Nieuw onderzoek Hercules

DEN HAAG, 30 OKT. Twee militaire bonden dringen bij de ministers van Defensie en van Binnenlandse Zaken aan op een nieuw onafhankelijk onderzoek naar de hulpverlening tijdens de ramp met het Belgische Hercules transportvliegtuig 15 juli van dit jaar, op het vliegveld Eindhoven. Hierbij kwamen 34 inzittenden om het leven.

De Algemene Federatie van Militair Personeel (AFMP) en de Nederlandse Officieren Vereniging (NOV) vinden dat de verantwoordelijkheid voor de falende hulpverlening veel te sterk bij het (lagere) kader van de Nederlandse luchtmacht is gelegd. Op basis van vernietigende conclusies in een rapport van de Inspectie Brandweerzorg en Rampenpreventie van het ministerie van Binnenlandse Zaken werden de commandant van de vliegveldbrandweer, de commandant van de luchthaven en de verkeersleider uit hun functies gezet. Volgens de luchtmachtbevelhebber hadden zij hun verantwoordelijkheden niet waargemaakt.

De gang van zaken doet voorzitter B.Snoep van de AFMP sterk denken aan “de sledetocht naar Omsk”. “Defensie of de luchtmachttop moet hebben gedacht: de wolven huilen, we gooien er een paar uit.” De Hercules stortte op de avond van 15 juli tijdens de landing neer.

De twee bonden vragen een onafhankelijk onderzoek om ook de rol van de civiele autoriteiten beter te belichten. “We willen antwoord op de vraag wie de eerste verantwoordelijkheid heeft voor het rampenplan en voor het feit dat er niet adequaat is geoefend. Is dat de burgemeester, de minister van Defensie of van Binnenlandse Zaken?”, aldus Snoep. Het rampenplan voor het gecombineerde militaire- en burgervliegveld onder militair commando, dateert van voorjaar 1995. Volgens hemis het niet aangepast toen er steeds meer met grotere toestellen werd gevlogen. “De brandweer moest inleveren.”