Samsungs Lee: verander alles behalve je vrouw

Het Zuidkoreaanse conglomeraat Samsung denkt via een overname van het failliete Fokker een plaats op de 'vechtmarkt' van de vliegtuigindustrie te veroveren. Hoofddoel is in 2000 een omzet van 200 miljard dollar halen en bij de wereld-toptien te horen.

SEOUL, 29 OKT. Samsungs 'recruit no. 37' Jin Soo Kim is een discipel geworden van Samsung-voorzitter Lee Kun Hee en heeft er niet de minste moeite mee de missie van Zuid-Korea's grootste industriële groep voor de 21-ste eeuw onder woorden te brengen. “Om Samsung in de komende eeuw bij de wereld-toptien van bedrijven te brengen, op één lijn met Daimler Benz en General Electric, of beter”, zegt de wat pukkelige 23-jarige ingenieur zonder blikken of blozen. Jin knoopt er aan vast: “Daarom heeft onze voorzitter een New Management Policy ontwikkeld (...) voor het welzijn van Samsung, van onze natie en van de wereld.”

Evenals zovele andere aankomende Samsung-werknemers die een 30-daagse introductietraining volgen op Samsungs Human Resource Center in Kyungki-Do, op een uur rijden van de hoofdstad Seoul, draagt 'recruit' Jin Soo Kim een blauwe bedrijfs-bodywarmer met eigen nummer (37 dus). Hij laat verder nog in ernst weten: “Onze voorzitter Lee weet wat er speelt in de ontwikkelde landen en wat de zin van het leven is.”

Zelf krijgen de aankomende Samsung-werknemers de 54-jarige voorzitter/hoofdeigenaar Lee Kun Hee van het conglomeraat niet te zien. Lee vertoont zich zelden in het openbaar. Maar diens toekomst-ideeën krijgen ze op dit centrum in geschrift en zeker ook in beeld ruim voorgeschoteld. De voorzitter steunt bij de popularisering van zijn gedachtengoed aangaande Samsung en de mensheid immers sterk op Samsungs interne videosysteem.

Hoewel twijfel niet als een in het oog lopende eigenschap van de uiterst gedreven en wat excentrieke Lee geldt, laat hij de rekruten in Kyungki-Do via het scherm niettemin delen in zijn onzekerheden en zorgen, “want wij leven in een tijd dat meer bedrijven ondergaan dan opbloeien”. De voorzitter: “Soms voel ik het koude zweet langs m'n rug lopen bij de gedachte aan die crisis.”

Die wortelt volgens Lee in het feit dat de buitenwereld zo razendsnel verandert, veel sneller dan menigeen bij Samsung beseft. Dus moet voortaan bij Samsung ook alles anders. Die boodschap vormt de kern van Lee's 'Nieuwe Management Politiek'.

Op de onbevangen overzeese bezoeker komt de boodschap vooral over als een wat merkwaardig allegaartje van moderne Amerikaanse management-ideeën, zoals decentralisatie, teamwerk en globalisering; aangevuld met moralistische aanmaningen.

De werknemer dient 'humanisme, moraliteit en manieren' te cultiveren en tevens te beseffen dat reinheid de kwaliteit bevordert; zeker ook met humor: “Verander alles, behalve je vrouw en kinderen”, roept Lee z'n mensen op; en dat alles overgoten met een gedreven loyaliteit die Samsung volgens ingewijden een teamgeest en een stootkracht bezorgt die door menige overzeese concurrent wordt gevreesd.

Pagina 15: In 'de republiek' van voorzitter Lee heerst de tomeloze ambitie

Dit dynamische recept moet er volgens Lee Kun Hee toe leiden dat de Samsunggroep in het jaar 2000 tot de absolute wereldtop behoort. De vier hoofddivisies elektronica, machinerieën (waaronder vliegtuigen, schepen en binnenkort ook auto's), chemicaliën en financiën / verzekeringen, plus nog een 'restant' waartoe hotels, hospitalen, amusement, kranten etc. behoren, zullen dan samen zo'n 200 miljard dollar per jaar omzetten. Nu is dat 87 miljard. In 1987, toen Lee de groep van zijn vader en bedrijfsoprichter Lee Byung Chull overnam, bedroeg de omzet 30 miljard.

Er zijn analisten in Seoul die Lee's ambities, ondanks Samsungs 'diepe zakken', afdoen als buitensporig. “Niets put de hulpbronnen van een onderneming meer uit dan de egomanie van de voorzitter”, spot een buitenlandse werknemer van een van de vele in Seoul gevestigde 'Securities'. Hij wijst tevens op de depressie waaraan Samsungs voornaamste kaskoe, de geheugenchip, thans lijdt en op de weinig imposante 'Baa-2 waardering' die het conglomeraat van de Amerikaanse Moody's Investment Services krijgt. Tegelijk gaat voorzitter Lee onverstoorbaar door met het opzetten - voor 5 miljard dollar - van een eigen autoproduktielijn, terwijl er al vier Koreaanse automakers zijn die elkaar op leven en dood beconcurreren.

Daar komt volgens de Securities-analist bij dat 'chaebols' als Samsung in Korea vooral groot werden doordat ze langdurig konden profiteren van laagbetaalde werknemers, van een goedkoop gehouden munt, overvloedige overheidskredieten en een grondig beschermde binnenmarkt. Maar intussen, zo luidt zijn redenering, behoren de Koreaanse werknemers na die van Japan tot de hoogstbetaalden van Azië en maakt protectie gaandeweg plaats voor liberalisering. En dat zullen de Koreaanse chaebols, waaronder Samsung, voelen.

Een Westerse diplomaat in de Koreaanse hoofdstad heeft een positiever inschatting: “Samsung is financieel de sterkste onderneming van het land, technologisch het meest ontwikkeld en met de modernste, meest gedecentraliseerde managementstructuur.” Hij voegt eraan toe: “Voorzitter Lee wordt binnen het bedrijf weliswaar gezien als een soort godheid, maar hij houdt zich de laatste jaren voornamelijk bezig met het uitstippelen van de grote lijn.”

Managers van rivaliserende industriële groepen hebben Samsung met een vleug van jaloezie wel omschreven als 'meer cultus dan conglomeraat'. Samsung wordt in die kringen ook wel 'De Republiek' genoemd wegens de 'persoonsverheerlijking' van voorzitter Lee. “Het probleem met Samsung is dat het de individuele persoonlijkheid verwaarloost”, aldus een zegsman. “Geen Samsungmanager die de voorzitter ongevraagd een e-mailtje durft sturen. De groep mist menselijke relaties.”

Feit is dat Lee Kun Hee teruggetrokken leeft en het zakelijke/sociale leven van Seoul zorgvuldig mijdt. Interviews aan de pers geeft hij niet. Hij is volgens zijn omgeving vrijwel altijd 'op reis' dan wel 'in retraite' en niemand weet te zeggen wanneer hij terugkomt. Lee rondde in Japan en de VS managementstudies af en geldt in Korea als een visionair op dat terrein. Naar wordt gezegd verdeelt hij z'n meeste tijd - voorzover hij in Seoul is - tussen de studeerkamer van zijn villa nabij het Hyatthotel, waar hij nog wel eens een balletje tennis wil slaan, en de 'boardroom' van het Samsunghoofdkwartier in centraal-Seoul met uitzicht op de historische South Gate van de Yi-dynastie. Daarnaast ontspant Lee zich op zijn hondenfokkerij of draait hij pijlsnelle rondjes op Samsungs eigen autocircuit bij Seoul.

Over Lee's naaste familie is weinig bekend. Wel hebben redelijk wat verwanten leidende posities in bedrijven die Samsung de laatste tijd heeft afgestoten, omdat ze niet meer tot de kernactiviteiten worden gerekend. Zo deed zijn 38-jarige nicht Miky Lee, voorzitter van het afgestoten Cheil Foods, onlangs van zich spreken door voor 300 miljoen dollar een aandeel van 10 procent te nemen in de amusementsgroep Dream Works van Steven Spielberg & vrienden.

Samsung pleegt zijn personeel te selecteren onder de meest getalenteerde afgestudeerden van de negen universiteiten die 'groter Seoul' (22 miljoen mensen) bedienen. You Jai Sul, een functionaris van Samsungs Human Resource Center in Kyungki-Do, laat dan ook wat pompeus weten: “Zij moeten briljant, scherp, intellectueel, welopgevoed en ambitieus zijn.”

Omgekeerd geldt onder de Koreaanse jeugd een baan bij Samsung als de beste werkgelegenheid die in het land voorhanden is. Tenminste voor degenen die het niet erg vinden bijtijds op te staan. Want in het kader van voorzitter Lee's New Management Policy zijn de werktijden onlangs met twee uur vervroegd. Er wordt nu van 's morgens 7 tot 's middags 4 uur gewerkt en niet meer van 9 tot 6 uur of zoveel langer als nodig werd geacht. “Wij mijden zo de ochtendspits”, legt een voorlichter uit, “en 's middags na vieren worden werknemers geacht aan zelfontwikkeling te doen, computerles te volgen, Engels te leren of zich meer aan het gezin te wijden. Onze voorzitter vindt dat dit de onderneming ook sterker maakt.”

Daar komt volgens de Samsungzegsman nog wat bij: “Vroeger doken veel mensen om 6 uur 's avonds of later als ze klaar waren de kroeg in. Maar om 4 uur is het nog te vroeg om te gaan drinken.” Sommige 'workaholics' hadden zoveel moeite met het nieuwe regime dat ze heimelijk om half zes 's morgens begonnen of na vieren stiekem terugkeerden naar hun bureaus. Zij kregen van de bedrijfsleiding een speciale 'schokbehandeling': ze werden verplicht om vier dagen achtereen niets te doen.

Lee's directief tot vroeger beginnen en korter werken had nòg een bijbedoeling: de massa-dril en het kwantiteitsdenken uitbannen, de creativiteit stimuleren, en de kwaliteit van produkt of dienst boven alles stellen. Daarom ook is in alle Samsungfabrieken het zogeheten lijn-stopsysteem ingevoerd: als ergens een defect wordt geconstateerd, stopt de hele produktielijn tot het verholpen is. Daarnaast werd in het nieuwe kwaliteitsstreven uiteraard ook voorzitter Lee's geheime wapen, het interne en wereldwijde videosysteem, weer in stelling gebracht. Dus kregen Samsungs kwart miljoen employees een videofilm voorgeschoteld waarin mannen met grote biceps en voorhamers bergen draadloze telefoons en faxen aan gruizels sloegen. De happening was georganiseerd door de voorzitter zelf, de apparaten waren van Samsung en volgens Lee van ondermaatse kwaliteit.

Produkten moeten niet alleen beter worden. Ze moeten ook overal geproduceerd worden waar dat het beste kan, het goedkoopst is en zo dicht mogelijk bij de markt is. Globalisering is een andere hoeksteen van voorzitter Lee's beleid. Van de kolossale 10,2 miljard dollar die Samsung in 1995 investeerde - 10 procent meer dan de Japanse gigant Mitsubishi - gaat nu al een derde naar buitenlandse projecten.

Om daarnaast Samsungwerknemers te transformeren van enigszins xenofobe schiereilandbewoners tot ware wereldburgers introduceerde de onderneming enkele jaren geleden het programma voor 'regionale specialisten'. Daarbij worden elk jaar 400 werknemers met een beurs van 60.000 dollar een jaar naar een vijftigtal landen op vijf continenten gestuurd om daar in hun eentje te leven en de plaatselijke gewoonten en taal te leren. 'Gewoon' werken is er niet bij, maar het achterblijvende gezin blijft salaris ontvangen.

Na een half jaar worden ze even naar Seoul ontboden om te rapporteren en een taaltestje af te leggen. Dan gaan ze weer terug. Er zijn intussen al tegen de 2.000 van die 'cursisten' op pad geweest en projectcoördinator Lee Hae-jung laat weten: “Op langere termijn is dit van kritisch belang voor ons om waar ter wereld dan ook tot een snelle marktpenetratie te komen.”

Samsung heeft inmiddels redelijk autonome hoofdkwartieren in Peking, Tokio, Singapore, Londen en New York. Deze globalisering, in combinatie met economische liberalisering in Korea zelf, dwingt Samsung er toe nòg een 'vertaalslag' te maken, namelijk zo snel mogelijk te stijgen op de toegevoegde waarde-ladder. Anders gezegd: om steeds hoogwaardiger produkten te maken. Want binnen tien jaar zullen China en andere Zuidoost-Aziatische landen het huidige Koreaanse waardeniveau evenaren en massaal dezelfde dingen maken en exporteren waar de Koreaanse economie op drijft. En tegen die tijd is er geen schijn van kans dat Zuid-Korea nog op prijs kan concurreren.

Samsungs race om die voorsprong te behouden, speelt op uiteenlopende terreinen. Allereerst stijgen de eigen uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling spectaculair. “Dit jaar besteden wij daaraan 5,2 procent van onze totale omzet”, zegt een voorlichter op het Samsunghoofdkantoor, “en we hebben nu 16.900 onderzoekers in dienst. In 2000 zullen wij 12 procent van onze verkopen in onderzoek en ontwikkeling steken en 50.000 onderzoekers aan het werk hebben.”

Zo wil Samsung de produktie van sterk prijsgevoelige 4 en 16 megabit chips, waarin het concern wereldleider is, in resp. 1998 en 1999 vervangen door de hoogwaardiger 64 en 256 megabit chips. Onlangs slaagde Samsung er volgens eigen bewering als eerste ter wereld in een prototype van een 1 gigabit chip te onwerpen, een onschuldig ogend schijfje ter grootte van een duimnagel waarop 8.000 krantenpagina's kunnen worden opgeslagen. Verder koestert het conglomeraat oeverloze ambities inzake multimedia. Kritische waarnemers vragen zich overigens af of kolossen als Samsung de flexibiliteit en inventiviteit bezitten om in zulke sectoren een pioniersrol te kunnen spelen.

Zulke twijfels koesteren ze bij Samsung zelf nauwelijks of niet. En voor zover de Koreanen er op eigen kracht nog niet uitkomen, gaan ze aan de lopende band tijdelijke technologische allianties aan. Zoals met Toshiba en NEC (hoogwaardige halfgeleiders), Fujitsu (TFT-beeldschermen), General Instrument (digitale televisie), Motorola (personal digital assistents) en een tiental andere.

Ook aarzelt Samsung niet zich zonodig en zo mogelijk in hogere technologische sferen in te kopen. Het nam de laatste anderhalf jaar bijvoorbeeld dominante financiële belangen in bedrijven als het Amerikaanse Array (multimedia), het Japanse Lux (cad/cam software), het Duitse Rollei Camera en de Amerikaanse p.c.- en multimediaproducent AST. Bij deze overnames worden overigens de nodige vraagtekens gezet. Vooral de Japanners deden er destijds in de VS enkele rampzalige ervaringen mee op. De mega-flops van Matsushita en Sony in Hollywood liggen nog vers in het geheugen. Het is blijkbaar lastig om met name in high tech-sferen buitenlandse werknemers te managen die gewend zijn aan andere bedrijfsculturen en managementstijlen. Dreigt Samsung niet tegen identieke miskleunen op te lopen?

Misschien is het nog vroeg voor een antwoord, maar neem het Amerikaanse AST, Samsungs voornaamste buitenlandse aanwinst tot nu toe, waarvoor vorig jaar voor een meerderheidsbelang 438 miljoen dollar werd betaald. Sindsdien moesten de Koreanen nog eens 360 miljoen in de al sinds 1993 verliesgevende p.c.-maker pompen. Bovendien vertrok eerder dit jaar de nijdige AST-baas Ian Diery met de snedige slotopmerking: “Lenigheid en flexibiliteit zijn in onze wereld kerncompetenties die een multi-miljardenbureaucratie (als Samsung) niet biedt.”

Maar toch, sinds de Amerikaanse Koreaan Y.S.Kim het roer overnam en met hulp van een speciaal ingevlogen Samsungteam de produktiviteit bij AST met 30 procent wist op te schroeven, gaat het zowaar beter. Dat meldt althans het zakenblad Fortune in zijn laatste uitgave. En dat kan niet worden verdacht van enige sympathie jegens Aziatische penetratie in het Amerikaanse bedrijfsleven. AST heeft zelfs weer marktaandeel herwonnen en zojuist een nieuwe lijn van produkten gelanceerd die door de computerbladen goed is ontvangen. “Vanaf maart '97 maken wij weer winst en als het nodig is steken wij nog meer geld in AST”, aldus topman Kim. Of hij met zijn winstverwachting gelijk krijgt, is natuurlijk een interessante vraag. Zeker voor andere high techbedrijven waarop Samsung het oog laat vallen.