Voorzorgsbeginsel

Volgens E.J. Bomhoff brengt het voorzorgsbeginsel met zich mee dat er niet te lichtvaardig geld dient te worden uitgegeven aan onnutte zaken (NRC HANDELSBLAD, 21 oktober). Maatregelen tegen klimaatverandering, waar geen wetenschappelijke zekerheid over bestaat, beschouwt hij daarom vooralsnog als onnodig.

Aldus schetst de auteur ons een vertekend beeld van de betekenis van het voorzorgsbeginsel. De ook door Nederland via de Rio Declaratie van 1992 aanvaarde definitie van het beginsel leert ons dat indien er belangrijke of irreversibele milieuschade dreigt, gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid niet als een reden mag worden gebruikt om af te zien van het nemen van maatregelen. Er dreigt belangrijke schade als gevolg van klimaatverandering. Er bestaat internationale overeenstemming over het feit dat klimaatverandering door menselijke invloeden wordt veroorzaakt. Het uitstellen van het nemen van maatregelen vanwege wetenschappelijke twijfels is dus juist in strijd met het voorzorgsbeginsel.

In de Rio Declaratie staat wel dat maatregelen rendabel ('cost-effective') dienen te zijn. Bijgevolg zou er voorlopig geen geld moeten worden uitgegeven aan maatregelen indien de dreigende schade in geen verhouding staat tot de uitgaven. Daarvan is hier echter geen sprake. Er dreigt omvangrijke schade. Wij zijn dus tegenover toekomstige generaties verplicht om nu maatregelen te nemen. Tot eenzelfde conclusie komt ook de VN-commissie, na uitvoerige kosten-batenbeschouwingen. Ten slotte nog dit. Het feit dat bepaalde prognoses in de loop der tijd gunstiger worden zou heel wel te maken kunnen hebben met inmiddels genomen maatregelen. Maatregelen waarvan het nut door de critici in het verleden ook steeds werd betwist. Juist door ondanks onzekerheden en kritiek als die van Bomhoff toch tot het nemen van maatregelen over te gaan indien er belangrijke schade dreigt, wordt er een juiste invulling aan het voorzorgsbeginsel gegeven.