Een actuele Hamlet voor kinderen

Kindervoorstellingen: 1. Watersnood door Artemis. Tekst: Pauline Mol; regie: Peter Sonneveld; spel: Joost Koning, Anita Menist, Marike van Weelden e.a. Vanaf 10 jaar. Gezien 13/10 De Prekerspoort, Den Bosch. Tournee t/m 15/12. Inl. 073 6123223. 2. Hamlet door Huis aan de Amstel. Vertaling en bewerking: Carel Alphenaar; regie: Liesbeth Coltof; spel: Thomas Coltof, Peter van Heeringen, Julia Henneman e.a. Vanaf 10 jaar. Gezien: 26/10 De Krakeling, Amsterdam. Tournee t/m 22/12. Inl. 020 6229329.

“Nog maar een dag of wat, dan sterf je uit.” Zonder blikken of blozen wordt dit een oude vrouw gezegd, door haar eigen dochter en schoonzoon. Maar dat is precies wat deze kromme bejaarde wil, al fonkelen haar ogen nog zo levendig en boos. Anita Menist speelt na veertig jaar toneel voor het eerst voor kinderen en zet een grimmige oma neer die je je ergste vijand niet toe zou wensen. Snauwend en grauwend onthoudt zij haar kleinkind haar levenservaring: “Ik vertel jou niks. Je maakt het zelf maar mee.”

In de winter van 1995, in een dorp aan een rivier, zijn zij tot elkaar veroordeeld. Meteen aan het begin van de voorstelling gaan vader en moeder er haastig vandoor uit angst voor het stijgende water, met zowat het hele decor onder de arm. Oma in haar crapaudje blijft achter, om haar heen dartelt haar kleindochter Engel.

Marike van Weelden is als Engel aanvankelijk wat al te kinderlijk. Overdreven olijk staart ze met wijd opengesperde ogen de zaal in om telkens weer te benadrukken dat ze een kind is. Maar verderop in de voorstelling wordt haar spel overtuigender, bijvoorbeeld wanneer ze in plaats van haar oma netjes te antwoorden ineens op haar hurken met slingerende armen als een gorilla rond gaat springen. Behalve grappig is dat ook wat treurig, omdat ze zo haar uiterste best doet lastige vragen te ontwijken. Want oma wil dood en vraagt haar hulp daarbij.

Het kind en de oude vrouw zijn aan elkaar gewaagd en hun rijk geschakeerde samenspel wordt alleen onderbroken door de telefoon en wat agenten. En door spookbeelden van oma: twee huiveringwekkend grote ratten, God en de duivel. Alles en iedereen komt zich bemoeien met haar doodswens. In Watersnood waagde schrijfster Pauline Mol zich aan een actueel thema, waar kinderen soms niet aan zullen ontkomen in hun naaste omgeving.

Uit de brieven die Huis aan de Amstel ontving naar aanleiding van de voorstelling Hamlet, blijkt dat ook kinderen hun gedachten laten gaan over leven en dood. Moet Hamlet zijn oom vermoorden? 'Hoi', 'Hallo' en 'Yo mister Hamlet' schrijven ze. Velen menen dat hij zijn oom moet neersteken, anderen geven een recept voor giftige soep (met kikkers en bloedzuigers) en er is ook iemand die laconiek schrijft: “Als ik jou was zou ik het zo laten. Het is gebeurd. Je kunt er niks aan doen.”

Regisseuse Liesbeth Coltof gokte dus goed toen ze voor Hamlet koos, in de veronderstelling dat het verhaal voor tienjarigen uitstekend te volgen is. Zij realiseerde zich dat door echtscheiding tegenwoordig veel kinderen ineens worden opgescheept met een nieuwe vader. Ook de vraag of Hamlet zijn echte vader trouw moet blijven en aan zijn verwachtingen moet voldoen, al zijn die dan wat extreem, is van deze tijd. De bewerking is nauwelijks gemoderniseerd. Carel Alphenaar is dicht bij de oorspronkelijke tekst gebleven, wat als nadeel heeft dat het stuk zeker voor tienjarigen erg lang duurt. Ook de kostuums zijn in stijl, veel fluweel en goudstiksels, en er wordt geschermd met echte degens. Dit alles blijkt onverwacht goed te combineren met muziek van Michael Jackson en Cyndi Lauper. Wel uit de toon vallen Horatio en Ophelia als ze ineens “Yes! Yes! Yes!” beginnen te juichen.

Horatio wordt wat stijfjes en al te sereen gespeeld door Kyra Macco, die soms zo duidelijk en langgerekt articuleert dat de tekst er stroperig en onverstaanbaar van wordt. Als ze zegt: “Hoe, als een boemerang, het plan de plannenmaker doodt”, vallen vooral de klinkers nog op. Op de zeldzame momenten dat Horatio zich ergens over opwindt, slaat haar stem juist een beetje over. Peter van Heeringen als Hamlet heeft aanvankelijk ook iets houterigs, maar dat blijkt in dienst van het stuk te staan. Hamlet heeft weinig zelfvertrouwen, totdat hij de geest van zijn vader even mag knuffelen. Het meest tot de verbeelding spreekt echter Adri Overbeeke als Claudius, die met een enkel optrekken van zijn wenkbrauw zo vilein is dat de zaal siddert.