Kanselier Kohl weet niet van ophouden

Helmut Kohl is vanaf morgen langer kanselier dan enige voorganger in het naoorlogse Duitsland. Wanneer de Europese eenwording niet in zo'n cruciale fase verkeerde, oordeelt Robert Leicht, dan had Kohl beter op kunnen stappen, want verder is hij allang uitgeregeerd.

Zelden eerder lagen glans en ellende, stabiliteit en chaos zo dicht bij elkaar. Eigenlijk zou Helmut Kohl in jubelstemming zijn persoonlijke record tegemoet moeten kunnen zien: langer kanselier dan Konrad Adenauer en derhalve in de Duitse geschiedenis de democratische regeringsleider met de meeste dienstjaren. Maar noch in het land noch in zijn eigen partij wil een jubelstemming opkomen. 'De eeuwige kanselier' - zo bewierookte alleen Der Spiegel hem.

De janboel in de Bonner coalitie, die het ene na het andere miljardengat kent en waarin het ene belastingvoorstel over het andere tuimelt, bewijst alleen maar dat de regering-Kohl aan het einde van haar financieel-politieke latijn is. Meer schulden - dat gaat niet, en dat heus niet alleen wegens 'Maastricht'. Hogere belastingen - dat gaat niet, en dat niet alleen door toedoen van de liberalen. Forsere bezuinigingen op subsidies en sociale uitkeringen - dat gaat niet als men niet grootscheeps in botsing wil komen met de belangengroepen. Geen wonder dat menigeen zich de woorden van Helmut Schmidt herinnert, toen hij voorjaar 1982, kort voor zijn val, zijn volgelingen de wacht aanzegde: Meer schulden - dat gaat niet met mij. Drastischer bezuinigingen - dat gaat niet met jullie.

Destijds bestond er echter een politiek alternatief. De FDP hoefde alleen met hangen en wurgen van partner te wisselen. Tegenwoordig zouden de liberalen zich op zelfmoordachtige wijze in de afgrond van een coalitie met de sociaal-democraten, de Groenen en de PDS moeten storten, als zij de kanselier, die onlangs in Hannover door zijn partij met overgrote meerderheid als voorzitter werd herkozen, aan het wankelen zouden willen brengen. Of de CDU zou desondanks al haar archaïsche angsten moeten overwinnen en vadermoord plegen op de erfgenaam van Adenauer, waardoor de weg vrij komt voor een grote coalitie met de SPD. Tot de volgende verkiezingen lijkt de bondsrepubliek in lief en leed vast te zitten aan haar kanselier - en hij aan haar. Niets gaat meer - maar ook niets anders.

Hoe lang kan een land zo'n idiote situatie uithouden? Wanneer krijgt een van de deelnemers het op de zenuwen, wanneer storten alle rationele afwegingen in elkaar? Zou het niet beter zijn wanneer de kanselier die zich onvervangbaar heeft gemaakt uiteindelijk toch nog zelf zijn vervanging regelt?

Als er niet het grote poject 'Europa' was geweest, dan zou het afscheid dringend zijn geboden. Wie hem ook in welke constellatie dan ook zou opvolgen - Schäuble [fractieleider van de CDU in het Duitse parlement], Rühe [CDU-minister van Defensie] of Stoiber [CSU-premier in de deelstaat Beieren], Schröder [SPD-premier in de deelstaat Nedersaksen] of Lafontaine [SPD-premier in de deelstaat Saarland, tevens voorzitter van de SPD], kleine of grote coalitie - slechter zal het in de binnenlandse politiek nauwelijks kunnen gaan. Alleen de vooralsnog allesbeheersende vraag 'Wat komt er terecht van het in het gunstigste geval oppervlakkig verenigde Duitsland in een nog onvoldoende verenigd en uitgebreid Europa?' maakt een kanselierswisseling voor 1998 tot een onberekenbaar risico. Als het dan al moet, dan zou toch alleen Helmut Kohl over de wil en het gezag beschikken om de Europese monetaire unie - een politiek project van existentiële en strategische betekenis - door te drijven.

Maar verder: hoe eerder, hoe beter. Want Helmut Kohl wordt steeds vaker door zichzelf ingehaald. Zijn kracht is allang ook zijn zwakte geworden. De middelen waarmee het hem lukte aan de macht te blijven, zijn ongeschikt om de macht nog langer zinvol aan te wenden. Hij draagt zelf verantwoordelijkheid voor de dingen die hij na veertien jaar zo dringend wil veranderen.

Dat geldt voor alles voor het project waarmee hij in 1989, op het dieptepunt van zijn toenmalige ontwikkeling, zijn kanselierschap redde, maar dat hij op een zodanige manier aanpakte dat zijn bewind sindsdien gebukt gaat onder bijna niet meer op te brengen hypotheken: de hereniging van Duitsland.

Zeker, Helmut Kohl is en blijft de kanselier van de eenheid, maar de kanselier van de eenwording is hij niet geworden. Hij pakte, wat zijn verdienste blijft (ook al werd hem dit vooral door externe factoren mogelijk gemaakt), een tip van Gods mantel - zoals de gewaagde Bismarckiaanse beeldspraak luidt - toen anderen dat kledingstuk al in de historische garderobe wilden laten hangen. Maar daarna heeft hij in weerwil van alle betere adviezen, ook uit de eigen kring, al die fouten gemaakt waar de binnenlandse politiek tot op vandaag onder zucht.

De financieel-politieke misère, die momenteel tot de onzinnigste ingrepen langs de afgrond van het absurde leidt, valt te herleiden tot zijn beslissing om de eenwording op de pof te organiseren en er aan te beginnen zonder helder perspectief op politieke ordening. “Te velen hebben te lang geleefd op kosten van anderen: de staat op kosten van de burgers, burgers op kosten van medeburgers en wij allemaal op kosten van toekomstige generaties.” Hier spreekt niet de malicieuze oppositie, maar Helmut Kohl zelf in zijn eerste regeringsverklaring in 1982.

Helmut Kohl werd en bleef kanselier, omdat hij, ver verwijderd van enige ideologie, maar ook zonder een degelijk concept, het land twee zaken bepaarde: de polarisatie èn de beslissing stipt borg te staan voor de kosten van de politiek. Hij bleef zo lang kanselier, omdat hij alle rivalen versloeg - maar ook alle partners die hem inhoudelijk hadden kunnen uitdagen. In een wanhopige poging haalde hij als redder van zijn macht de leider [Waigel] van de CSU in het kabinet, en daarmee tegelijk díe minister van Financiën, die als geen ander in de naoorlogse periode de zaken boven het hoofd groeiden. Een kanselier van de status quo en van de gevestigde orde in een tijd waarin beide uiteenvallen.

Kohl zou al een Münchhausen moeten zijn als hij zich aan zijn eigen haren uit het moeras wilde trekken. Wanneer er iemand in zijn eigen gelederen zou zijn die het mocht wagen en die ook in staat zou zijn het heersende onbehagen te bundelen, of wanneer er iemand in de oppositie zou zijn die er in zou slagen de ontevreden kiezers rond zich te verenigen, dan zou het bewind-Kohl spoedig ineen storten. Gelet op de gelijke stand in de huidige opiniepeilingen tussen enerzijds christen-democraten en liberalen en anderzijds sociaal-democraten en Groenen is het paradoxaal genoeg alleen uitgerekend de postcommunistische PDS die het parlementaire machine vastzet. En uitgerekend door de mislukte politiek van de interne vereniging wint deze factor aan stabiliteit.

Sicut erat in principo - hoe was het in den beginne? Aan het eind van zijn bewind laat Helmut Kohl veel achter zoals hij het destijds aantrof: de staat kan het financieel niet aan, de economie stagneert en de maatschappij is radeloos. En tenslotte zijn partij: het was Kohl die van de CDU, de eeuwige kanseliers-kiesvereniging, een moderne volkspartij maakte met groeiend ledental, met geprofileerde secretarissen als Kurt Biedenkopf en Heiner Geissler. Nu is de partij allang weer gekortwiekt en alleen nog afgestemd op de kanselier. Diens legendarische notitieboekje waarin hij zijn zaken ordent, is weer de enige agenda.

Het is tijd om dat boekje dicht te slaan. Ware het niet dat Europa er is en ware het niet dat er grote onzekerheid bestaat over de buitenlandse politiek na Kohl. Vooral in het buitenland acht men geen andere Duitser in staat de cruciale obstakels in de Europese eenwording uit de weg te ruimen. De vraag is echter of niet iedereen zich zou vertillen aan dit plan van de eeuw. En of niet juist de fouten die zijn gemaakt bij de binnenlandse eenwording, de Bondsrepubliek uiteindelijk ongeschikt maken om het buitenlandse werk af te maken.