IMF zegt Turkije wacht aan wegens slechte begroting

ANKARA, 30 OKT. Turkijes relatie met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) verkeert in een kritieke fase. Na twee weken van onderhandelen in Ankara met vertegenwoordigers van de coalitieregering van de fundamentalistische Welvaartspartij en de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) is een IMF-delegatie deze week naar Washington teruggekeerd zonder garanties voor een nieuw stand-by-akkoord met Turkije.

De indruk is dat IMF-vertegenwoordiger Martin Hardy de Turkse autoriteiten te verstaan heeft gegegeven dat het overleg volgend jaar kan worden voortgezet, mits de regering bereid is tot structurele economische maatregelen in de vorm van een nieuw stabiliseringsprogramma. De meest dringende zaken die volgens het IMF moeten worden aangepakt zijn hervormingen op het gebied van de belastingen en de sociale verzekeringen en een versnelde uitvoering van het privatiseringsprogramma. Volgens de Turkse media wilde het IMF-team op grond van de presentatie van de begroting voor het volgend jaar aanvankelijk al na vijf dagen het overleg met de ruim drie maanden oude regering onder leiding van de fundamentalistische premier, Necmettin Erbakan, staken. Het IMF omschreef de sluitende begroting, die door Erbakan werd gepresenteerd als het 'wonder van deze eeuw', als volstrekt niet realistisch.

De IMF-delegatie heeft vrijwel op elk punt van de begroting kritiek. Zo wordt uitgegaan van 8,5 miljard dollar aan inkomsten uit de privatisering en de verkoop van staatseigendommen. Dat laatste valt onder de befaamde twee pakketen waarmee de regering-Erbakan het gat in de begroting wil dichten, terwijl de laatste twee jaar nog geen miljard dollar uit privatisering is verworven. De Turkse begroting voorziet bovendien in een verhoging van de inkomsten uit de belasting van 2 procent. Ook dat wordt door velen weinig geloofwaardig geacht, gezien het ontbreken van hervormingen. Een andere punt van kritiek zijn de lagere uitgaven die voor de sociale verzekeringen worden geraamd.

Kort na zijn aantreden in juli gaf premier Erbakan er blijk van een populistisch economisch beleid te willen voeren om zo zijn omvangrijke electoraat uit de lagere en middenklasse blijvend aan zich te binden. Zo gaf hij de 7 miljoen ambtenaren, werknemers van staatsbedrijven en de gepensioneerden een inkomensverhoging van 50 procent, schold hij de boeren hun schulden kwijt, kondigde hij aan dat de inkomstenbelasting op het minimuminkomen wordt afgeschaft en stelde hij het midden- en kleinbedrijf voordelige kredieten in het vooruitzicht.

Volgens Westerse waarnemers wordt de kloof tussen de overheidsuitgaven en inkomsten snel groter, terwijl de inflatie stijgt. Zij wijzen er eveneens op dat de buitenlandse investeringen in Turkije afnemen. Naar verwachting loopt de inflatie tot het einde van dit jaar op tot 86 procent. In de begroting voor volgend jaar wordt uitgegaan van 65 procent inflatie. De handelsbalans biedt het volgende alarmerende beeld: 25 miljard dollar aan export tegenover 50 miljard dollar aan importen. Volgens Turkse economen belopen de leningen van de overheid de 12 tot 13 procent van het bnp, hoger dan bij de financiële crisis begin 1994.

Minister Ufuk Söylemez claimt dat de besprekingen met het IMF worden voortgezet, maar premier Erbakan geeft vooralsnog geen antwoord op de vraag of zijn regering bereid is op de eisen van het IMf in te gaan.