Klassenfoto

Jaren geleden schreef ik een gedichtje, 'Klassefoto', en nu zie ik dat de tekst intussen door de nieuwste spelling is ingehaald, het heet nu 'Klassenfoto'. Ach, dacht ik, maar ik dacht ook: ah! Ach - omdat ik 'klassefoto' een mooier woord vind, 'klassenfoto' is lelijk. Smaken verschillen, maar dat het onlogische en semantisch onduidelijke 'klassenfoto' ooit mooi gevonden zal worden, lijkt mij twijfelachtig.

Ik koester dan ook het voornemen bij een herdruk van het gedichtje de titel te veranderen in 'klasfoto', naar het voorbeeld van 'groepsfoto', 'familiefoto', 'klaslokaal'.

Maar ik dacht ook: ah! Omdat ik de zozeer vastgevroren taal hier als een gletscher opeens een centimeter vooruit zag schuiven. Over duizend jaar is het Nederlands, vooropgesteld dat het dan nog gesproken wordt, zoetjesaan een heel andere taal geworden en het is spannend die onzichtbare beweging nu en dan op een zichtbaar stapje te kunnen betrappen. Daar moet je een beetje filosoof voor zijn, een beetje nieuwsgierig naar het jaar 3000 zeg maar.

Over de tussenletter 'n' is veel te doen.

Dat 'klassefoto' muteerde in 'klassenfoto', is niet ingebed in een natuurlijke ontwikkeling van de spreektaal, maar het gevolg van een decreet. Een commissie heeft een aantal regels geformuleerd en op grond van die regels vastgesteld dat men 'klassenfoto' moet schrijven, en 'pannenkoek' en 'hartenkreet', allemaal ennetjes waar ze niet horen naar ons gevoel en gehoor, maar die je ook niet hoort. Meer dan de helft van het Nederlands sprekende deel van de mensheid, het Hollandse deel, spreekt die n niet uit. Ete, zitte, huile - na een toonloze e valt in het Hollands de n af, die wordt wat men noemt 'ingeslikt', de Hollander slikt de n in en men zal dan ook uit een Hollandse mond het verschil tussen 'pannekoek' en 'pannenkoek' niet horen. Welnu, de commissie zou goed werk hebben verricht als ze de verbindings-n met één grote elegante haal had doorgestreept, voor alle verbindingen, je spreekt 'm immers toch niet uit. Maar nee. De commissie heeft - ha! - een gat in de schrijftaal ontdekt en gaat - extra werk, heerlijk, al die uitzonderingen! - handenwrijvend aan de slag.

Het Nederlands heeft een aantal varianten. In het noorden van ons land, met name in Groningen, wonen mensen die de n niet inslikken, maar de daaraan voorafgaande stomme e juist wel: eetn, zitn, huiln. Voor hen is het vertrouwde 'pannekoek' via een tweeslag veranderd in 'pannnkoek'. En daar hebben ze geen bezwaar tegen. Drie n's achter elkaar, da's een lekkernij in het noorden.

De rest van Nederland echter zal, met tegenzin en bij gebrek aan logica, de voorschriften uit het hoofd leren. Via z'n nieuwe woordenboeken zal het Nederlands in betrekkelijk korte tijd van de nieuwe n zijn doordrenkt: de vergroningsering van het Nederlands.

Zo drijft onze taal een geheel verkeerde kant op. Immers, dat wij 'pereboom' zeggen is niet omdat wij 'perenboom' bedoelen. We zeggen ook geen 'appelenboom' of 'appelsboom'. We zeggen 'appelboom' en 'pereboom', 'dadelpalm' en 'vijgeboom', 'vijgeblad' en 'esdoornblad', niet logisch, maar muzikaal, en muzikaal logisch. Zo wil onze taal behandeld worden. Woorden als 'koninginnensoep', 'smartengeld', 'hartenpijn', 'ruggenmerg', 'vlaggenschip' en 'klassenfoto' suggereren een meervoud waar geen meervoud te bekennen valt.

De Nederlandse 'en' was al lelijk, maar wordt door het opgevoerde gebruik nog een keer zo lelijk. Ons meest frequente bigram draagt bij tot de grijsheid en de eentonigheid van de Nederlandse taal. Liever had ik daarom gezien dat de commissie, minder juridisch, wat meer gevoel voor schoonheid had getoond, en meer liefde voor de Nederlandse taal. En meer visie. Nu zijn wij genoodzaakt zelf het initiatief te nemen. Dus: klasfoto (in plaats van klassenfoto), niet smartengeld maar smartgeld, niet hartenpijn maar hartpijn (als hartzeer), niet ruggenmerg maar rugmerg (als rugnummer, of beenmerg), niet vlaggenschip, maar juist het schip met die ene vlag: vlagschip. Maar ook: vijgblad, peerboom, pankoek. Allemaal nieuwe woorden die in ballingschap zijn ontstaan. Het regent geen pijpenstelen, maar pijpstelen. Het meisje niet met de pijpenkrullen, maar met de pijpkrullen. Niet peulenschil, maar peulschil. Wie weet...

De ontwikkelingen zijn niet te voorzien. De taal kruipt voort, langs onbetreden paden.