Orozok menjetek haza!

NEW YORK. Dit jaar had even vruchtbaar voor het herdenken kunnen zijn als 1995, of misschien nog meer omdat allerlei belangrijke gebeurtenissen van veertig jaar geleden vandaag nog een rest van tastbare werkelijkheid hebben, 'bereikbaar' zijn omdat ze verre vertakkingen in het heden hebben.

Het jaar begon toen met de beroemde geheime redevoering van Chroesjtsjov op het twintigste partijcongres van de Sovjet-Unie, waarin hij Stalin kenschetste als een misdadiger, de vreedzame coëxistentie in de buitenlandse politiek uitriep en verklaarde dat meer dan één weg naar het socialisme voerde. Dat was de revolutionaire februari in Moskou. In april werd in Warschau de als liberaal beschouwde leider Gomuka in ere hersteld na zijn veroordeling vijf jaar tevoren. In Moskou werd de Cominform opgeheven. Twee maanden later kwam Tito, de profeet van het zelfstandige communisme - door Stalin geëxcommuniceerd - bij Chroesjtsjov op bezoek. In Polen, Poznan, braken rellen uit die met geweld werden bedwongen: vijftig doden. In Boedapest werd de stalinist Rákosi afgezet, waarna de Poolse communisten tegen de zin van de Moskou Gomuka als eerste secretaris van hun partij kozen. De landen van het Oostblok waren in beweging geraakt. Het hoogtepunt werd bereikt in Boedapest waar op 23 oktober de revolutie uitbrak. Vandaag, veertig jaar geleden leek het alsof de Hongaren zichzelf hadden bevrijd. Moskou was bereid, althans beweerde dit, zijn betrekkingen met de volksdemocratieën te herzien. Op 1 november verklaarde de nieuwe Hongaarse premier Imre Nagy zijn land neutraal; het lidmaatschap van het Warschaupact werd opgezegd.

In de nacht van 3 op 4 november was het afgelopen met de Oosteuropese omwenteling. Met een leger van 150.000 man en 2.000 tanks werd de opstand in een week neergeslagen. Dat heeft toen geweldige uitbarstingen van woede in het Westen gewekt, de communistische partijen in diskrediet gebracht en het meeloperschap, het cryptocommunisme definitief verdacht gemaakt. Dat was binnenlandse politiek van het Westen. Ook de grootste volkswoede en de meest oprechte verontwaardiging zijn geen grondslag voor buitenlandse politiek. In Washington heeft minister Dulles, theoreticus van de roll back, het terugdringen van de communistische macht in Europa, en the brink of war geen ogenblik aan een gewapende interventie gedacht. In die dagen was ik in Boedapest. In een toen bijgehouden dagboekje lees ik dat de verontwaardiging van de internationale pers niet verhinderde dat de meesten, naarmate het verzet langer duurde, dringender schietgebedjes stuurden opdat de Hongaren het nu maar zouden opgeven, en dat er in het bijzonder geen inmenging uit het Westen mocht komen.

Te bewijzen valt het niet, maar Chroesjtsjov heeft waarschijnlijk op het nippertje het Sovjet-imperium voor snelle desintegratie behoed. De jaren vijftig van Oost-Europa zijn aan de jaren zestig in het Westen vooraf gegaan, maar met een veel groter inzet van het verzet, onvergelijkelijk meer risico en tenslotte een tegenstand die tot geen compromis bereid bleek. De gestaalde kaders van die dagen hadden van het begin af de nieuwe partijsecretaris gewantrouwd. Paul de Groot had hem een bijnaam gegeven: Knoeisjef. Wat zou er gebeurd zijn als Hongarije toen werkelijk neutraal had kunnen worden? Vrijwel zeker was het Sovjet-blok verder uiteengevallen, maar niet zoals het in 1989 is gebeurd. Chroesjtsjov is geen voorloper van Gorbatsjov geweest, alleen al omdat hij het nog niet moest opnemen tegen de inwendige, de aangeboren vijand van het systeem: de stagnatie.

Dit jaar is vooral geschikt voor herdenkingen, omdat het zo dringend uitnodigt tot speculatie. Wat zou er gebeurd zijn als... Bijvoorbeeld als de Fransen en de Britten niet in dezelfde novemberweek met hun Suez-actie waren begonnen, om de nationalisering van het Suezkanaal door Egypte ongedaan te maken? Heel wat Europeanen waren in tweestrijd. De Suez-actie was een late stuiptrekking, een revanche op de niet-gebonden landen die vroeger tot de koloniën hadden gehoord. Het is evident dat deze onderneming voor de leiding van de Sovjet-Unie een geschenk uit de hemel was. Wat moest voorgaan: de revanche op kolonel Nasser of het lot van de Hongaren? Een gewetensconflict, door de Britse en de Franse regering in het nadeel van de Hongaren opgelost.

De Amerikanen hebben voor een status quo in wording gekozen: de Suez-actie niet gesteund en de Europese demarcatielijn intact gelaten zonder zich met de tegenstander te verzoenen. Tot de wereld in 1989 definitief veranderde is dat in grote trekken consequent hun Europese politiek geweest, van Kennedy tot Reagan. Met het aflopen van de Koude Oorlog is dit zwaartepunt van de Amerikaanse buitenlandse politiek verdwenen, en we kunnen niet zeggen dat er onmiskenbaar een ander voor in de plaats is gekomen.

Het herdenken van 1956, een beslissend jaar voor de westelijke politiek in de Koude Oorlog, leert hoe radicaal de wereld is veranderd. Dat wisten we al, maar een terugblik verscherpt de kijk op de verschillen. Het uitgangspunt blijft de prioriteit van het nationaal belang, maar daarbij richt de Amerikaanse buitenlandse politiek zich op wisselende urgenties: de Golf, Israel en de Arabische wereld, de avonturen van het gezag in Moskou en misschien op termijn, in verband daarmee de uitbreiding van de NAVO naar het Oosten. De rest met inbegrip van Europa is van de tweede rang geworden.

Het opmerkelijke is dat het herdenken van het sleuteljaar 1956 tot nu toe buitengewoon kalm is aangepakt. Het kan zijn dat we na 1995 wat herdenkingsmoe zijn geworden, of misschien ook dat we ingewikkelder episoden uit de nabije geschiedenis liever laten voor wat ze zijn: ingewikkeld en met uitzondering van Boedapest veertig jaar geleden weinig spectaculair. Er moet iets aan het verleden te zien zijn om het boeiend te maken.

De kop hierboven bestaat uit drie Hongaarse woorden die in 1956 overal in Boedapest op de muren stonden. De vertaling is: Russen naar huis!