Ook auto's kunnen 'plantaardig' zijn

Produkten uit agrarische grondstoffen zijn afbreekbaar en CO2-neutraal. En dus minder belastend voor het milieu dan produkten uit aardolie. Tot voor kort had de industrie er weinig belangstelling voor, maar nu is er een doorbraak. Derde deel deel in een serie over produkten uit groene grondstoffen: plantaardige vezels in auto's.

De Amerikaanse autofabrikant Henry Ford teelde hennep. Hij deed dat in Iron Mountains, Michigan, in de plaats waar ook zijn fabriek stond. Ford Motor Co. haalde methanol uit de hennep, een brandstof voor auto's. De Fordfabriek maakte in de jaren dertig ook auto's van bioplastic uit hennep, tarwestro en sisal. Dat ze niet in produktie kwamen, lag aan de Marijuana Tax Act, een zware heffing die destijds werd ingevoerd, en aan het daarop volgende teeltverbod.

Aan hennepauto's zijn de autofabrikanten van nu nog niet toe, maar ze zijn wel bezig auto-onderdelen van kunststof te vervangen door bioplastics en platen uit natuurlijke vezels. Mercedes begon er als eerste mee. In de vorig jaar gelanceerde E-klasse-auto's zijn stoelen, hoofdsteunen, deuren, dashboards en hoedenplanken gemaakt uit vlas, sisal, katoen en kokosvezels. Bij de Smart en de nieuwe A-klasse, die volgend voorjaar op de markt komen, gaat Mercedes nog een stapje verder. In het constructiemateriaal van deze auto's is glasvezel vervangen door vlasvezel.

Het belangrijkste voordeel van plantaardige grondstoffen is, volgens dr. Wilhelm Wittig van Mercedes in Stuttgart, de biologische afbreekbaarheid en de positieve CO2-balans. “Maar er is ook een technisch voordeel: plantaardige vezels zijn isolerend en geluiddempend. En er zitten geen scherpe uitsteeksels aan, zoals bij glasvezels of bij de houtvezels die gebruikt worden als vulling in deuren. Daardoor is er bij een ongeluk minder kans op verwondingen.”

In navolging van Mercedes onderzoeken ook Fiat, Volkswagen, Peugeot, Citroën, Volvo Car en andere groten in de autosector de mogelijkheden van natuurlijke vezels. Volvo Car uit Zweden heeft hiervoor het Amsterdamse bureau Kiem ingeschakeld. Kiem is een bureau voor duurzame produktontwikkeling waarbij hernieuwbare materialen een belangrijk onderdeel zijn. Directeur Jorn Behage heeft opdracht gekregen een compleet afbreekbaar interieur te maken. Dat betekent dat het hele interieur moet worden vernieuwd.

Behage: “We hebben nu twaalf materialen geselecteerd. Sommige bestonden al, zoals de vloerbedekking van wol met een latex tussenlaag en een jute rug. Andere hebben we zelf ontwikkeld. Voorbeelden zijn een weefsel van oud papier voor de dakhemel en een geperst weefsel van jute of vlas voor het dashboard.” Volvo Car gaat het nieuwe interieur in 1998 testen. Daarna zal het in alle auto's worden toegepast. Behage noemt als pluspunten van natuurlijke materialen de hernieuwbaarheid en afbreekbaarheid, de gewichtsbesparing die brandstofwinst oplevert, en de veiligheid. Een nadeel van natuurlijke materialen is de vochtgevoeligheid, maar dat probleem is opgelost door Ceres in Wageningen.

Ceres is opgericht door een aantal oud-Shellmensen. Het bedrijf behandelt non-wovens uit vlasvezel tegen vochtabsorbtie en rot door ze in water of stoom te verhitten tot 160 à 190 graden. De vezelplaten worden vervolgens gedroogd en opnieuw verhit. Deze verduurzaming, platonisering genoemd, is oorspronkelijk door Shell Research uitgevonden voor hout. Ceres zit nog in het proefstadium, maar heeft niettemin al een kleine produktie. Over de omvang van de markt voor z'n verduurzaamde vlasmatten durft directeur dr. Gerard Pott nog geen uitspraak te doen. “Er is vanuit de markt grote belangstelling, vooral van de kant van de auto-industrie. Maar er zijn meer toepassingen mogelijk. We zijn bezig met isolatiematten van verduurzaamd vlas voor in spouwmuren, en met geotextiel voor oever- en taludbescherming. Er loopt ook een proef om platen uit vlasscheven, een afvalprodukt van vlas, te platoniseren. Daar zouden buitendeuren van kunnen worden gemaakt.”

Pott verwacht dat de auto-industrie de grootste afnemer wordt van de verduurzaamde vlasvezels. Want naast de toepassingen in het interieur zullen ook steeds meer delen van de buitenkant van auto's uit natuurlijke materialen worden gemaakt. Verscheidene autofabrikanten zijn daar al mee bezig. In Nederland wordt de komende jaren een vrachtwagen ontwikkeld met een carosserie die voor 80 procent uit hernieuwbare grondstof bestaat. Dat zal een gewichtsbesparing van 500 tot 1000 kilo opleveren. De initiatiefnemers, het EnergieCentrum Nederland en bureau Kiem, hopen met ondersteuning van het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) in januari 1997 met de uitwerking van het plan te kunnen beginnen.

Door de toenemende vraag naar verduurzaamde vlasvezels zal er in Nederland meer vlas kunnen worden geteeld. Hiermee wordt voldaan aan een behoefte van de boeren aan een 'vierde gewas'. Aan speculaties over de groei van de vlasteelt waagt Pott zich niet. “Misschien verbouwen we 5.000, maar misschien ook wel 30.000 hectare. Vast staat dat er tientallen nieuwe arbeidsplaatsen komen in de produktieketen die nu in opbouw is.”