W.J. Deetman; Telkens verrassend

Door Lubbers werd hij bij koningin Beatrix nog aanbevolen als premierskandidaat. Maar binnenkort wordt hij burgemeester van Den Haag, de stad waar Willem Joost Deetman (51) op 3 april 1945 geboren werd en opgroeide. Hij blijft dicht in de buurt van de macht, dat wel. Toch is het niet helemaal de functie waaraan hij dacht toen hij april 1994 door Vrij Nederland werd geinterviewd. Toen zei Deetman “een open houding” aan te nemen tegenover een eventueel premierschap.

De overgang van de huidige Tweede-Kamervoorzitter naar het Haagse stadhuis is niet de eerste verrassende wending in het leven van Deetman. Het moet een vreemde sensatie voor hem zijn geweest te ontdekken dat hij populairder was als oud-minister van Onderwijs, dan toen hij het ministerschap zelf uitoefende. Protesterende studenten bekogelden hem als minister met eieren en zorgden voor een vernederend tafereel waarin de minister, platliggend op de bodem van een politiebusje, het Paleis op de Dam in Amsterdam moest verlaten. 'Wij willen Deetman terug' luidde echter de tekst op veel demonstratie-borden van studenten die enkele jaren later protesteerden tegen de ingrepen van Deetmans opvolger, Ritzen, in de studieduur en studiefinanciering.

De omstreden minister bleek achteraf een omvangrijk wetgevingsprogramma te hebben nagelaten waar de vaderlandse politiek nog jaren op kon voortborduren. Prof. H. Leune (PvdA), tegenwoordig voorzitter van de Onderwijsraad, zei bij Deetmans aantreden als Kamervoorzitter in september 1989: “Ten onrechte draagt Deetman het imago een sloper te zijn geweest. Hij heeft echter veel afgerond waarover zijn voorgangers voornamelijk lang hadden gepraat.”

In zijn nieuwe functie van Kamervoorzitter wist Deetman sneller - namelijk nog binnen zijn zittingstermijn - negatieve oordelen in zijn voordeel bij te buigen. GroenLinks-aanvoerster Ria Beckers verwelkomde Deetman in 1989 als de “oud-minister die al zijn gezag heeft verspeeld en nu een baantje moet”. Bovendien had de CHU'er bij zijn aantreden het imago van een 'hoekige Hoedemakeriaan' - vrij naar een anti-Kuyperse stroming binnen het Nederlandse protestantisme - die elke poging tot humor van Kamerleden vakkundig de kop zou indrukken.

Na zeven jaar Kamervoorzitterschap hoeft Deetman echter over een gebrek aan gezag niet meer te klagen. Met de hoekigheid blijkt het ook mee te vallen. Tot verbazing van sommige griffiers formuleerde Deetman tijdens de regeling van werkzaamheden zelfs enkele keren uit de losse pols voorstellen voor het instellen van commissies, of deed andere suggesties die op een zeer soepele interpretatie van het Reglement van Orde wezen. Voor zover ze procedureel echt niet door de beugel konden, werden ze door medewerkers discreet uit de Handelingen van de Tweede Kamer geschrapt.

Binnen zijn eigen fractie, die van het CDA, werd Deetman niet zozeer bewonderd alswel gevreesd om zijn machtsgevoel en uitgesproken opvattingen. Zeven jaar ministerschap hadden tot de nodige confrontaties met CDA-fractiespecialisten geleid, met name waar het ging om de modernisering van het verzuilde onderwijsstelsel. Deetman volgde daarin, ook toen hij minister-af was, wat betreft 'modernisten' als W. van der Camp een te behoudende koers. En bij de laatste nieuwjaarstoespraak van Deetman - “U weet dat ik een overtuigd dualist ben” - vielen fractieleden die hem hadden leren kennen als minister, bijna van hun stoelen van verbazing. Hoewel Deetman zelf flirtte met de gedachte van een mogelijk partijleiderschap, was hij voor grote delen van de partij dan ook niet acceptabel. Daarvoor deed hij te veel partijkader denken aan oude, vervlogen, godsdienstige tijden.

Gelet op de voorgeschiedenis van gesneuvelde, snelle oordelen is het hachelijk af te gaan op de jongste reacties op Deetmans komend burgemeesterschap. “Absoluut geen Haagse vent, meer een polderjongen. Wat moet een bulldozer als Deetman op recepties met ambassadeurs? Daar heb je toch fluwelen handschoenen voor nodig”, luidde gisteren het geroezemoes in de wandelgangen van de Tweede Kamer. Deetman weet met welk imago hij nu weer moet afrekenen.