een struikelblok te worden op de WTO-conferentie, omdat enkele industrielanden, met name de VS en Frankrijk, beweren dat ontwikkelingslanden hierdoor een oneerlijk concurrentievoordeel genieten. Dit wordt door de ontwikkelingslanden bestreden. Zij beschouwen de lage lonen als hun comparatieve voordeel en zien in de eisen van industrielanden ten aanzien van de arbeidsomstandigheden in ontwikkelingslanden een vorm van verkapt protectionisme.

“Strafmaatregelen helpen de arme kinderen niet om hun omstandigheden te verbeteren. Het is beter om positieve maatregelen te nemen, zoals meer geld voor onderwijs”, zei Ruggiero. Ook tussen vrijhandel en milieubescherming, een belangrijk onderwerp in Singapore, bestaat volgens Ruggiero “geen fundamentele tegenstelling.” De Europese Unie heeft afgesproken in handelskwesties een gemeenschappelijk standpunt in te nemen en aan te dringen op een oproep tot het uitbannen van kinderarbeid, maar niet op handelssancties.

Ruggiero drong er voorts op aan dat Europa en de VS hun conflict over Cuba niet op de spits drijven en vóór 20 november bijleggen. Daarmee zou een 'rechtszaak' via een door de EU gevraagd WTO-panel voor geschillen worden voorkomen. Het gaat om de zogenoemde Helms-Burtonwet, die buitenlandse investeerders op Cuba straft als zij gebruik maken van genaaste eigendommen van Amerikaanse ingezetenen.

De Amerikaanse onderminister van handel, Stuart Eizenstat, zei gisteren tijdens een bezoek aan Den Haag de Europese verordening tegen Helms-Burtonwet “ongepast” te vinden. Eizenstat is door president Clinton naar Europa gestuurd om de Europese handelspartners, die zich verzetten tegen de extra-territoriale werking van de wet, te overtuigen van het belang van een embargo tegen het regime van Fidel Castro. “Ik heb wel eens een makkelijkere baan gehad”, zei hij gisteren. “Toch moet het mogelijk zijn met Europa samen te werken. Ons doel is gemeenschappelijk: een vreedzame overgang van Cuba naar democratie.”