Groeiende openbare scholen dreigen met afsplitsing; Crisis splijt scholen Rotterdam

ROTTERDAM, 30 OKT. De financiële crisis van het openbaar voortgezet onderwijs in Rotterdam heeft tweespalt gezaaid tussen alle acht middelbare scholen in de stad. De drie scholen met een groeiend leerlingental weigeren “als melkkoe de rekening te betalen van scholen die leeglopen”. Ze eisen “keiharde garanties” van het overkoepelend schoolbestuur dat het eigen karakter van de school gehandhaafd blijft.

Dat blijkt uit een rondgang langs de betrokken medezeggenschapsraden, waarin ouders, personeel en leerlingen vertegenwoordigd zijn. Zij reageren op een gisteren uitgelekt vertrouwelijk onderzoek naar de positie van het openbaar voortgezet onderwijs in Rotterdam. Als gevolg van mismanagement op alle niveau's loopt het openbaar voortgezet onderwijs leeg, komt het overkoepelend schoolbestuur miljoenen tekort en is het voortbestaan van het openbaar onderwijs in Rotterdam in gevaar. Volgens de onderzoekers van het organisatie-adviesbureau KPMG moet de gemeente tenminste 17 miljoen gulden bijleggen om het huidige openbaar onderwijs te redden. Dat is zo'n 20 procent van de omzet.

Een van de drie 'groeiers', het Erasmiaans gymnasium, “sluit niet uit dat de school uit het openbaar onderwijs stapt”, aldus H. Overheul, voorzitter van de medezeggenschapsraad. Hoe dat gebeurt, weet Overheul nog niet, “dat gaan we onderzoeken”. Aansluiting bij een bestuur met drie andere openbare categoriale gymnasia in Haarlem, Velsen en Amsterdam is een mogelijkheid. Op een andere groeiende middelbare school, het Wolfert van Borselen, vraagt ouder C. Borgdorff zich namens de medezeggenschapsraad af hoe hij kan voorkomen dat de ouders weglopen naar bijzondere scholen, waar 73 procent van alle Rotterdamse middelbare scholieren inmiddels schoolgaat. “Wij gaan prima, maar we moeten goede leraren inleveren omdat een andere school slecht gaat. Kan u dat de ouders uitleggen? Het liefst zou ik met de school uit dit zinkende schip stappen, maar daar hebben we geen geld voor.”

De voorzitter van het overkoepelend schoolbestuur J.G. Bannink is ervan overtuigd dat er toekomst is voor de scholen. Hij gaat deze week de scholen langs met een reddingsplan met zes richtinggevende maatregelen. Kern daarvan is dat “het tijdperk van ieder voor zich voor de acht scholen voorbij is”, weet de directeur van de Rotterdamse dienst openbaar onderwijs, G. de Klein, die Bannink op zijn scholentrip vergezelt.

Zo moet er onder meer één centrale directie komen voor alle acht openbare middelbare scholen, die bijgestaan wordt door een afgeslankte dienst openbaar onderwijs. Nieuwe leraren zullen voortaan niet meer op één openbare middelbare school in Rotterdam worden aangesteld, maar per jaar rouleren tussen scholen, al naar gelang er vraag naar ze is - dat is een novum in Nederland. Ook moeten scholen elk jaar met het schoolbestuur een contract afsluiten, waarin schoolprofiel, examenresultaten en leerlingtal worden vastgelegd. Als schoolleiders dit niet waarmaken krijgen ze een boete.

Het reddingsplan schrijft voor dat elke school zich op een andere doelgroep richt, afhankelijk van de vraag op de markt. Dit betekent in de visie van het overkoepelend schoolbestuur dat het Erasmiaans Gymnasium zich richt op zeer begaafde leerlingen, het Wolfert van Borselen op internationaal onderwijs, het Libanon op 'leerlinggericht' onderwijs en het Thorbecke topsporters laat schoolgaan, onder meer van Feijenoord. De andere vier scholen, het Olympus College, het Hugo de Groot, het Einstein, en het Caland Lyceum moeten zich nog bezinnen op hun “eigenheid”. Het is niet uitgesloten dat de beide scholen in Rotterdam-Zuid, het Hugo de Groot en het Olympus College, worden samengevoegd.

De gezonde groeiende scholen nemen geen genoegen met “deze Mao Zedong achtige aanpak”. Hoe kunnen wij gezond blijven en onze groei vasthouden als we geen eigen leraren meer krijgen, vragen ze zich af, en onder curatele komen te staan van een schoolbestuur dat zich schuldig maakt aan mismanagement?

Ze laten zich leiden door hun ervaringen afgelopen mei, toen duidelijk werd dat het Olympus College wegens een jarenlang leerlingverlies te veel docenten in dienst had. Er vielen 25 ontslagen op de school. Doordat deze leraren onder hetzelfde schoolbestuur vallen als docenten op de andere zeven scholen, trekt het Olympus alle andere scholen mee in de misère. De CAO bepaalt namelijk dat de laatst aangestelde leraren er het eerst uitgaan. Zo gebeurde het dat de oude leraren van het Olympus op een andere school werden geplaatst, terwijl nieuw aangestelde leraren van groeiende scholen op straat kwamen te staan.

Het Libanonlyceum, ook een groeiende school, kreeg op deze manier veertien 'nieuwe' collega's binnen. Overheul van het Erasmiaans gymnasium: “En dat wordt dus gebruik. Het spijt me dat ik het zeg, maar je kunt met andermans leraren niet het eigen karakter van de school waarborgen. We zitten in de tang van het schoolbestuur, eigenheid is zo een wassen neus. Ouders zullen er tegen in het geweer komen, ik voorspel dat we eruit stappen.” Directeur G. de Kleijn van de dienst Openbaar Onderwijs moet hierom lachen: “Als de ouders van het Erasmiaans de tekorten van 1 miljoen aan de nieuwe vleugel willen bijleggen, moeten ze maar opstappen. Daar lig ik geen minuut wakker van.”

De Rotterdamse gemeenteraad, eindverantwoordelijk voor het schoolbestuur, is “verontrust” over de gesignaleerde financiële problemen. Ze wil zo snel mogelijk inzage in het KPMG-rapport. K. Woei-A-Tsoi, raadslid voor de PvdA en voorzitter van de raadscommissie onderwijs, noemt de tekorten in het openbaar onderwijs “primair het probleem van het schoolbestuur openbaar onderwijs Rotterdam”. Twee jaar geleden heeft de gemeenteraad besloten het overkoepelend bestuur over de acht middelbare scholen 'op afstand' te zetten en over te dragen aan een schoolbestuur. Woei-A-Tsoi: “Bij hen ligt een zware verantwoordelijkheid, van hen verwachten wij ook maatregelen. Wij zullen alleen helpen zoeken naar een oplossing.” Anders dan KPMG vindt Woei-A-Tsoi niet dat de gemeenteraad tekort is geschoten in haar toezichthoudende taak. “We hebben niet voor niets gekozen voor een bestuur op afstand.”