Democraten willen escalatie voorkomen; Clinton onder vuur om gelden voor campagne

WASHINGTON, 30 OKT. Minder dan een week voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen probeert de Democratische Partij uit alle macht een politieke storm af te wenden over dubieuze financiële bijdragen aan haar verkiezingskas.

Dagelijks komen nieuwe gegevens naar buiten over mogelijk illegale fondsenwerving voor de campagne van president Clinton.

Maar de president, die dezer dagen intensief campagne voert, heeft nog niet in het openbaar op de kwestie gereageerd. Volgens zijn woordvoerder zal hij later deze week een toespraak houden over hervorming van de regels voor de financiering van politieke campagnes.

De Republikeinen beschuldigen de Democratische Partij van illegale praktijken en van het negeren van haar wettelijke plicht om financiële verantwoording af te leggen. Ze hebben de minister van Justitie verzocht om een speciale aanklager aan te stellen die de financiering van de Democratische campagne moet onderzoeken. Ook hebben ze gedreigd een rechter te vragen om alle fondsen van de Democraten te bevriezen, zolang de partij geen volledige opening van zaken geeft.

De politieke opwinding bereikte gisteren een nieuw hoogtepunt toen de Democratische partij weigerde om voor de verkiezingen de gegevens vrij te geven over haar fondsenwerving in de eerste helft van oktober. Afgelopen donderdag hadden beide partijen die gegevens moeten verstrekken aan de federale commissie die toezicht houdt op de verkiezingen.

De Republikeinse partijvoorzitter Haley Barbour belegde daarop een persconferentie, waar hij betoogde dat de Democraten kennelijk iets te verbergen hadden. Zijn Democratische collega Christopher Dodd erkende later op de dag dat het verkeerd was geweest de lijst met donateurs niet vrij te geven en hij beloofde dat alsnog zo snel mogelijk te doen.

De omstreden Democratische fondsenwerver John Huang, die twee weken geleden op non-actief werd gesteld en sindsdien spoorloos was, verscheen gisteren op bevel van de rechter voor een verhoor in Washington. Huang heeft dit jaar voor de Democraten vier tot vijf miljoen dollar opgehaald, vooral onder Aziatische Amerikanen. Ook was hij verantwoordelijk voor bijdragen van buitenlandse bedrijven, wat volgens de wet niet toegestaan is, en een bijeenkomst om gelden te werven in een Boeddhistische tempel in Californië. De Democraten hebben enkele grote giften geretourneerd.

Huang moest gisteren getuigen in een rechtszaak die de conservatieve organisatie Judicial Watch twee jaar geleden al heeft aangespannen tegen het ministerie van Handel. De organisatie beschuldigt het ministerie ervan Amerikaanse handelsmissies naar het buitenland gebruikt te hebben om donateurs te werven voor de campagne van Clinton. Dat zou zijn gebeurd onder leiding van de voormalige minister van Handel Ron Brown, die dit voorjaar bij een vliegtuigongeluk in Kroatië om het leven kwam. Brown was voor zijn ministerschap voorzitter van de Democratische Partij.

Voordat Huang als fondsenwerver in dienst trad bij de Democratische Partij was hij anderhalf jaar lang plaatsvervangend onderminister van Handel. Daarvoor was hij in dienst bij het Lippo-concern van de Indonesische zakenman Mochtar Riady. De regering-Clinton beweerde de afgelopen weken met stelligheid dat Huang zich op het ministerie altijd verre heeft gehouden van kwesties die met Indonesië te maken hadden, om een belangenconflict te vermijden. Maar nu blijkt dat hij, al enkele dagen nadat hij zijn Indonesische werkgever verruild had voor de Amerikaanse overheid, toch zeker twee belangrijke bijeenkomsten op het departement heeft bijgewoond waar de handel met Indonesië op de agenda stond.

Los van de kwestie-Huang blijkt het ministerie van Justitie te onderzoeken of het hoofd van de organisatie die de Amerikaanse regering vertegenwoordigt in Taiwan, James C. Wood, Taiwanese bedrijven gevraagd heeft schenkingen te doen aan Clintons campagne. De net als president Clinton uit Arkansas afkomstige Wood zou dit voorjaar een aantal bezoeken aan Taiwan hebben gebracht om fondsen te werven. Die bezoeken vielen samen met een periode van oplopende spanningen tussen Taiwan en China, en tussen de VS en China.

Omdat de Verenigde Staten formeel geen diplomatieke betrekkingen met Taipeh onderhouden, is er een semi-overheidsorganisatie in het leven geroepen, met kantoren in Taipeh en Washington, die de relatie tussen de twee landen begeleidt. De organisatie, The American Institute in Taiwan, staat onder toezicht van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington, dat om het onderzoek van Wood zou hebben verzocht.