VN: situatie volk Irak verslechterd

NEW YORK/WASHINGTON, 29 OKT. De gezondheidstoestand van de Iraakse bevolking is ernstig verslechterd door gebrek aan voedsel, medicijnen en schoon water en de verwachting is dat de situatie nog slechter zal worden. Dat melden hulporganisaties van de Verenigde Naties die gisteren op een persconferentie in New York een gemeenschappelijk beroep op de internationale gemeenschap deden om met spoed geld te geven voor voortzetting van de humanitaire hulp aan het land.

Een eerder verzoek om geld is nauwelijks gehonoreerd. Een hoge VN-functionaris in Bagdad zei vandaag dat het hulpprogramma mogelijk zal moeten worden opgeschort wegens geldgebrek.

Irak is in de zomer van 1990, na de bezetting van Koeweit, onderworpen aan een volledig handelsembargo dat pas kan worden opgeheven wanneer Bagdad volledig heeft voldaan aan een reeks voorwaarden van de Veiligheidsraad van de VN inzake zijn ontwapening. Sindsdien is de humanitaire situatie in het land gestaag verslechterd, ofschoon Irak volgens de desbetreffende resoluties wel voedsel en medicijnen mag importeren. Het VN-kinderfonds UNICEF, dat gisteren samen met het Wereldvoedselprogramma (WFP) en met het departement humanitaire zaken van de VN in actie kwam, wees erop dat volgens de Iraakse autoriteiten nu elke maand 4.500 kinderen onder de leeftijd van vijf jaar sterven. Andere humanitaire organisaties noemden dit cijfer waarschijnlijk.

Yasushi Akashi, ondersecretaris-generaal humanitaire zaken van de VN, sprak gisteren in New York van een “ernstige verslechtering” van de situatie. Hij betreurde dat een oproep aan de internationale gemeenschap om de 39,9 miljoen dollar te doneren die de hulporganisaties tot het eind van het jaar voor Irak nodig hebben, vorige maand slechts 1,6 miljoen dollar had opgebracht, uit Nederland en Frankrijk. Het WFP heeft 19 miljoen dollar nodig voor 2,1 miljoen “zeer kwetsbare” mensen; UNICEF 10 miljoen voor voor medicijnen en extra voedsel voor kinderen.

Volgens Akashi is een reden voor de lauwe reactie van de donoren de internationale verwachting dat het olie-voor-voedsel plan van de VN op redelijk korte termijn ten uitvoer wordt gelegd. Onder deze regeling conform resolutie 986 van de Veiligheidsraad mag Irak een beperkte hoeveelheid olie exporteren om voedsel en medicijnen aan te schaffen. Er duiken echter steeds nieuwe problemen op die uitvoering van het plan in de weg staan, laatstelijk de Iraakse betrokkenheid bij de verovering van de Noordiraakse stad Arbil voor een Koerdische groepering. Akashi wees gisteren waarschuwend op de duurzaamheid van deze problemen.

De Verenigde Staten schoven gisteren de verantwoordelijkheid voor de situatie toe aan de Iraakse president Saddam Hussein. “Als hij eens zou beginnen wat van zijn persoonlijke fortuin te gebruiken voor zijn eigen bevolking, dan zou de Iraakse bevolking denkelijk beter af zijn”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. (Reuter, AFP, AP)