Weer ex-CTSV'er in beroep om baan

DEN HAAG, 29 OKT. Ook oud-Kamerlid G.J. van Otterloo (PvdA) blijkt begin deze maand bij de ambtenarenrechter in Den Haag beroep te hebben aangetekend tegen zijn ontslag als bestuurslid van het CTSV (College van Toezicht Sociale Verzekeringen) afgelopen voorjaar. Van Otterloo wil een betere afvloeiingsregeling.

De ondernemingsraad van het CTSV, die destijds soms op voet van oorlog leefde met het inmiddels ontslagen bestuur, maakt zich in toenemende mate zorgen over de mogelijke financiële gevolgen van de afvloeiingsregelingen voor de oud-bestuursleden voor het CTSV. De OR heeft de directie om opheldering gevraagd. De raad wil dat de kosten voor het oude bestuur voortaan apart worden opgenomen in de CTSV-begroting.

Vorige week werd bekend dat Van Otterloo's toenmalig mede-bestuurslid D. Van Leeuwen (oud-partijvoorzitter van de VVD) bij de rechtbank in appel is gegaan tegen het besluit van de staatssecretaris haar te ontslaan - samen met Van Otterloo en oud-staatssecretaris M. van Rooijen (CDA). Van Leeuwen eist 1,2 miljoen gulden extra salaris. Ze meent, evenals Van Otterloo, recht te hebben op salaris over een tweede bestuurstermijn die haar door de staatssecretaris was toegezegd. Dit geld komt bovenop de ruim vijf ton aan CTSV-salaris dat ze nog doorbetaald krijgt.

Welk bedrag Van Otterloo precies eist is nog onduidelijk. Bij eerdere gelegenheden liet zijn advocaat weten dat hij 1 miljoen gulden aan extra salaris wil (zijn tweede termijn), naast de 170.000 gulden die hij sinds zijn ontslag nog doorbetaald krijgt.

Staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) heeft de Tweede Kamer twee weken geleden per brief laten weten dat de nieuwe bestuursleden van het CTSV, die binnenkort zullen worden benoemd als opvolgers van interim-bestuurders Geurtsen en Etty, niet hoeven te rekenen op zulke hoge salarissen als hun voorgangers.

Evenmin kunnen de nieuwkomers aanspraak maken op een gouden handdruk.

Pagina 17: Veel commotie om vertrekregelingen

De voortgang van de rechtszaak die Van Otterloo nu bij de ambtenarenrechter heeft aangespannen hangt mede af van de wachtgeldregeling die voor hem in de maak is. Het huidige interimbestuur van het CTSV, bestaande uit de oud-politici A. Geurtsen en W. Etty, besluit een dezer dagen welke regeling Van Otterloo krijgt.

Het besluit volgt op de uitspraak van de geschillencommissie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die vorige maand op verzoek van de oud-bestuursleden bepaalde dat de staatssecretaris van Sociale Zaken niet had mogen zeggen dat de oud-bestuursleden geen recht hebben op wachtgeld.

De advocaat van Van Otterloo, mr. H. Knijff (De Brauw Blackstone Westbroek), zegt begin deze maand het beroep bij de ambtenarenrechter (tegen Van Otterloo's ontslag en de weigering ook het salaris over de tweede termijn te betalen) “zonder aanvoering van gronden” te hebben ingediend omdat hij eerst wil afwachten hoe de wachtgeldregeling eruit komt te zien.

De Ondernemingsraad van het CTSV maakt zich zorgen over de afvloeiingsregelingen voor het oude bestuur. De regelingen komen namelijk ten laste van de begroting van het College zelf. De ondernemingsraad heeft de CTSV-directie gevraagd in de komende begrotingen duidelijk te maken hoeveel de oud-bestuursleden aan wachtgeld en salaris krijgen doorbetaald, zegt OR-voorzitter P. Visser. Volgens hem heeft het CTSV daarmee ingestemd.

De woordvoerder van het CTSV ontkent dit ten stelligste. “We gaan dat niet expliciteren, dat hebben we ook niet toegezegd. Als we dat wel zouden doen, tasten we de privébelangen van de oud-bestuursleden aan.”

De bestuursleden Van Leeuwen, Van Otterloo en Van Rooijen zijn afgelopen voorjaar door toenmalig staatssecretaris Linschoten (Sociale Zaken) ontslagen na een hoog oplopend conflict rond het CTSV, het orgaan dat toezicht houdt op 90 miljard gulden aan sociale uitkeringen. In juni werd een parlementair onderzoek gehouden naar de affaire dat leidde tot het vertrek van Linschoten.

De afvloeiingsregelingen voor het ontslagen CTSV-bestuur hebben veel commotie veroorzaakt. Mensen binnen de organisatie zelf vinden het 'onverkoopbaar' dat bestuursleden die amper anderhalf jaar in dienst zijn geweest nu recht denken te hebben op doorbetaling van hun salaris tot in de volgende eeuw, salaris dat door de premiebetaler moet worden opgebracht

Ook een aantal fracties in de Tweede Kamer is bezorgd en heeft vragen over de regelingen gesteld.