Diner van gekookte schoen met orkest

The Gold Rush. Regie: Charles Chaplin. Muziek: Filmorkest Max Tak o.l.v. Leonard van Goudoever. Gesproken tekst: Frank Groothof. Basta Audio Visuals.

Zelden wordt zwijgende films zo veel onrecht aangedaan dan wanneer ze op de televisie worden hervertoond bij de huppelende klanken van een honkytonk-piano. Weliswaar had menig goedkoop buurtbioscoopje tot in de jaren twintig niet meer te bieden dan zo'n kaal klavier, maar zodra de bioscoop een knip voor de neus waard was, zat er op zijn minst een strijkje - en hoe groter het theater was, hoe groter ook het orkest. De speciale filmvoorstellingen die het Filmorkest Max Tak sinds enkele jaren verzorgt, geven een heel wat betere indruk van hoe de muzikale begeleiding moet zijn geweest: een uit een ratjetoe aan populaire melodieën bestaande partituur, zwierig aaneengeklonken en stijlvol uitgevoerd.

Voor het eerst is nu een van de projecten van het elfkoppige ensemble, genoemd naar de vooroorlogse leider van het Tuschinski-orkest, met het bijpassende beeld op videoband vastgelegd. Het betreft het Chaplin-epos The Gold Rush uit 1925, in een piekfijne kopie waarop het zwart van 's mans pandjesjas prachtig contrasteert met het onherbergzaam witte sneeuwlandschap van Alaska. De film, gesitueerd in het toenmalige goudzoekersmilieu, vertelt het ietwat brokkelige verhaal van een vertederend bedoeld zwervertje (Chaplin zelf), zijn ontberingen in een onverwarmde hut zonder voedsel en zijn liefde voor een danseresje in een herberg vol grof besnaarde types. Tal van klassieke scènes komen erin voor, zoals het verorberen van een gekookte schoen, de pas de deux van twee aan vorken geprikte broodjes en de op een rots balancerende hut.

En bij dat alles levert muzikaal leider Leonard van Goudoever met zijn orkest zeventig minuten lang de ideale begeleiding - pastorale muziekgolven voor het landschap, dreigende pizzicato's als de goudzoekers van de honger lijken om te komen, vredige glissandi, wulpse ritmiek, geestige geluidseffectjes en de romige samenklank van strijkers en blazers in de dansmuziek van de roaring twenties. Twee lyrische thema's voeren de boventoon: Cordillo's liefdeslied Katerina, dat ooit op het repertoire van Caruso stond, en het romantische Georgia on my mind van Hoagy Carmichael, weliswaar pas zes jaar na The Gold Rush gecomponeerd, maar prachtig passend bij de momenten waarop het dansmeisje Georgia het hart van onze held verwarmt.

In plaats van de traditionele tussentitels spreekt hier een explicateur, naar ouderwetse trant, de verklarende teksten. Nodig is dat nauwelijks, en het nogal dof opgenomen stemgeluid van Frank Groothof geeft er onvermijdelijk een kinderachtig tintje aan. Maar veel zegt hij niet, en het Filmorkest Max Tak speelt gelukkig onverdroten voort.