Koninginnedag

Omdat koningin Wilhelmina op eenendertig augustus jarig was en kort daarop de scholen weer begonnen, had ik elk jaar het gevoel dat koninginnedag samenviel met het afscheid van de zomer en het eind van de grote vakantie, en daarom met zoveel aanstekelijke saamhorigheid werd gevierd.

's Morgens trokken, geflankeerd door politie te paard, de eerste muziekkorpsen met vaandels en spandoeken van buurtverenigingen voorbij, en niets was zo opwindend als het moment waarop het tromgeroffel plotseling overging in uitbundige marsmuziek, die uit de blinkende blaasinstrumenten tegen de gevels van de huizen schalde.

Hoewel mijn vader linkse sympathieën had, die overigens door mijn moeder hardnekkig werden genegeerd, schenen deze hem niet te beletten mij mee te nemen naar de stad om mij reeds op jeugdige leetijd te laten kennismaken met de koningsgezinde feestvreugde. In mijn witte mousselinen jurk met een oranje sjerp en een oranje strik in mijn haar - het was altijd stralend weer op koninginnedag - zag ik de mariniers over de Coolsingel marcheren en slierten verklede mannen en vrouwen door de straten hossen onder het zingen van 'Leve de Willemien', 'Alle socialisten in een harington' en 'Al wie geen oranje draagt die stoppen we in de oven'. Overal wapperde het rood-wit-blauw en werden optochten gehouden, en ik kreeg een toeter en een ratel, en voetje voor voetje schuifelden we door de drukke Helmersstraat (in de arme jodenbuurt tussen de Ammanstraat en de Kruisstraat), waar een uitgelaten stemming heerste en bij een draaiorgel werd gedanst, en waarvan bekend was dat de bewoners er een eer in stelden hun straat tot de mooist versierde van het centrum te herscheppen, met honderden slingers en lampions en twee schitterende erepoorten, met oranje draperieën en guirlandes van bloemen en groen.

Eén keer heb ik de jarige zelf in levenden lijve vanaf mijn vaders schouders in een open calèche langs mij heen zien rijden - tot mijn grote teleurstelling niet in de gedaante van een echte koningin, want zij droeg geen hermelijn en geen kroon, maar als een gewone mevrouw met een hoed op en een mantel aan, die met een vreemd verbogen gehandschoende hand naar de juichende menigte aan weerszijden van de Eendrachtsweg wuifde, terwijl haar romp beurtelings naar links en naar rechts een kwartslag vooroverhelde.

Drie of vier jaar later vierde ik koninginnedag in dezelfde mousselinen jurk, die aan alle kanten tot de laatste centimeter was uitgelegd, met dezelfde sjerp en dezelfde strik, maar ditmaal in gezelschap van mijn even oude nichtje. Elk met twee dubbeltjes op zak, die ons onbeperkte mogelijkheden in het vooruitzicht stelden, lieten we ons met de mensenstroom door het oude Noorden meevoeren; te beginnen bij de Zwartjanstraat, waar alle winkeliers de vlag hadden uitgestoken en het bitterkruidig rook naar de dubbele afrikanen en goudsbloemen die in volle emmers op de stalletjes stonden, en waar in de etalage van banketbakker Verhaven het van suiker vervaardigde portret van de vorstin tussen de oranje geglazuurde taartjes prijkte.

Op het Pijnackerplein, het middelpunt van de festiviteiten, hield de brandweer demonstraties en luisterde de Rotterdamsche Postharmonie in de muziektent de feestprogramma's van de diverse buurtverenigingen op. We schaften er ons voor een dubbeltje het populaire bamboestokje aan, waarmee alle jongens en meisjes liepen en elkaar in het voorbijgaan plagerige tikjes tegen de kuiten plachten te geven, en kochten aan een kar een half pond pruimen voor vijf cent, die we met van sap druipende vingers consumeerden, terwijl we de wedstrijden in zaklopen, koekhappen en paalklimmen gadesloegen.

Nadat we ons laatste geld aan een zure bom van twee cent en een ijswafel van drie hadden besteed, keerden we terug naar de Zwartjanstraat, waar we ons in afwachting van het traditionele boemencorso voor het raam bij onze grootmoeder installeerden. Beneden stond het publiek in dubbele rijen op de trottoirs en applaudisseerde enthousiast als de auto's eindelijk stapvoets voorbijreden, bedolven onder rozen en orchideeën of opgesierd met weelderige toeven najaarsbloemen, en bestuurd door heren in jacquet of glimlachende dames met grote organdie-hoeden op.

's Avonds ging ik met mijn ouders naar het vuurwerk op het aardedonkere Land van Hoboken aan de Nieuwe Binnenweg. Te midden van honderden bijna onzichtbare toeschouwers werd een duizelingwekkende hoeveelheid pijlen boven onze hoofden afgeschoten, die even later in gouden en zilveren watervallen neerdropen of in fonteinen van sterrenregens uitwaaierden, en ten slotte flitste als apotheose een metershoog sluitstuk aan dat de Nederlandse leeuw voorstelde en de woorden 'Leve de koningin' vormde, die met oorverdovend geknetter uit elkaar spatten.

Het allermooiste schouwspel ooit op koninginnedag vertoond was het defilé van verlichte schepen op de Maas, waarmee het feest van Wilhelmina's vijfentwintigjarig regeringsjubileum werd besloten. Op de Parkheuvel en langs de Veerhaven, op het Willemsplein, de Boompjes, het Bolwerk en overal langs de rivier hadden zich enorme mensenmenigten verzameld, maar onze familie had het voorrecht alles vanuit het kantoor van mijn oom aan de Willemskade te kunnen volgen. Hangend uit de ramen zagen we in de verte een onwezenlijk soort droomschepen zich één voor één uit het duister losmaken en fonkelend tegen de avondhemel naderbijkomen. Een onafzienbare vloot, die uit kleine en grote jachten bleek te bestaan, uit sleepboten, rijnaken, spidoboten, binnenvaartschepen en zelfs, meen ik, een aantal zeeschepen, gleed met duizenden lampjes over het diepzwarte water aan ons voorbij. Hoe lang het duurde weet ik niet meer; in ieder geval veel te kort, want na afloop kwam het mij voor dat we iets uniek Rotterdams hadden beleefd dat zich nooit meer zou herhalen.

Toen de oude koningin Wilhelmina negenendertig jaar later werd begraven, lag ik met griep in bed, en omdat er niets anders op de televisie was, keek ik naar de rouwstoet die door Den Haag trok. Hoewel niet bijzonder geïnteresseerd in het koningshuis (behalve tijdens de oorlog, toen het een symbool van de vrijheid was), had ik opeens de vreemde gewaarwording van een groot verlies, en terwijl ik ontroerd de beelden op het scherm volgde, begreep ik dat er voor mij nooit meer een andere koningin zou zijn, dat zij altijd verbonden zou blijven met de oranje sjerp en de oranje strik, de geur van dubbele afrikanen, het vuurwerk op het Land van Hoboken en de verlichte schepen op de Maas.