Hardloper springt in bres voor belegger

Jaap Peters (1931) is een (af)getrainde belegger, die op het moment suprême de ultieme macht van een aandeelhouder niet wilde of durfde uitoefenen. Hij is hardloper (“Ik sport ontzettend graag, maar ik heb niet zo'n gevoel voor balletjes”), voormalig topman van een groot en zeer succesvol Nederlands bedrijf, Aegon, en behept met een Angelsaksische werkwijze: het aandeelhoudersbelang staat voorop.

En dat belang verzet zich bijvoorbeeld helemaal niet tegen een beleid om zoveel mogelijk medewerkers aandeelhouder te maken door middel van een aandelenoptieplan.

Peters' rol als belegger en bestuurder, onder meer als president-commissaris van DAF, maakte hem een acceptabele keuze voor de tegenpolen in de commissie die uitbreiding van de zeggenschap in beursgenoteerde bedrijven heeft onderzocht. De beleggers willen meer zeggenschap of in elk geval meer invloed, de managers staan niet te trappelen om pottenkijkers bij de beraadslagingen in de bestuurskamer toe te laten. De commissie-Peters is ingesteld door de Amsterdamse effectenbeurs.

Peters is gepokt en gemazeld in de Nederlandse overleg- en consensuscultuuur: hij stond aan de wieg van de fusie van Ago en Ennia in 1983, een samengaan dat een hele serie fusies en overnames in de financiële sector inleidde. En passant troefde hij de Postbank af bij de overname van de FGH Hypotheekbank.

Als voormalig belegger weet Peters hoe de Nederlandse en Amerikaanse en Britse aandeelhouders aankijken tegen de manier waarop Nederlandse bedrijven worden bestuurd. Het uitgesproken streven naar waardevermeerdering voor de beleggers doet nog niet zo lang opgeld in Nederland directiekringen, al zijn er elke week weer nieuwe bekeerlingen te noteren. Bij Philips bijvoorbeeld gaf president Cor Boonstra vorige week een duidelijk signaal af.

Peters zorgde als bestuursvoorzitter van verzekeraar Aegon ooit voor ongekende opwinding toen hij begin 1991 de zeggenschap op Aegons aandelenbezit in concurrent Nationale-Nederlanden echt wilde uitoefenen. Aanleiding was de fusie van Nationale met NMB Postbank, waar Aegon mordicus tegen was. Het huis was te klein; de immer plezierige verhouding tussen Peters en topman J. van Rijn van Nationale verkilde. Maar Peters schrok terug voor de ultieme actie tegen Nationale-Nederlanden: een onvriendelijke overname. Zo'n actie was gezien de lage beurskoers van Nationale zeker kansrijk geweest, al waren de financiële en politieke gevolgen niet te overzien.

Peters kon de zeggenschap op zijn Nationale-aandelen claimen vanuit een relatief comfortabele positie: Aegon is prima beschermd tegen elke vijandige overname door het blokkerende aandelenbezit van de Vereniging Aegon, een gezelschap notabelen dat de continuïteit van de onderneming voorop stelt.

Het is de vraag of de commissie-Peters dezelfde veranderingen zal losmaken als de Cadbury-committee enkele jaren geleden in Groot-Brittannië. Deze commissie kwam met voorstellen voor meer en betere informatie van bedrijven aan aandeelhouders en voor strenger toezicht van beleggers en competente buitenstaanders op het bestuur van ondernemingen, zogeheten corporate governance.

De voorstellen zijn in het Verenigd Koninkrijk niet met wetten maar op basis van vrijwilligheid ingevoerd. Al zit er een addertje onder het gras: een bedrijf dat de voorstellen niet invoert is verplicht in zijn jaarverslag aan aandeelhouders uit te leggen waarom.

In de commissie-Peters zitten drie ondernemers. Dat zijn C. Brakel (Wolters Kluwer), J. Pennings (Océ-van der Grinten) en J. Westerburgen (Unilever). Beleggers zijn vertegenwoordigd door J. Mensonides (ABP), D. Snijders (Philips Pensioenfonds) en R. de Haze Winkelman (oud-directeur van de Vereniging van Effectenbezitters). Daarnaast kent de commissie drie onafhankelijke leden: R. Hooghoudt (advocatenkantoor Nauta Dutilh), P. Moerland (hoogleraar Katholieke Universiteit Tilburg) en Prof. P. Wallage (KPMG Accountants).