Bange Tadic schetst overlevingsstrijd

Gisteren eindigde het verhoor van Dusko Tadic zelf in zijn proces voor het VN-tribunaal. Volgende maand is er nog een laatste kans bewijzen te weerleggen, eind november volgen de slotbetogen. Een uitspraak is niet voor het voorjaar te verwachten.

DEN HAAG, 30 OKT. De aanklager kon gisteren weinig meer tegen Dusko Tadic inbrengen. Hij vergeleek uitspraken die Tadic eerder deze week in de rechtszaal had gedaan met verhoren die de verdachte door onderzoekers en politie waren afgenomen in 1994 en 1995 en sprak hem ironisch en bestraffend toe wanneer hij discrepanties constateerde. Dat waren er nogal wat - vooral data verschilden - maar Tadic had meestal een redelijk aannemelijke verklaring. De verschillen wijzigden niets wezenlijks in de bewijslast tegen Tadic. Opvallend waren slechts de lange, beschuldigende stiltes die de aanklager liet vallen tussen vragen.

De verhoren van Tadic van de afgelopen dagen hebben het beeld gevormd van een bange, enigszins kleinzielige en opportunistische man, die bij het uitbreken van de oorlog in zijn gebied in 1992 al het mogelijke heeft gedaan om de voorspoed die hij genoot - na een lange periode van werkloosheid en relatieve armoede - te continueren danwel te redden. Enkele maanden voor het begin van de oorlog in zijn dorp Kozarac, had Tadic een bar geopend waar 's avonds veel jeugd kwam luisteren naar Westerse muziek die hem vanuit Duitsland door zijn broer Mladin werd toegestuurd. Tadic had voor duizenden Duitse Marken (toen en nu de meest courante valuta in het gebied) in de kroeg geïnvesteerd, met succes. De bar stroomde vol, de kassa eveneens.

Tadic' succes liep als het ware niet synchroon met de snel veranderende wereld om hem heen. Hij volgt wel de tijdgeest door zich als Serviër aan te sluiten bij de nationalistische Bosnische Servische partij SDS, maar ziet daar geen kwaad in omdat iedereen zich naar etnische afkomst laat rangschikken door zich aan te sluiten bij politieke partijen. Hij ziet mensen uit het gebied vertrekken - ook zijn vrouw wil weg - en een toenemend aantal criminelen met wapens en uiteenlopende uniformen in het gebied rondlopen, maar zijn kroeg gaat voor alles. De nacht voor het begin van de eerste bombardementen op Kozarac, een dorp met in meerderheid moslims, slaapt hij nog in zijn café - op de vloer - om vroeg op de morgen van 23 mei 1992 toch naar zijn gezin in Banja Luka te vluchten.

Die week volgt hij het artilleriebombardement op Kozarac door de Bosnische Serviërs via de nieuwsberichten op televisie, zo verklaart hij in de rechtszaal, maar zodra duidelijk wordt dat het gebied weer enigszins toegankelijk is, vertrekt hij met zijn broer Lubomir om de schade op te nemen. Kozarac blijkt te zijn verlaten, maar het huis staat er nog evenals de dure koffiemachine en waardevolle stereoset. Ze vertrekken weer na enkele uren, met de stereoset, terug naar Banja Luka.

Hier wijkt het verhaal van Tadic volkomen af van getuigenverklaringen. Na het bombardement voeren de Serviërs de moslim-inwoners van Kozarac, die vanuit de bergen waar ze geschuild hebben terugkeren naar het dorp, in een lange kolonne af naar gevangenkampen in de buurt. Tadic wordt in de week na het bombardement nadrukkelijk herkend, in een camouflageuniform en met een automatisch geweer in de hand, op verschillende punten in het dorp, en in de gevangenkampen.

Tadic laat de verklaringen over zijn aanwezigheid in Kozarac tijdens het afvoeren van de gevangenen, waar hij mannen van vrouwen zou hebben gescheiden en zelfs enkele mensen in koelen bloede zou hebben vermoord, volkomen buiten beschouwing. Het is zijn broer en hemzelf tijdens de eerste tocht naar Kozarac duidelijk geworden, vertelt hij, dat het zeer gevaarlijk is in burgerkleren door het gebied te bewegen. Zijn broer duikelt daarom ergens een camouflageuniform voor hem op. Daarmee bezoekt hij Kozarac voor een tweede keer, maar nu blijkt het pand te zijn geplunderd.

Uit het verdere verloop van het verhaal blijkt dat vanaf dit moment een lang gevecht begint om de oorlog te overleven. Een baantje bij de verkeerspolitie helpt hem daarbij, later wordt hij secretaris van de SDS in Kozarac om het dorp nieuw leven in te blazen, zeer tegen de zin van de SDS-top in Prijedor in die het vroegere moslim-dorp verlaten wil houden. Tadic ontdekt dat ze hem maar lastig vinden, maar wijt dat aan het café dat hij inmiddels in Prijedor wil beginnen. Pas later vermoedt hij dat ze willen verhinderen dat Kozarac opnieuw bewoond wordt. In januari 1993 wordt door de Servische televisie in Bosnië een film van hem gemaakt waarin hij wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden in de gevangenkampen. De film is zeer incriminerend. In de tussentijd eist het leger hem op voor een plek aan de frontlinie, hij ontsnapt een aantal keren aan de militaire politie, die hem wil arresteren. Hij besluit te vluchten naar Duitsland, maar niet zonder eerst een rapport te hebben geschreven over zijn rol in de SDS, waarin hij tevens een aantal mensen die gerelateerd zijn aan moslims, aangeeft.

Uit dit document, dat tussen zijn papieren in Duitsland wordt gevonden, citeert de aanklager uitvoerig. Tadic betoont zich in het rapport een vurig nationalist. In de rechtszaal kan hij slechts suggereren dat de brief een allerlaatste poging was opnieuw te overleven. Een certificaat waarop staat dat hij namens het leger een wapen heeft gekregen, zegt hij te hebben vervalst.

Veel blijft nog onduidelijk. Tadic heeft waarschijnlijk meer op zijn kerfstok dan hij zegt, maar minder dan hem ten laste wordt gelegd, zoals ook blijkt uit de getuigenverklaringen. Boven zijn hoofd hangen tenminste nog vijf beschuldigingen van moord waarvan het tegendeel niet onomstotelijk is bewezen. De rechters zullen bij de beoordeling daarvan in hoge mate de geloofwaardigheid van de getuigen betrekken. De verdediging zoekt in Sarajevo en Bosnië naar de laatste aanwijzingen die geloofwaardigheid te beïnvloeden.