Vuur als schreeuw om aandacht

Wat moet er in vredesnaam met Marijke van der Waelen gebeuren? Die vraag hangt een uur lang log en ongemakkelijk in de zaal van de Utrechtse rechtbank. De rechters stellen bezorgde vragen, de deskundigen geven bezorgde antwoorden, de advocaat kijkt bezorgder dan ooit, en alleen Marijke is de bezorgdheid allang voorbij: zij is vooral beangst door alles wat die mensen over haar zeggen en wat ze over haar kunnen beslissen.

Negenendertig jaar is deze tengere vrouw op rode basketbalschoenen, en er moet nog over haar gepraat worden alsof ze een kind is. Marijke heeft het daar wel naar gemaakt, dat beseft ze. Drie jaar geleden moest ze al eens voorkomen voor brandstichting. Vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf kreeg ze toen. Ze moest zich daarna onder toezicht van de reclassering stellen, maar daar kwam weinig van terecht.

“Het klikte niet zo goed tussen de psychologe en mij”, zegt ze. “Wil je alles kwijtraken, dan moet het goed klikken.”

Marijke heeft heel wat om kwijt te raken. Onverwerkte traumatische ervaringen in haar jeugd, mislukte huwelijken, postnatale depressies, zelfmoordpogingen, een hang naar pyromanie. Het is zó veel en zó intiem dat ze de rechters vraagt haar zaak achter gesloten deuren te behandelen. Haar verzoek wordt afgewezen omdat het belang van de openbaarheid prevaleert.

Begin dit jaar ging het weer helemaal mis met Marijke. Ze stichtte in vier maanden tijds zes branden. Het gebeurde ondermeer in haar eigen flatgebouw, in een kinderdagverblijf, op een kantoor en in een kerk. Totale schade: ruim een miljoen gulden.

“Het is nooit mijn bedoeling geweest dat het af zou branden”, zegt Marijke. Ze had het ook vaak 's nachts gedaan, zodat er geen gevaar voor personen ontstond.

“Waarom sticht u nu juist brand?” vraagt een bijzittende rechter.

“Ik weet het niet. Het is een kwaadheid die ik op de een of andere manier wil uiten.”

De vraag wordt ook aan een aanwezige forensische psychiater gesteld: waarom sticht iemand brand? Zijn antwoorden blijven vaag. Het gaat over 'vuur als indirecte agressie, maar wel naar buiten gekeerd' en over 'vuur als symbool van de macht': “De onmacht wordt in de gloed van het vuur doorbroken en dat geeft een kick.” Het is het type verklaring dat gemakkelijk inwisselbaar is voor andere verklaringen.

Misschien is het bevredigender om simpel vast te stellen: Marijke wilde aandacht, de wereld moest weten hoe slecht het met haar ging.

“Het gebeurde vooral als u veel gedronken had”, constateert de voorzittende rechter, mevrouw mr. R. Meertens. “Dacht u er niet aan hulp te zoeken?”

“Dat durfde ik niet.”

“Kreeg u overdag niet het gevoel: ik glijd af?”

“Ik heb me wel eens bij het ziekenhuis gemeld, maar ze hadden geen plaats.”

Het merkwaardige - bijna paradoxale - feit doet zich voor, dat Marijke eindelijk weer een goede relatie had toen ze opnieuw met brandstichten begon.

“Vanaf november '95 ken ik hem”, zegt ze vlak, alsof ze er niet écht blij mee is.

“Maar uw depressies verzweeg u voor hem?”

“Ja.”

“Bij testen heeft u goed gescoord: u heeft het IQ van een begaafd iemand. Verbaast u dat?”

“Ja.”

“Dat is toch leuk?”

“Dat wel.”

In de rapportages van de gedragsdeskundigen over Marijke wemelt het van begrippen als 'neurotische labiliteit', 'ernstige psychopathologie', 'anti-sociaal gedrag', 'bizarre zintuiglijke waarnemingen'. Hoe behandel je iemand daarvoor? In 1993 dacht de forensische psychiater nog dat behandeling op vrijwillige basis toereikend zou zijn. Drie jaar en zes branden later lijkt een andere conclusie onvermijdelijk: een gedwongen behandeling in een inrichting.

“Hoe ziet u het zelf?” vraagt de rechter.

“Ik wil graag vrijwillig behandeld worden, ik weet dat ik het vol zal houden.”

“Waarom?”

“Omdat ik zo niet wil doorgaan.”

“Dat dacht u de vorige keer ook.”

Marijke is als de dood voor de oplegging van een tbs-maatregel met dwangverpleging. Zo'n maatregel duurt in beginsel twee jaar, maar kan telkens indien nodig met een of twee jaar verlengd worden. Gemiddeld duurt het vijf jaar voor iemand vrijkomt, er zijn momenteel ongeveer twintig mensen die gedoemd zijn de rest van hun leven vast te zitten. Een weinig aanlokkelijk voorland dus, en Marijke is schrander genoeg om dat te beseffen.

De forensische psychiater probeert het gevreesde leed wat te verzachten. “Tbs schept mogelijkheden om eindelijk uit het moeras te komen, het zou ook voor mevrouw Van der Waelen wel eens de enige manier kunnen zijn om haar moeilijkheden te boven te komen. Maar tbs is in de eerste plaats bedoeld als straf, dat kan ik niet verhelen.”

De twee gedragsdeskundigen draaien er niet om heen: zij zien tbs met dwangverpleging als enige mogelijkheid voor Marijke. De kans op recidive achten zij te groot. De psycholoog vindt het juist verontrustend dat Marijke is doorgegaan met brandstichten, nadat ze een nieuwe vriend had gekregen. “Misschien kan ze het niet aan om zich te binden en duikt ze daarom steeds weer onder in alcohol en agressie. De behandeling moet gedwongen worden omdat ze hem anders weer afbreekt. Ze zal door de pijn heen moeten.”

“En een gedwongen toezicht door de reclassering?” probeert de advocaat, mr. P. Bovens, nog.

“Dat is te weinig.”

De officier van justitie, mr. J. Plooy, beseft wat er op het spel staat. “Tbs is de zwaarste maatregel die ons strafrechtsysteem kent. Zo'n zwaard van Damocles drukt zwaar op je gestel. Ik kan me voorstellen hoe mevrouw zich voelt, maar ik moet letten op het maatschappelijk belang. Deze delicten zijn tbs-waardig.” Hij eist negen maanden gevangenis onvoorwaardelijk plus tbs met dwangverpleging.

De advocaat toont in zijn pleidooi de nodige verscheurdheid. “Ik onthoud me van stellingname over de behandelwijze, maar ik steun mijn cliënt als ze zegt dat er een alternatief mogelijk is.”

“Ik hoop op een andere manier van behandeling”, zegt Marijke in haar laatste woord. “Ik zie ontzettend op tegen tbs, alleen al vanwege de lange duur.”

“Het zal geen gemakkelijke beslissing voor ons zijn”, verzekert de rechter haar, “daar zullen we lang over doen.”

(Het vonnis, twee weken later: conform de eis.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.