'Vacature-Deetman' genereert speculaties

DEN HAAG, 30 OKT. Het te verwachten definitieve besluit, komende vrijdag, van de ministerraad om akkoord te gaan met de kandidatuur van Tweede Kamervoorzitter W. Deetman (CDA) voor het burgemeesterschap van Den Haag, maakt een eind aan een half jaar speculaties en geruchten rond zijn persoon.

Tegelijkertijd zorgt echter de vacature-Deetman voor een reeks nieuwe speculaties over zijn opvolging. Bovendien geeft bij de vervulling van topposities in Eerste- en Tweede Kamer, Raad van State en Algemene Rekenkamer, als de persoonlijke kwaliteiten van kandidaten in orde zijjn, de evenredige verdeling over de belangrijkste politieke stromingen de doorslag. Daarom betekent het kabinetsbesluit van vrijdag het startschot voor een nieuwe ronde in de Haagse baantjescarrousel.

Het voorzitterschap van de Tweede Kamer zal, zo meldden bronnen in de PvdA-fractie, gegund worden aan de CDA-fractie. Algemeen wordt aangenomen dat oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking en later van Landbouw, P. Bukman, als kandidaat naar voren wordt geschoven.

De afgelopen maanden gonsden zeer uitlopende verhalen over de opvolging van Deetman rond de Haagse Hofvijver. De PvdA-fractie zou als grootste fractie het voorzitterschap opeisen. Fractievoorzitter J. Wallage zou daarbij de voorkeur geven aan een van de vrouwen in zijn fractie. Namen die in dat verband genoemd werden waren die van J. van Nieuwenhoven, M. Vliegenthart en E. Kalsbeek. Tegelijkertijd echter werd gemor vernomen uit de hoek van de PvdA'er M. Zijlstra, die tevens vice-Kamervoorzitter is en dus ook zekere rechten kan doen gelden. Verdeeldheid binnen de PvdA-fractie lag kortom op de loer.

Binnen de algehele atmosfeer van onduidelijkheid over de opvolging van Deetman deden de afgelopen maanden ook geruchten de ronde met een stuk geringere realiteitswaarde. Eén ervan was dat VVD-fractiesecretaris en buitenlandspecialist F. Weisglas, tevens tweede vice-Kamervoorzitter, zich langs de zijlijn warmliep voor het voorzitterschap. Hijzelf noemt die geruchten overigens “onzin”. Maar wel voor dit moment: “We zijn de nu derde partij in de Tweede Kamer. Mochten we na de verkiezingen van 1998 de grootste worden, dan zal de VVD het Tweede-Kamervoorzitterschap claimen.” En is hij dan kandidaat? Weisglas: “Wie dan leeft, wie dan zorgt”.

Een van de eigenaardigheden van de Haagse investituur is de partijpolitieke koppeling van de hoogste functies in het staatsbestel. Officieel worden de voorzitters van Eerste- en Tweede Kamer democratisch gekozen, in werkelijkheid worden kandidaten naar voren geschoven waarover de grootste politieke partijen het op voorhand eens zijn. Daarbij wordt dan gelet op de machtsverhoudingen zoals die tot uitdrukking komen in de omvang van de fracties in Eerste en Tweede Kamer. Het is een publiek geheim dat de PvdA als grootste partij een claim heeft gelegd op het vice-voorzitterschap van de Raad van State. De huidige bezetter, de CDA'er W. Scholten, treedt per 1 juni volgend jaar terug. Het vice-voorzitterschap geldt in de banencarrousel als de hoofdprijs: die positie biedt een politieke partij in potentie diepgaande invloed over een lange reeks van jaren. De vice-voorzitter wordt tot zijn zeventigste benoemd en heeft voor die tijd geen 'last' van tussentijdse electorale schommelingen. Behalve het gewicht dat deze functionaris heeft door de rol van de Raad van State als hoogste adviesorgaan van de regering, geldt de vice-voorzitter ook als een van de belangrijkste persoonlijk adviseurs van de koningin en speelt hij een niet te verontachtzamen rol bij kabinetsformaties.

De huidige voorzitter van de Eerste Kamer, de PvdA'er H. Tjeenk Willink, zal naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar doorschuiven naar de Raad van State. Om die kandidatuur veilig te stellen, zo wordt aangenomen, ziet de PvdA nu af van haar rechten op het voorzitterschap van de Tweede Kamer. De VVD heeft al direct na de historische zege bij de Provinciale Statenverkiezingen in het voorjaar van 1995, bij monde van fractievoorzitter F. Korthals Altes, het voorzitterschap van de Eerste Kamer geclaimd.