Rekenkamer: overheid moet leren van eerdere ervaringen

DEN HAAG, 30 OKT. Heeft de overheid niets geleerd van het RSV-debacle? “Dat had boven het persbericht kunnen staan dat bij dit rapport hoort”, zegt A. Havermans, Rekenkamer-rapporteur en oud-burgemeester van Den Haag. “Volgens mij staat het er al boven”, valt president H. Koning van de Algemene Rekenkamer hem bij. “Nou ja, in algemene zin.”

Beiden leveren vandaag een 'bijzonder rapport' in bij de Staten-Generaal. Zo staat het in het voorwoord van 'Financiële relaties met grote ondernemingen'. Het is een langverwacht onderzoek naar de staatssteun die tussen 1987 en 1994 is gegeven aan Fokker, DAF en Nedcar. Langverwacht, omdat voor het eerst sinds het RSV-drama, dat de overheid miljarden guldens kostte, duidelijk zou worden of de ministeries van Economische Zaken en Financiën hun lesje hebben geleerd.

Uit het rapport blijkt echter dat de steunoperaties werden ingezet zonder dat beide ministeries een samenhangend reddingsplan hadden of zich ervan vergewisten dat ze voldoende informatie hadden. De Rekenkamer kan daardoor niet vaststellen hoeveel banen door de staatssteun zijn behouden.

Als de ministers Wijers (Economische Zaken) en Zalm (Financiën) zich niet zo fel tegen publicatie ervan hadden verzet, was het Rekenkamer-rapport mogelijk vrij sober gepresenteerd. Dan was het evenmin gekomen tot een persconferentie van minister Wijers, waarin hij met zijn collega Zalm het 'schadelijke materiaal' naar het rijk der fabelen verwijst.

Tot twee keer toe vroegen Zalm en Wijers het rapport niet openbaar te maken. Koning vroeg hen of ze konden aangeven welke delen hen dwars zaten; dan zouden die vertrouwelijk kunnen blijven. Met strepen in de kantlijn voldeden de bewindslieden een maand geleden aan het verzoek.

“Er zijn delen die zij niet hebben aangestreept en die we toch vertrouwelijk hebben gemaakt, en er zijn delen die zij vertrouwelijk achten maar wij niet”, legt Koning uit. Omdat ook de Rekenkamer wel besefte hoe brandbaar haar rapport was waren het alleen de bewindslieden die deze delen in handen hebben gehad en werd het gebruikelijke 'ambtelijke hoor en wederhoor' overgeslagen.

Tot grote verbazing van de Rekenkamer schakelden beide ministers rond die tijd de landsadvocaat in. Die wist te vertellen dat het college niet vrij is om zelf te bepalen welke passages van het rapport vertrouwelijk zijn.

Koning kan er nu om lachen: “Een veroordeelde is geoorloofd zijn rechters te vervloeken.” De Rekenkamer is onderdeel van dezelfde rechtspersoon als de regering, merkt Koning op. Het is hem dan ook niet geheel duidelijk waarom de landsadvocaat werd ingeschakeld: “De regering kan geen proces tegen ons beginnen en wij niet tegen de regering.”

Koning heeft uitstekend geslapen gedurende de aanvallen die zijn college van de twee ministeries te verduren kreeg. De Algemene Rekenkamer doet wat ze wil. Ze controleert de uitgaven van de rijksoverheid op doelmatigheid en rechtmatigheid en rapporteert daarover wanneer en hoe zij zelf belieft.

Volgens Rekenkamer-collegelid Havermans zou het rapport over de staatssteun vertrouwelijk zijn gebleven als alle bezwaren van de beide ministers zouden zijn gehonoreerd. Juist van dit rapport is publicatie zo belangrijk, omdat regering en parlement er zelf om hebben gevraagd. Na de RSV-enquête, waarbij pijnlijk duidelijk werd hoeveel geld de overheid in de bodemloze put van de Nederlandse scheepsbouw had gegooid, overheerste een dit-nooit-meer-gevoel. Rapportage van ervaringen om daaruit lering te trekken is 'kernactiviteit' van de Rekenkamer.

De Tweede Kamer breidde de bevoegdheden van het college dan ook uit, zodat het naast overheidsinstellingen ook bedrijven kan controleren zolang die een financiële relatie met de overheid hebben. “Dat doe je niet zomaar”, zegt Havermans. “Het zou toch merkwaardig zijn dat je, bij de eerste keer dat je die bevoegdheden gebruikt, niet een openbare rapportage als openbare verantwoording aan de Staten-Generaal kunt overleggen.”

Vandaag ligt het definitieve rapport er, alle cijfers staan in een aparte, geheime bijlage. Resultaat is dat, hoewel het onderzoek over staatssteun gaat, in het rapport slechts één 'gevaarlijk' bedrag wordt genoemd. Het is de vermogensverstrekking aan Fokker in 1994, via de zogeheten technolease-constructie. Toen verkocht de vliegtuigbouwer voor 412 miljoen gulden zijn technische kennis aan de Rabobank, die deze weer aan Fokker verhuurde. “Een bus met lucht”, vond de toenmalige directeur van Directe Belastingen van het ministerie van Financiën deze 'doos van Koos'. Koos Andriessen was destijds minister van Economische Zaken, de doos stond voor de overdrachtelijke schoenendoos met Fokker-octrooien.

De voormalig minister krijgt er in het Rekenkamer-rapport flink van langs. Omdat zij echter niet meer kon achterhalen wat Andriessen de Tweede Kamer heeft verteld over de technolease, valt hem niet te verwijten dat hij de Tweede Kamer verkeerd of onvolledig heeft ingelicht. De banden van het vertrouwelijk overleg tussen Kamer en minister zijn namelijk routinematig gewist, zo kreeg Koning van Kamervoorzitter Deetman te horen.

“Wij hebben de overtuiging dat de informatie naar de Kamer ten aanzien van de steunverlening aan Fokker niet volledig is geweest”, zegt Havermans. “We kunnen die overtuiging niet als conclusie verwoorden omdat we de verslaglegging niet hebben.”

Daardoor kan alleen de Tweede Kamer volgens de oud-burgemeester oordelen over de vraag of sprake is geweest van onvolledig informeren door bewindslieden als Andriessen en de toenmalige staatssecretaris van Financiën Van Amelsvoort.

Koning en Havermans hebben er scherp op toegezien dat elk genoemd bedrag met een noot wordt verantwoord. “Ministers weten ook niet alles en als ze zo'n bedrag zien, denken ze dat we geheimen verklappen.” De technolease-constructie van 412 miljoen gulden zal de Staat volgens de Rekenkamer een “disproportioneel bedrag gaan kosten”. Hoeveel dat is, staat in de geheime bijlage. Is het een miljard? “Wij weten het”, lacht Koning. Minder? “Ik heb geen enkel commentaar.” De Rekenkamer-president sluit niet uit dat de geheime bijlage zal uitlekken. “Maar niet hier, want de Rekenkamer heeft nog nooit gelekt.”

Uit het rapport over de staatssteun aan bedrijven blijkt dat de betrokken departementen elke nieuwe steunoperatie aanpakten zonder plan en zonder er eerdere ervaringen bij te betrekken. Koning heeft dit eerder gezien: bij het onderzoek van de Rekenkamer naar vredesoperaties in het buitenland. “Toen hoorde ik van de vorige chef Defensiestaf dat hij ,voordat Bosnië begon, vroeg om het dossier-Libanon. Dat bleek niet te bestaan. Misschien is zoiets wel kenmerkend voor de overheid. Daar moet verandering in komen.”

De overheid zou, net als het bedrijfsleven, moeten werken met checklists van doelstellingen en overwegingen, vinden Koning en Havermans. Wijers en Zalm zien dat volstrekt anders en vinden dat elke situatie op zichzelf staat. Een vast sjabloon van te nemen stappen zou bij een steunoperatie ondenkbaar zijn.

Volgens Havermans is dat een rigide denkwijze: “Het gaat ons om algemene punten; of de steun nog in verhouding staat tot de verwachte werkgelegenheidsgroei en het verwachte rendement bijvoorbeeld.”

Wat hem betreft vloeien die punten rechtstreeks voort uit de RSV-enquête, waarvan de Kamer heeft gezegd dat daaruit lessen voor de toekomst moeten worden getrokken. Zo'n lijst van aandachtspunten is volgens Havermans des te handiger als emoties hoog oplopen. Bij onderwerpen als steun aan Fokker en DAF wilde zoiets nogal eens gebeuren.

De commotie rondom het rapport over de staatssteun en de kritiek van bewindslieden heeft volgens Koning niets aan de positie van zijn Rekenkamer veranderd. “We hebben geen macht, alleen gezag”, luidt het credo van de president. “Waarom hebben wij gezag? Omdat men vindt dat onze rapporten goed zijn. Wat wij alleen moeten doen is voorkomen dat er smetten op onze naam komen.”