'Te veel vertrouwd op Sarajevo'

DEN HAAG, 29 OKT. Dat het imago van de aanklager van het VN-tribunaal een flinke deuk heeft opgelopen door de valse getuigenis in de zaak tegen de Bosnische Serviër Dusko Tadic, is men ten burele van het tribunaal graag bereid te erkennen. Maar de bewering dat het voortbestaan van het hele tribunaal op losse schroeven wordt gezet door de affaire, leidt slechts tot verwoed getik tegen het voorhoofd met een wijsvinger.

“Als bij jullie een getuige meineed pleegt, trek je toch ook niet meteen de geloofwaardigheid van de hele rechtsstaat in twijfel”, zegt een medewerker van het bureau van de aanklager, die niet met zijn naam in de krant wil. “Het valt ons trouwens op dat vooral de Nederlandse media ons bij voorbaat al gestorven wanen, terwijl in de VS of Frankrijk lof wordt geuit over het feit dat het proces eerlijk verloopt.” Want had de aanklager niet meteen zijn medewerking verleend aan het onderzoek van de verdediging naar het waarheidsgehalte van de getuigenis, hoe moeilijk het ook te verkroppen was dat daarmee iets mis kon zijn? En had de aanklager, toen dat het geval bleek en ook nog eens de Bosnische politie er mogelijk de hand in had, de fout niet onmiddellijk toegegeven en de aanklacht aangepast? “Hulde voor de verdediging”, roept de medewerker cynisch. “Stel dat het pas na een veroordeling bekend was geworden?”

Toch zijn de druiven zuur. De vraag hoe de aanklager in de fout kon gaan, houdt de gemoederen danig bezig. “Ze hebben te veel vertrouwd op de Bosnische regering”, zegt een diplomaat die het tribunaal volgt. “De moslim-regering heeft meteen na de oprichting de kracht en de mogelijkheden gezien van het tribunaal in de strijd met de Serviërs. Veel van het materiaal dat de Bosnische commissie voor oorlogsmisdaden had verzameld over Bosnische Serviërs is snel en geruisloos, maar in overeenstemming met alle procedures, naar Den Haag verscheept. Dat verklaart waarom in eerste instantie zoveel Bosnische Serviërs werden aangeklaagd en waarom ook snel concrete beschuldigingen aan het adres van Karadzic en Mladic geformuleerd konden worden. De Serviërs hielden tot voor kort hun boeken gesloten. Nu blijkt dat de Bosnische autoriteiten behalve papier kennelijk ook een aantal getuigen in de aanbieding hadden.”

De gewraakte getuige, aanvankelijk verborgen gehouden achter de codenaam 'L' maar inmiddels beter bekend als Dragan Opacic, werd in maart 1995 aan het tribunaal aangeboden door de Bosnische politie. De hoofdonderzoeker in de zaak Tadic, de Australiër Robert Reid, bezocht de getuige in april van dat jaar in een gevangenis in Sarajevo. Tadic was inmiddels gearresteerd en verbleef in een gevangenis in Duitsland, dat druk bezig was met zijn uitlevering. Tadic zou daarmee als eerste verdachte ter beschikking van het tribunaal komen.

Reid verklaarde vorige week na één gesprek de getuige geaccepteerd te hebben. Dat was niet geheel onbegrijpelijk, want anders dan andere getuigen die door het bureau van de aanklager bij elkaar waren gesprokkeld, kon 'L' Tadic heel nauwkeurig plaatsen in het gevangenkamp Trnopolje. Hij had gezien hoe Tadic als commandant opdrachten gaf, zelf mensen had vermoord en vrouwen had verkracht. Tot in de kleinste details had de man de meest gruwelijke misdaden beschreven. Opacic bleek een buitengewoon waardevolle getuige voor de aanklager.

Voor de verdediging was de getuigenverklaring van Opacic buitengewoon schadelijk. De Brit Steven Kay, die voor de verdediging de verhoren doet in de rechtszaal, zette Opacic in kruisverhoor flink onder druk met aantal opmerkelijke onwaarheden als gevolg. Zo zou Tadic vrouwen hebben verkracht in de kelders van bij het kamp gelegen huizen, maar geen van die woningen blijkt over een kelder te beschikken.

Een onderzoek in Bosnië naar Opacic door de verdediging culmineerde vorige week in de erkenning van deze getuige dat hij alles had gelogen, onder druk van de Bosnische politie die dreigde hem of zijn familie te executeren. “We hebben afgelopen zaterdag nog uitvoerig met Opacic van gedachten gewisseld en het gevoel dat hij de waarheid spreekt over de Bosnische politie die hem van alles over Tadic zou hebben ingeprent, is alleen maar sterker geworden”, zei Tadic' verdediger, de Nederlandse advocaat mr. M. Wladimiroff, gistermiddag. “Ik acht hem niet in staat het complexe verhaal dat hij heeft te verzinnen.”

Wladimiroff laat het niet bij deze constatering. Hij gaat met een lijst getuigen die 'spontaan' door de Bosnische regering zijn aangeboden naar Sarajevo om te controleren of ze wel authentiek zijn. “Ik heb redenen aan te nemen dat Opacic geen uniek geval is”, aldus Wladimiroff.

Als dat zo is, dan ontstaat voor de aanklager volgens waarnemers een groot geloofwaardigheidsprobleem. “Dan mag je van geluk spreken dat er net een opvolger voor Goldstone is aangetreden, die niet op de hoogte is van gangbare mores in het bureau en die schoon schip kan maken”, zegt een Amerikaanse waarnemer. “Want er zal dan een hele nieuwe aanklagersploeg moeten aantreden, die veel onafhankelijker te werk gaat dan tot nog toe het geval was.”

Het tribunaal moet blijven bestaan, luidt unaniem de mening onder diplomaten en medewerkers van het tribunaal.

De laatsten zeggen dat de kwestie het bureau van de aanklager nadrukkelijker zal scheiden van het tribunaal zelf, dat bestaat uit de rechters die oordelen. Deze ontwikkeling wordt met name door Louise Arbour, de opvolgster van aanklager Richard Goldstone, vurig bepleit.

“En ze verdient steun”, meent de Amerikaanse waarnemer. “Misschien is de hele affaire wel een blessing in disguise voor het tribunaal. Je kan beter met een kleine jongen als Tadic op je bek gaan dan met een zwaargewicht als Mladic.”