Dictionary of Art met 34delen te groot voor cd-rom

The Dictionary of Art (Jane Turner ed.). Uitg. Macmillan Publishers, 34 delen, 5.759 pag.

AMSTERDAM, 30 OKT. De Dictionary of Art, die vorige week in Londen is uitgekomen en gisteren in het Rijksmuseum werd gepresenteerd, sluit aan bij een lange traditie van kunstenaarslexica en kunstencyclopedieën. Sinds de aartsvader van de kunstgeschiedenis, de Florentijn Giorgio Vasari, in de 16de eeuw een verzameling kunstenaarslevens publiceerde, hebben talloze auteurs de beeldende kunst van verleden en heden beschreven in de vorm van biografieën.

Later ontstonden ook uitvoeriger kunstencyclopedieën, met niet alleen bijdragen over kunstenaars, maar bijvoorbeeld ook over stromingen, genres en technieken. Tot dusverre was de meest recente daarvan de vijftiendelige Amerikaanse Encyclopedia of World Art, gepubliceerd in de jaren 1959-1968. De nieuwe encyclopedie is nog omvangrijker: in liefst 34 delen is door bijna 7.000 specialisten, in meer dan 41.000 trefwoorden een enorme hoeveelheid informatie bijeengebracht.

Nieuw aan de Dictionary is dat de aandacht zich niet overwegend richt op de Westerse wereld, het traditionele gebied van de kunstgeschiedenis, maar ook - en consequenter dan ooit - op andere beschavingen en culturen, zoals Zuidoost-Azië, India, Afrika en de Arabische wereld. Bovendien zijn er relatief veel nog levende kunstenaars in opgenomen en worden niet alleen de schilderkunst, sculptuur en architectuur serieus genomen, maar ook kunstnijverheid en fotografie, die vaak minder als grote kunst worden beschouwd.

Maar niet alleen om deze accentverschuivingen is het verschijnen van een nieuwe encyclopedie, zo'n dertig jaar na de vorige, van belang. In de afgelopen decennia is de produktie van kunsthistorische studies enorm toegenomen. Veel nieuw materiaal is boven tafel gekomen, zoals archiefstukken die nieuwe informatie geven over bijvoorbeeld de maker van een kunstwerk, de opdrachtgever of de datum van ontstaan. Zulke gegevens nopen er vaak toe de oude naslagwerken te herzien. Ook in methodisch opzicht zijn juist in de afgelopen tientallen jaren veel nieuwe inzichten gegroeid.

Tegenwoordig worden, naast de aandacht voor de kunstenaar, de stijlkritiek of het onderzoek naar de voorstelling van een kunstwerk, ook andere invalshoeken gekozen. De Dictionary besteedt aan deze nieuwe ontwikkelingen aandacht in aparte artikelen over bijvoorbeeld semiotiek en receptie-theorie.

Na veertien jaar van voorbereiding zijn alle 34 delen tegelijkertijd uitgebracht, een bewonderenswaardige heksentoer die zelden wordt vertoond in projecten van deze omvang. Omdat daarmee het probleem dat de eerste delen al verouderd zijn tegen de tijd dat de laatste verschijnen zich niet voordoet, is het hele naslagwerk nu up-to-date. Elke bijdrage sluit af met verwijzingen naar de belangrijkste en meest recente literatuur over het onderwerp, zodat de encyclopedie een ideaal uitgangspunt vormt voor verder onderzoek.

Overigens betekent dat niet dat zij alleen is bedoeld voor specialisten. Een kleine steekproef leert dat de artikelen alleszins leesbaar zijn en ook voor een breder publiek van kunstliefhebbers te genieten. Bovendien is, door de simultane publicatie van de delen, het systeem van onderlinge verwijzing naar trefwoorden ten volle benut. Nooit is immers vooruitgewezen naar nog niet geschreven artikelen in nog te verschijnen delen. En die vele kruisverwijzingen komen tegemoet aan de aardigste en onderhoudendste kant van dit soort dictionaires: de onvermoede wegen en zijpaden die al lezend worden ingeslagen.

Juist om dit reizen door het materiaal nog te vergemakkelijken, zou het zo mooi zijn te kunnen beschikken over een gedigitaliseerde versie van de Dictionary: klik een verwijswoord aan en de bijdrage die erbij hoort verschijnt op het computerscherm. De belangrijkste reden waarom er geen digitale versie van de encyclopedie is gemaakt, is dat de capaciteit van een CD-rom simpelweg nog te klein is om al het materiaal te bevatten.

Voorlopig moeten we het dus doen met de rij boeken die, ook gezien de hoge prijs, vooral in bibliotheken te vinden zullen zijn. Of de Dictionary, zoals de redactie beoogt, nog tot ver in de volgende eeuw het standaard-naslagwerk op kunstgebied zal zijn, staat nog te bezien. Een jaar of dertig moet lukken.