Nasmaak van 36-urige werkweek wordt bitter

Nederland lijkt bekeerd tot de 36-urige werkweek. Volgens de vakcentrale FNV kan bijna de helft van het aantal werknemers binnenkort korter gaan werken. De vakbeweging lijkt zich echter te snel rijk te hebben gerekend. De mooie CAO-afspraken stuiten in de praktijk op weerstand. Werknemers vinden de prijs van flexibilisering te hoog. Bij Philips en de grootmetaal kregen de bonden geen voet aan de grond, bij de Nederlandse Spoorwegen en Akzo Nobel gonst het verzet.

Bij het distributiecentrum voor verven van Akzo Nobel in Breda gaan de werknemers iedere dag op een andere tijd naar huis. Als er veel bestellingen van klanten binnenkomen, werken ze langer door; liggen er geen orders meer, dan wordt het personeel naar huis gestuurd. Overwerkuren kunnen worden opgespaard, maar daarvan zomaar een verlofdag opnemen is er sinds 1 januari 1996 niet meer bij: verlofdagen worden door de chef ingedeeld en vallen bij voorkeur in het rustige winterseizoen. Voor de onderneming heeft de flexibele inroostering als voordeel dat pieken en dalen beter kunnen worden opgevangen. In ruil hiervoor hebben de circa 130 werknemers hun 38-urige werkweek zonder inlevering van loon kunnen inwisselen voor een week van 36 uur.

De verkorting van de werktijden op de locatie-Breda geldt voor een jaar. Het is één van de 144 experimenten die op dit moment bij Akzo Nobel Nederland gaande zijn om te kijken of een gemiddeld 36-urige werkweek, in combinatie met flexibeler roosters, zinvol is. Die experimenten vloeien voort uit de CAO die in 1995 voor de 19.000 werknemers van Akzo Nobel Nederland is afgesloten. Daarin is afgesproken dat per 1 juli 1997 een 36-urige werkweek zal worden ingevoerd. Voorwaarde is dan wel dat de experimenten bewijzen dat korter werken mogelijk is èn dat het banen oplevert.

Akzo Nobel is niet de enige organisatie waar een 36-urige werkweek wordt ingevoerd. Ook de ruim 100.000 werknemers in het bankbedrijf, de 112.000 ambtenaren bij de Rijksoverheid en de 27.000 personeelsleden van de Nederlandse Spoorwegen moeten de komende maanden op grond van hun CAO korter gaan werken. In totaal, zo rekende de FNV-coördinator arbeidsvoorwaarden L. de Waal enkele maanden geleden opgetogen voor, zal één op de twee Nederlandse werknemers straks een 36-urige werkweek hebben.

Het lijkt erop dat de FNV-top zich voortijdig rijk heeft gerekend. De invoering van de kortere werkweek stuit bij vrijwel alle organisaties op forse problemen. De vakbonden in het bankbedrijf liggen al maanden met ABN Amro in de clinch over de vraag hoeveel werknemers mogen worden uitgezonderd van de 36-urige werkweek, bij de Nederlandse Spoorwegen dreigen volgende maand stakingen omdat de werknemers van mening zijn dat er in ruil voor de arbeidsduurverkorting te veel flexibiliteit wordt gevraagd en bij Akzo Nobel mort de achterban van de verschillende bonden over het verloop van de experimenten. Voorzitter G. Hardeveld van de FSV houdt nog een slag om de arm, maar wat zijn leden betreft mogen de afspraken over de 36-urige werkweek bij de NS zo worden ingeruild voor een flinke loonstijging: “Misschien moeten we (..) maar weer eens nadenken over de 36 uur”, zegt Hardeveld.

Dat 1995 het jaar van de 36-urige werkweek zou worden, kwam voor de vakbeweging zelf als een grote verrassing. Hoewel de vakbondsonderhandelaars het onderwerp elk jaar trouwhartig een plaatsje op de CAO-agenda gaven, verwaardigden de werkgevers zich meestal niet eens er een reactie aan te besteden. De pleidooien voor een werkweek van 38 uur halverwege de jaren tachtig hadden in de ogen van de bedrijven immers niets dan problemen en de zo verfoeide ADV-dag opgeleverd. Extra banen waren er niet uit voortgekomen, zo mopperden de werkgevers, alleen extra werk voor de personeelsfunctionarissen die de roosters moesten maken.

Eind 1994 lanceerden de vakbonden in het bankbedrijf een revolutionair voorstel om de snel afkalvende werkgelegenheid bij de banken te remmen: een 36-urige werkweek in combinatie met verregaande bedrijfstijdverlenging. In ruil voor arbeidsduurverkorting zouden de werkgevers de mogelijkheid krijgen hun personeel 's avonds en in het weekeinde zonder extra kosten in te zetten. Daarnaast beloofden de bonden gedurende de looptijd van de CAO vrijwel af te zien van loonsverhogingen. De banken moesten wel toezeggen dat zoveel mogelijk werknemers een 36-urige werkweek zouden krijgen, omdat alleen op die manier voldoende vacatures zouden vrijkomen voor overtollig personeel. Na drie maanden fel onderhandelen kwam er begin maart 1995 een akkoord.

Het voorbeeld van de bank-CAO (110.000 werknemers) werd door andere bonden gretig overgenomen, en met succes: van het ene op het andere moment gingen werkgevers als Akzo Nobel, de Nederlandse Spoorwegen en de overheid overstag voor de 36-urige werkweek. Bij de vakcentrales FNV en CNV was men opgetogen. De arbeidsduurverkorting bood de mogelijkheid twee belangrijke doelstellingen in één klap te bereiken: een gematigde loonontwikkeling en het behoud van arbeidsplaatsen. Vakbonden als De Unie en de VHP (waarvan de leden vooral onder het middenkader en het hoger personeel te vinden zijn) waren over het algemeen wat minder enthousiast, maar toonden zich tevreden met de belofte dat werknemers die niet korter konden werken een extra loonsverhoging zouden krijgen.

Na de euforie over de resultaten van het CAO-seizoen 1995 kwam de 36-urige werkweek dit jaar bij vrijwel alle CAO-onderhandelingen prominent in de voorstellenbrieven van FNV en CNV te staan. Zelfs fervente tegenstanders als Philips en de werkgevers in de grootmetaal zouden er dit jaar aan moeten geloven, riep onderhandelaar Ties Hagen van de Industriebond FNV keer op keer. Voormalig Philips-topman Jan Timmer, die het voorstel voor een 36-urige werkweek bij Philips via de autoradio vernam, reageerde woedend. Ook Hans van den Akker, voorzitter van de werkgeversvereniging in de metaal FME, liet ruim voor het begin van de onderhandelingen weten dat arbeidsduurverkorting voor de hele bedrijfstak onbespreekbaar was.

Timmer en Van den Akker hebben hun zin gekregen. Bij Philips werden de Industriebonden FNV en CNV van de onderhandelingstafel verdreven als gevolg van het besluit van Philips alleen met De Unie en de VHP Philips een CAO-akkoord te sluiten. Deze bonden hadden bij aanvang van de onderhandelingen al laten weten dat de 36-urige werkweek wat hen betreft geen prioriteit had. Toen bleek dat Philips het onderwerp niet eens wilde bespreken, grepen De Unie en de VHPP de aangeboden zes procent loonsverhoging (uitgesmeerd over twee jaar) met beide handen aan.

Bij de CAO-onderhandelingen voor de grootmetaal probeerde De Unie dezelfde constructie uit. Toen de onderhandelingen over een nieuwe CAO na de zomer hopeloos vast leken te zitten, nam De Unie publiekelijk afstand van de door de collega-bonden gepropageerde arbeidsduurverkorting. De metaalwerkgevers lieten daarop echter onmiddellijk weten geen heil te zien in deze onderhandelingsstrategie en bleven met alle bonden in gesprek. In het uiteindelijk gesloten akkoord komt de 36-urige werkweek niet voor; de Industriebonden hebben genoegen moeten nemen met de oprichting van een bedrijfstakfonds waaruit werkgelegenheidsprojecten (deels) kunnen worden gefinancieerd.

Voor de Industriebond FNV is het dit jaar even slikken. Niet alleen heeft de bond publicitair een flinke knauw gekregen, maar het succesvolle verzet van Philips en de werkgeversorganisatie FME tegen de 36-urige werkweek lijkt met terugwerkende kracht ook de vorig jaar bij Akzo Nobel gemaakte afspraken onder druk te zetten. “Het zou geholpen hebben als er dit jaar ook bij andere bedrijven dergelijke afspraken (een 36-urige werkweek, red.) zouden zijn gemaakt”, zegt Ben Roodhuizen, onderhandelaar voor de Industriebond FNV bij Akzo Nobel Nederland.

Hoewel Roodhuizen nog steeds 'heilig gelooft' in het nut van de arbeidsduurverkorting erkent hij dat er de afgelopen anderhalf jaar bij Akzo Nobel spanningen zijn ontstaan. Die spanningen leven tussen directie en werknemers op de verschillende locaties, maar ook tussen de leden en de bonden en tussen de bonden onderling. De komende maanden onderzoekt het adviesbureau Basis en Beleid hoe de ruim 140 experimenten op de diverse afdelingen en locaties zijn verlopen; begin 1997 zullen de resultaten naar verwachting bekend zijn. Naar aanleiding van dit rapport zal de directie van Akzo Nobel Nederland samen met de vakbonden definitief besluiten of en hoe de 36-urige werkweek zal worden ingevoerd.

Veel werknemers zijn bang dat de arbeidsduurverkorting door de combinatie met flexibilisering uiteindelijk meer nadelen dan voordelen zal opleveren. Bij een recente bijeenkomst met FNV-ondernemingsraadsleden leidde dat tot 'nogal wat kritische noten', aldus Roodhuizen. Op verschillende locaties en afdelingen gebruiken de leidinggevenden bijvoorbeeld de toegestane experimenteervrijheid om hun personeel op zeer korte termijn te vertellen dat het rooster gewijzigd is. “Ik heb het gevoel dat de 36-urige werkweek op een aantal plekken de bedrijfsvoering heeft verbeterd, maar er zijn ook locaties waar de ondernemingsraden heel boos zijn omdat de directies de afspraken naast zich neer hebben gelegd.”

Ook het feit dat het hoger personeel meestal niet meedoet aan de experimenten om korter te werken, roept bij de achterban van de Industriebond spanningen op. Roodhuizen: “Ik heb enige zorg met betrekking tot de omvang van de afspraken. Hoeveel mensen krijgen straks de 36-urige werkweek? Als grote groepen uitgezonderd blijven, ontstaat de kans op een tweedeling. Ik ben bang dat we dan in een situatie terechtkomen die ik niet wens.”

In het vervelendste scenario gaat Akzo Nobel straks formeel akkoord met een 36-urige werkweek, maar hoeft het hoger personeel hier niet aan mee te doen. Op basis van de anderhalf jaar geleden gemaakte afspraken krijgen deze werknemers in dat geval 5,5 procent extra loonsverhoging. Voor Roodhuizen dreigt het gevaar dat zijn leden straks klagen omdat ook zij liever geld zien. Het door de Industriebonden steeds gehanteerde argument dat de 36-urige werkweek behoud van banen oplevert, heeft veel zeggingskracht verloren door de plannen van Akzo Nobel een fabriek vanuit Ede naar Polen over te plaatsen. “De geloofwaardigheid van de afspraken staat onder druk. Mensen zeggen nu: wat hebben we dan nog aan arbeidstijdverkorting”, erkent Roodhuizen.

Ook bij de Nederlandse Spoorwegen mort het personeel over de vorig jaar afgesproken 36-urige werkweek. Veel werknemers zouden liever zien dat er in plaats van de kortere werkweek meer geld op tafel komt. De onderhandelingen bij het bedrijfsonderdeel NS Reizigers over de manier waarop de arbeidsduurverkorting moet worden ingevuld, zijn gisteren door de drie vakbonden afgebroken. Volgens de directie van NS Reizigers is vorig jaar afgesproken dat de kortere werkweek vergezeld zal gaan van meer flexibilisering, een suggestie die door de vakbonden in alle toonaarden wordt ontkend. Eind volgende maand zal het personeel waarschijnlijk gaan staken.

De gesprekken over de vormgeving van de 36-urige werkweek lopen zo stroef dat op aandringen van de Vervoersbond FNV is besloten het heikele onderwerp even 'te parkeren'. Deze bond is tijdens het overleg in een benarde positie terecht gekomen. Evenals de FSV kampt de Vervoersbond FNV met een achterban die het geloof in de arbeidsduurverkorting is kwijtgeraakt; tegelijkertijd wordt vanuit de vakcentrale druk uitgeoefend om in FNV-verband vast te houden aan de 36-urige werkweek. Bij het afbreken van de besprekingen met de directie dreigt voor de FNV-bond het dilemma dat de leden willen afzien van de 36-urige werkweek, terwijl de onderhandelaars daar formeel niet achter kunnen staan.

Zelfs in de bankensector, waar de 36-urige werkweek deze maand officieel van start is gegaan, loopt de invoering niet van een leien dakje. Over de manier waarop grote banken als ING en Rabo met de arbeidsduurverkorting zijn omgegaan, hebben de betrokken vakbonden niets dan lof. ABN Amro is hier echter de doorn in het oog. Begin dit jaar liet deze bank weten dat ongeveer een vijfde van het personeelsbestand - vooral leidinggevenden en commerciële medewerkers - niet aan de 36-urige werkweek zou kunnen meedoen. De bonden waren woedend en vroegen het Scheidsgerecht voor het Bankbedrijf om een uitspraak. Dit stelde ABN Amro in het gelijk: door geen concrete cijfers in de CAO op te nemen, hadden de bonden in de ogen van het Scheidsgerecht de mogelijkheid geschapen groepen personeel uit te sluiten.

De vakbonden zijn bang dat andere banken het voorbeeld van ABN Amro willen volgen en zullen proberen de uitzonderingscategorieën steeds verder op te rekken. Daarmee zou een belangrijke pijler van het CAO-akkoord - arbeidsduurverkorting in ruil voor werkgelegenheid - worden aangetast. De bonden vrezen dat veel werknemers achteraf zullen vinden dat de prijs voor de 36-urige werkweek (vier jaar nauwelijks loonsverhoging en flexibiliteit) veel te hoog is uitgevallen. “Dan hadden we beter een forse loonsverhoging kunnen afspreken. Dan krijgen de mensen die eruit moeten in ieder geval een hogere WW-uitkering”, zei Unie-bestuurster E. van de Rijdt enkele maanden geleden.