Met De Kock stond de apartheid terecht

Een rechtbank in Pretoria veroordeelde vanmorgen Eugene De Kock tot levenslange gevangenisstraf. Met De Kock, die in opdracht van de Zuidafrikaanse regering tegenstanders van de apartheid liet vermoorden, stond het gehele ancien régime terecht.

PRETORIA, 30 OKT. Om zijn vele listen sprak men in Zuid-Afrika over hem als 'de slang'. Vrienden kenden hem als een goede huisvader, weer anderen omschreven Eugene De Kock als een psychopaat. De Kock was jarenlang de fanatieke hopman van Vlakplaas, de terreurbeweging van de politie die in opdracht van de hoogste leiders van de apartheid dood en verderf zaaide onder tegenstanders van het bewind. Vandaag kreeg De Kock (47) na een proces van twintig maanden levenslange gevangenisstraf opgelegd wegens moord en poging tot moord.

Met De Kock stond het gehele ancien regime terecht. Want de voormalige politieagent mag dan een van de meest moorddadige verdedigers van de apartheid zijn geweest, hij handelde in opdracht van de allerhoogste kringen. Gaandeweg het slepende proces aan het Hooggerechtshof in Pretoria moet het De Kock zelf ook hebben gedaagd dat hij als kop van jut zou gaan fungeren. Hij moest boeten voor een heel systeem, de leiders daarvan zouden vrijuit gaan.

Toen hij eenmaal tot die conclusie was gekomen, had De Kock niet langer reden om te zwijgen, hij gaf in de laatste fase van het proces volledige openheid van zaken. Hoewel hij niet in zijn eerste leugen is gestikt, wordt aangenomen dat hetgeen De Kock nu heeft onthuld de waarheid is of daar zeer dichtbij komt. Hij had immers niet langer reden om te liegen.

Temeer daar De Kock hoopt alsnog onder de regeling van de Waarheids- en Verzoeningscommissie (WVC) te zullen vallen. Deze commissie werd op 27 juli 1995 in het leven geroepen. De WVC, die in april met haar openbare zittingen begon, garandeert een ieder die de waarheid vertelt over onoorbare politieke feiten tussen maart 1960 en eind 1993, vrijheid van rechtsvervolging. Inmiddels hebben vele honderden vertegenwoordigers van het vroegere apartheidsbewind (evenals een klein aantal anti-apartheidsactivisten) hun daden bekend, vaak ten overstaan van nabestaanden van hun slachtoffers. Alles wat tegenover de commissie is opgebiecht kan niet meer tegen hen worden gebruikt. Helaas kwam de totstandkoming van de Waarheidscommissie voor De Kock te laat, hij zat toen al enige tijd achter de tralies. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de WVC, onder leiding van Desmond Tutu, de uitspraak van de rechter in Pretoria zal aanvechten. Terwijl vele andere pionnen van de apartheid, grote en kleine, het geluk hebben mogen proeven zich via de Waarheidscommissie te hebben kunnen vrijpleiten, ja menige uitvoerder uit het 'Oude Zuid-Afrika' door het Nieuwe Zuid-Afrika' zelfs in genade op de eigen positie is gehandhaafd, was voor De Kock de rol van schlemiel weggelegd.

Aan de hand van zijn eigen getuigenissen en die van anderen kwam in de loop van het proces met lange penseelstreken het portret tot stand van een man die de uiterste consequenties op zich nam of opgelegd kreeg van de verdediging van het apartheidssysteem en die consequentie was een bloedige terreur.

Eugene De Kock groeide op in een typisch Boerenmilieu. “Verlegen en eenzaam kind” noemde zijn broer Vossie hem achteraf. Op een foto uit zijn jeugd, gepubliceerd in Zuidafrikaanse kranten, staat een jongen met melkboerenhondehaar, een tenger gezicht en een te grote bril, gekleed in een Voortrekkers-uni-form-pje. Zuid-Afrika 1950, de jaren waarin het geluk voor de blanken nog heel gewoon was: rassenscheiding en een nog niet opstandige zwarte bevolking. In het aansluitende decennium, toen de apartheid werd vervolmaakt èn het verzet ertegen een aanvang nam, koos De Kock voor een baan bij de politie. Hij raakte betrokken bij para-militaire acties, vocht achtereenvolgens met speciale eenheden van het Zuidafrikaanse leger in Zimbabwe dat nog Rhodesië heette, in Zuid-West-Afrika - het latere Namibië - en Angola. Alle drie de oorlogen gingen voor Zuid-Afrika, lees: de blanken, verloren.

In 1985, toen de politieke situatie in Zuid-Afrika op zijn allergrimmigst was en het apartheidsregime de controle dreigde kwijt te raken, werd Eugene De Kock lid van een nieuwe speciale politiemacht, het doodseskader C-10, later Vlakplaas genoemd naar de gelijknamige boerderij nabij Pretoria waar de eenheid was gelegerd. Vlakplaas had tot taak de leden van het Afrikaans Nationaal Congres en andere actieve tegenstanders van het bewind op alle mogelijke manieren het zwijgen op te leggen. De Kock nam dat zeer letterlijk. Onder zijn aanvoering werden honderden mensen gemarteld en uit de weg geruimd - tijdens het proces zei hij niet meer te weten hoeveel slachtoffers hij had gemaakt. Voor de Vlakplaas-leden bestond geen enkele limiet, elke vorm van terreur was toegestaan en werd ook daadwerkelijk toegepast. Vlakplaas stond boven de wet, daartoe verheven door de wetgevers zelf.

Hoewel veel feiten over de terreur van Vlakplaas, die tot begin 1993 duurde, bekend was, kwam De Kock in de rechtszaal de afgelopen tijd met twee nieuwe nieuwigheden. Hij verklaarde dat leden van Vlakplaas verantwoordelijk waren voor de moord op de Zweedse premier Olof Palme, in 1986, om hem te straffen voor zijn actieve stellingname tegen apartheid. Het bewijs hiervoor is nog niet geleverd, maar in Zuid-Afrika houdt men er serieus rekening mee dat het waar is. Tweede noviteit in de bekentenis van De Kock betrof zijn uitleg over de commandostructuur van weleer. Zijn doodseskader handelde nooit op eigen houtje, maar kreeg de opdrachten ingefluisterd van bovenaf, liet De Kock weten. De voormalige presidenten P.W. Botha en F.W. De Klerk gaven volgens De Kock via hun politie-commandanten persoonlijk instructies tot moord en sabotage. Het toenmalige hoofd van de Zuidafrikaanse politiemacht, generaal Johan van der Merwe, haastte zich vorig week voor de Waarheidscommissie (hij wel) te zeggen dat het inderdaad de allerhoogste leiders waren geweest die de bevelen gaven.

Zowel Botha als De Klerk heeft nog niet gereageerd op de beschuldigingen. Indien er harde bewijzen tegen beide ex-presidenten komen zal dat met name voor De Klerk grote schande betekenen. De Klerk, opvolger van Botha in 1989, ontmantelde het apartheidssysteem en kreeg daarvoor, samen met de huidige president Nelson Mandela, de Nobelprijs voor de Vrede in 1993. De Kock onthulde tijdens zijn proces dat De Klerk in datzelfde jaar nog opdracht gaf tot terreuraanslagen van Vlakplaas, waarbij verscheidene doden vielen. De Kock toonde zich bijzonder bitter over de Klerk die hij betitelde als “een van de grootste lafaards van dit land”. Hij liet weten nu nog liever lid te worden van het ANC dan van De Klerks Nationale Partij.

Eugene de Kock voelt zich achteraf door zijn voormalige superieuren verraden en bedrogen. Eind 1993 mocht hij onder De Klerk nog eervol afscheid nemen uit het politiekorps, met een gouden handdruk van niet minder dan 1 miljoen rand (nu omgerekend 400.000 gulden, maar in dat jaar was de rand nog aanzienlijk meer waard). De Kock dacht dat daarmee de kous voor hem af was. Hij vergiste zich deerlijk. Een ijverige onderzoeksrechter in Pretoria gaf opdracht De Kock aan te houden op verdenking van een veelvoud van criminele handelingen. Bij zijn arrestatie beschikte De Kock over een valse pas, een valse creditcard en afschriften van buitenlandse banken waaruit bleek dat hij een vermogen van enige miljoenen had, mogelijk een potje waaruit Vlakplaas-acties werden gefinancierd. Opeens wist niemand van zijn vroegere opdrachtgevers meer wie Eugene De Kock was. Ineens was De Kock zèlf verantwoordelijk voor zijn daden en hij alleen. In de dodencel van de Centrale Gevangenis van Pretoria mocht hij sinds begin 1995 zijn daden overdenken, met als enige troost de wetenschap dat de doodstraf inmiddels was afgeschaft.