Stads watje overleeft in Groenlandse western

Zero Kelvin. Regie: Hans Petter Moland. Met: Gard B. Eidsvold, Stellan Skarsgard, Bjorn Sundquist, Camilla Martens. Amsterdam, Den Haag, Tilburg, Utrecht, Wageningen.

Het is 1925. Lenin is net dood, de Noorse hoofdstad Kristiania is weer omgedoopt tot Oslo, en de jonge dichter Henrik Larsen (Gard B. Eidsvold) besluit in een opwelling om zich aan te melden voor een jachtexpeditie naar Groenland. Een paar weken later bevindt hij zich samen met een zwijgzame wetenschapper en een ruwe pelsjager in een blokhut in de ijzige kou - met recht een onbehouwen huis.

Teruggeworpen op zichzelf blijkt het stadse watje zijn mannetje te staan. Aanvankelijk laat hij zich nog intimideren door zijn ongeciviliseerde kompanen, maar onder invloed van de barre omstandigheden wordt hij net als zij: grof in de mond, wreed tegen dieren en even opvliegend als gewelddadig. Zijn metamorfose zal zijn redding blijken: als de blokhut afbrandt en ieder voor zich over de ijsvlakten de bewoonde wereld moet zien te bereiken, is de geharde Larsen de enige die overleeft.

Zero Kelvin (Kjaerlighetens kjotere) is een film over stoere mannen met onverenigbare karakters. De met beschaving geverniste Larsen en de brute Randbaek (gespeeld door Stellan Skarsgard, bekend uit Breaking the Waves) kunnen elkaar vanaf het eerste moment niet uitstaan, maar zijn tot elkaar veroordeeld. De kijker die door Hollywood is voorgeprogrammeerd, verwacht dat ze in de beslotenheid van de jachthut wel naar elkaar toe zullen groeien, maar het tegendeel is waar. Het wordt een strijd op leven en dood, die wordt uitgevochten met vuisten en revolvers.

Regisseur Hans Petter Moland bracht deze Groenlandse western indrukwekkend in beeld, met veel gevoel voor vrieskou en eenzaamheid. De buitenopnamen - geschoten op een eiland tussen Noorwegen en de Noordpool - zijn prachtig, en de beelden uit het houten huisje stralen de juiste mate van claustrofobie uit. Sommige scènes, zoals een ontluizing in de sneeuw of een drinkgelag met alcohol van wetenschappelijke preparaten, mag je zelfs onvergetelijk noemen.

Veel minder geslaagd is de dramatische opbouw van Zero Kelvin. Moland neemt de tijd; tot aan het spectaculaire laatste half uur gebeurt er weinig en heeft de film nog het meest weg van een stuurloze documentaire. Daarbij spreken de personages te weinig aan; het kan je eigenlijk niet schelen wat er met ze gebeurt. Het zijn mannen van weinig woorden, maar wàt ze zeggen klinkt pompeus of op zijn minst onnatuurlijk. En zo kan het gebeuren dat je al gauw meer zit te letten op de sneeuwgezichten op de achtergrond dan op de ijselijke confrontaties waar het Moland om te doen is.