China snoert steeds meer critici de mond

PEKING, 30 OKT. “Hoe dieper de stilte, hoe groter het gevaar”, zegt Du Gangjian. De dissidente jurist aan de Volksuniversiteit van Peking is daarom niet te stoppen. “Enkele seconden voordat hij werd geëxecuteerd, was de dictator Ceausescu nog niet in staat te luisteren naar de kritiek van het Roemeense volk. In China is momenteel iets dergelijks aan de hand.

“De mensen is de mond gesnoerd en ze zijn ondergronds gegaan. Dat is een situatie waar het Chinese leiderschap zeer beducht voor is. Vandaar dat het grijpt naar het middel waarmee het zich de afgelopen decennia heeft bediend; het snoert nog meer mensen de mond.” Dat is de verklaring die Du heeft voor het harde beleid ten aanzien van Chinese dissidenten.

Met de veroordeling van Wang Dan tot elf jaar gevangenisstraf werd vandaag één van de laatste kopstukken van China's dissidentenbeweging de mond gesnoerd. De meeste dissidenten die zich in het verleden openlijk hebben uitgesproken tegen het regime, zitten hun straf uit, zijn naar het buitenland gevlucht of onthouden zich inmiddels van ieder commentaar.

Zo werd Liu Xiaobo, een bekend literair criticus, drie weken geleden zonder vorm van proces veroordeeld tot drie jaar 'heropvoeding via arbeid'.

Wang Xizhe, de dissident met wie Liu vorige maand samen had opgeroepen tot het aftreden en de berechting van China's president Jiang Zemin, omdat deze de communistische partij voortdurend boven de wet zou stellen, vluchtte enkele dagen later naar de Verenigde Staten.

Liu Nianchun, een activist die zich heeft ingezet voor de rechten van arbeiders, kreeg deze zomer een dergelijke straf opgelegd als Liu Xiaobo. En Wei Jingsheng, China's bekendste dissident en pleitbezorger voor democratische rechten van het eerste uur, werd vorig jaar december veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar.

Dissidenten buiten China zeggen dat de Chinese autoriteiten voor 1 januari trachten af te rekenen met de enkele andersdenkenden die nog van zich durven laten horen. Dan wordt een wet van kracht die moet voorkomen dat Chinezen zonder vorm van proces kunnen worden veroordeeld. Bovendien kunnen verdachten dan meer rechtsbescherming krijgen.

Volgens Du Gangjian, die zelf in toenemende mate beperkt wordt in de vrije publicatie van zijn artikelen, is dat maar gedeeltelijk waar. Hij denkt dat de Chinese autoriteiten nog geruime tijd de middelen zullen hebben af te rekenen met degenen die huns inziens buiten de samenleving moeten worden gehouden. “Er bestaat in China geen doorzichtige rechtsorde.”

Wat de reden ook mag zijn, de Chinese regering is blijkens de veroordeling van Wang Dan op grond van staatsondermijnende activiteiten, vastbesloten de medestanders van de beweging voor democratische hervormingen te vermorzelen. Zo gesteld zou echter de suggestie kunnen worden gewekt dat ooit sprake is geweest van een beweging die een dreiging heeft gevormd voor het voortbestaan van de Volksrepubliek China.

Maar dat is geenszins het geval. De dissidentenbeweging heeft hoofdzakelijk bestaan uit geïsoleerde, dikwijls berooide persoonlijkheden, die slechts af en toe de handen ineen wisten te slaan tijdens zeer riskante petitie-acties.

Vergelijkingen met de Pool Lech Walesa, die aan het hoofd stond van nationale stakingen, de Rus Andrej Sacharov of Birma's Aung San Suu Kyi gaan om die reden niet op.

Pagina 4: Geen massale steun voor dissidenten in China

Geen van China's dissidenten heeft in de oppositie tegen de Chinese machthebbers bij voorbeeld verwezen naar de miljoenen burgers die onder Mao Zedong gevangen werden gezet, verhongerden of werden vermoord. En geen van hen heeft op grond van die erfenis de legitimiteit van China's leiders aan de kaak gesteld. Integendeel, China's dissidenten hebben uitsluitend beleefd, doch direct, suggesties gedaan aan het adres van de Chinese regering.

Chen Xiaoya, een voormalig wetenschappelijk medewerker aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen, de denktank van de Chinese regering, die daags voor de veroordeling van Wei Jingsheng op non-actief werd gesteld na haar voorgenomen publicatie van een boek over de studentendemonstraties in het voorjaar van 1989, wijt de afwezigheid van massale steun voor de dissidenten aan het ontbreken van een onafhankelijke intellectuele traditie. “In de Sovjet-Unie is altijd sprake geweest van intellectuelen die in meer of mindere mate onafhankelijk van de politiek konden opereren. Zij bouwden voort op een traditie die voor de Russische revolutie al bestond. In China is dat nooit het geval geweest. Intellectuelen zijn ambtenaren, die werken ter meerdere glorie van de natie. Doen zij dat niet, dan worden zij onmiddellijk monddood gemaakt.”

Du Gangjian gelooft echter dat uitsluitend de repressie van de Chinese regering de oorzaak is voor de geringe steun voor dissidenten in China. “De controle van de media, het rechtssysteem en de beperkingen van wetenschappelijke vrijheid zijn daar primair de oorzaak van”, aldus Du. “Weinig Chinezen weten van het bestaan van de dissidenten af, laat staan dat zij ooit iets hebben gelezen dat betrekking heeft op hun politieke denkbeelden.”

Als dat wel het geval zou zijn, verwacht Du grote volkse ontevredenheid, “en dat weet men in Peking ook.”

Zowel Du als Chen gelooft dat de dissidentenbeweging in China wordt beknot door de toenemende invloed van linkse politici binnen de Chinese regering. “Ondanks het feit dat het twintig jaar geleden is dat de Culturele Revolutie werd beëindigd, is de geest van die beweging blijven hangen.” Dat blijkt volgens Du uit de reactie van de linkse politici op de veranderingen die China economisch doormaakt. Zo krijgen de dissidenten, met hun 'reactionaire' liberale denkbeelden, de schuld van de nieuwe sociaal-economische problemen die China momenteel ontmoet. “De linkse politici begrijpen niet dat alleen door middel van politieke hervormingen de sociale problemen kunnen worden opgelost. Teruggrijpen naar middelen uit het verleden werkt averechts. De bevolking vervalt dan in een veilig zwijgen - en baseer daar je politiek beleid maar eens op.”