Boeiend portret van een groot oplichter

Van geld heb ik weinig verstand, en misschien word ik daarom wel zo gefascineerd door oplichters. Zij leven immers van mensen die minder benul van geldzaken hebben dan zij. Hoe doen zij dat? Welke overredings- en overrompelingstactieken gebruiken zij? Daar kan ik nooit genoeg van krijgen.

De beste oplichter is hij die andere deskundigen in geldzaken de indruk geeft dat zijn kennis de hunne overtreft. Zo iemand was Robert Maxwell, een van de beroemdste zakenlieden van deze tijd, die in 1991 onder nooit helemaal opgehelderde omstandigheden in zee verdronk.

Maxwell was een meedogenloze geldgier die er geen been in zag duizenden van zijn werknemers te duperen door hun pensioenkassen te plunderen. Zijn carrière was gebouwd op bluf en intimidatie. Maxwell was één van die brutalen die al de halve wereld hebben, maar ten val komen omdat ze die andere helft er ook nog bij willen.

De BBC zond de afgelopen nacht een lange documentaire over hem uit: Maxwell: the downfall. Men had er, in de beste traditie van de BBC, veel werk van gemaakt. Talrijke betrokkenen waren geïnterviewd: van zijn butler en chauffeur tot zijn directeuren. Iedereen reageerde openhartig zijn frustraties af. Nu mocht het: het beest was dood.

Uit de documentaire rees het beeld op van een megalomane tiran met paranoïde trekken: hij liet de telefoons van zijn eigen mensen afluisteren. “Hij genoot van zijn macht”, zei de butler, “ik zag hem zijn topmanagers vernederen.”

Maxwell was als oplichter een kind van zijn tijd. Hij begreep hoe belangrijk het imago van een ondernemer kan zijn. Hij bespeelde voortdurend de media met eigen videofilms, zette kritische journalisten onder druk met strafprocessen en kocht desnoods hun kranten op.

Hij wilde alles onder controle hebben, tot aan de kleur van zijn haar toe: als er een grijs haartje doorschemerde, werd er onmiddellijk een kapper bijgeroepen om het zwart te verven. Op zijn reizen ging altijd een ijskastje met zijn favoriete delicatessen - zalm, kaviaar - mee.

Maar terwijl zijn roem en rijkdom toenamen, vereenzaamde hij. Wat dat betreft lijkt het leven van Maxwell op een romantisch filmcliché. De documentaire kreeg soms de trekken van een eigentijdse versie van Orson Welles' Citizen Kane. Ook Maxwell raakte vervreemd van zijn vrouw (“Een koude, Franse vrouw die mij geen liefde gaf”, klaagde hij) en vrienden. Tegen het einde van zijn leven leunde hij alleen nog op zijn zoon Kevin en zijn secretaresse.

Toen hij deze secretaresse ten slotte betrapte op een affaire met een Engelse journalist, was hij een verbitterd, zwaar aangeslagen man. Een veiligheidsman merkte op dat Maxwell in de laatste periode van zijn leven - toen hij met hartklachten thuis zat - alleen nog maar omringd werd door betaald personeel: er was geen familielid meer te bekennen.

Hoe kwam hij aan zijn einde? Was het een ongeluk aan boord van zijn schip, of was het de zelfmoord van een in het nauw gedreven fraudeur? Daarover kon ook deze film geen uitsluitsel geven. De kapitein van het schip achtte het denkbaar dat hij onwel was geworden aan dek, en vervolgens in zee gegleden. Ik vond de verklaring van Maxwells woordvoerder interessanter, te meer omdat het me een hele toer lijkt om per ongeluk over de reling van een schip te glijden. Maxwell had voor zijn vertrek deze woordvoerder omhelsd met de woorden: “Thanks for everything.”

Op één, niet onbelangrijk, punt bleef de documentaire onbevredigend. Maxwell was niet zomaar een oplichter. Hij ging om met de groten der aarde - van de premier van zijn land tot Gorbatsjov -, hij had contacten met de geheime diensten van de Sovjet-Unie en van Engeland en hij kreeg jarenlang praktisch onbeperkte kredieten van de grootste banken ter wereld. Waarom viel hij niet eerder door de mand?

Er waren vermoedens genoeg. Een ex-werknemer vertelde dat hij eens tegen Maxwell had gezegd: “U bent de grootste leugenaar van de wereld.” Maxwell had gelachen, alsof het een compliment betrof - en dat wás het in zekere zin voor hem ook.

Maar niemand greep in. De banken en de accountants keken zo lang mogelijk de andere kant op, ex-werknemers die te veel wisten lieten zich met enorme geldsommen afkopen. De enige die, ten slotte, ingreep, is vermoedelijk Maxwell zélf geweest. Toen was het al te laat, behalve voor hemzelf.