Minister probeert in Marokko betere verstandhouding te kweken; 'Zet imams in voor integratie'

Minister Dijkstal sprak in Rabat over de mogelijkheden om de verhouding tussen Nederland en Marokko te verbeteren. Dat er nog veel te verbeteren valt was iedereen duidelijk.

RABAT, 29 OKT. Nederland wil op korte termijn een eigen opleiding voor islamitische geestelijken, zogenoemde imams. Dit zei minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) vanmiddag tijdens zijn driedaags bezoek aan Marokko.

De Marokkaanse overheid ziet echter weinig heil in een islamitische opleiding die buiten haar grenzen wordt gegeven. Ze wil wel haar eigen imams vanuit Marokko voor een korte periode naar Nederland blijven sturen.

Minister Dijkstal vindt echter dat deze imams te ver af staan van de Nederlandse samenleving. “Ze weten niets van de omstandigheden van de mensen voor wie ze moeten werken en kennen vaak geen woord Nederlands.”

Marokko is tegen een opleiding voor islamitische geestelijken in het buitenland. Het Noordafrikaanse land hangt een tolerante vorm van islam aan en zegt te vrezen dat de opleiding in het buitenland de weg opent voor fundamentalistische imams.

Minister Dijkstal wees op de rol die moskeeën in Nederland spelen bij de integratie van Marokkanen. “De moskeeën bieden mensen gelegenheid de dingen van de dag te bespreken. Het is een belangrijke organisatievorm.” Andere belangenorganisties laten die taak volgens de minister liggen. “De organisaties van Marokkanen in ons land zijn zwak, nogal introvert en zij kijken niet verder dan de eerste en dagelijkse zorgen van hun mensen”.

De Marokkaanse regering vroeg op haar beurt om meer samenwerking met Nederland bij de drugsbestrijding. De Marokkanen opperden dat de politiediensten bijvoorbeeld zouden kunnen samenwerken bij het 'gecontroleerd' doorvoeren van verdovende middelen. (Bij 'gecontroleerde doorvoer' houdt de politie precies in de gaten waar de drugs naartoe gaan teneinde uiteindelijk de hele smokkelorganisatie te kunnen ontmantelen. Red.) Dijkstal wees dit voorstel van de hand. “Daar hebben we nou net een parlementaire enquête over gehouden.”

De Marokkanen hadden ernstige kritiek op de huidige politie-samenwerking. Sinds begin dit jaar heeft Marokko een grootscheeps offensief ingezet tegen de hennepteelt in het noorden van het land en de smokkel van hasj en marihuana naar West Europa. “We hadden nog betere resultaten geboekt als de internationale samenwerking beter was geweest”, aldus M. Amzazi van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De Marokkaanse autoriteiten zouden aan Nederlandse politiediensten informatie hebben doorgegeven over een Nederlander die een dekmantelbedrijf in Casablanca opzette om 'grote' ladingen hasj te vervoeren. De hasj werd met vrachtwagens eerst naar Polen en vervolgens naar Nederland gereden. ,We hebben tot nu toe niets gehoord.” De Marokkanen hebben via Interpol informatie aan Nederland gevraagd, “maar zes maanden na dato wachten we nog steeds op antwoord”, aldus Amzazi. Ook het contact met de in Madrid gestationeerde verbindingsofficier tegen drugshandel zou te wensen over laten. De Marokkanen zouden hem maar “een keer per half jaar zien”.

Amzazi wees er ook op dat tijdens het Marokkaanse drugsoffensief vijftien drugshandelaren naar Nederland zijn gevlucht. In Nederland zou nog steeds een netwerk bestaan van Marokkaanse en Nederlandse opdrachtgevers en tussenpersonen. Minister Dijkstal beaamde dat “de operationele samenwerking” was te verbeteren. Van juridische verdragen tussen beide landen wilde hij echter niets weten.

Het bezoek van Dijkstal aan Marokko is bedoeld om de banden met het land aan te halen.

“Tot op zekere hoogte verlopen de contacten moeizaam”, aldus Dijkstal. Wel bespeurde de bewindsman een positieve kentering in de Nederlands - Marokkaanse verhoudingen. De minister spreekt ook over de terugkeer van Marokkanen vanuit Nederland naar hun geboorteland. Woensdag bezoekt Dijkstal Tunesië.