Geen Argentijnse licentie Falklands

LONDEN, 29 OKT. De regering van de Britse Falkland-eilanden heeft gisteren licenties toegekend aan vijf consortia om te boren naar olie. Maar YPF, de enige Argentijnse onderneming die in combinatie met British Gas had geboden op een boorlicentie, vist achter het net. Volgens regeringsleider Andrew Gurr is het Argentijnse bod puur op commerciële gronden verworpen. Hij ontkende dat politieke overwegingen een rol hebben gespeeld.

Argentinië maakt nog altijd aanspraak op de Britse kolonie die zo groot als Wales is, 600 kilometer uit de kust van Zuid-Amerika ligt en door 12.000 kilometer water van het moederland is gescheiden. Veertien jaar geleden heeft het Argentijnse leger de eilandengroep bij verrassing overmeesterd. Maar na tien weken Falkland-oorlog werden de 2.100 bewoners door de Britten bevrijd. Sindsdien zijn de betrekkingen tussen Argentinië en Groot-Brittannië geleidelijk genormaliseerd. Vorig jaar sloten beide landen op het VN-hoofdkwartier in New York een overeenkomst waarbij de territoriale grenzen van de Falklands werden vastgelegd met het oog op visserijrechten en olieboringen.

Seismisch onderzoek heeft uitgewezen dat de geologische structuur in twee gebieden ten noorden en zuiden van de eilandengroep vergelijkbaar is met de Noordzee-bodem die het rijkst aan olie is. De eerste proefboring begint pas eind volgend jaar. De licentie voor het gebied dat het meest in trek was omdat de zee daar maar 100 tot 200 meter diep is, werd bemachtigd door een consortium onder leiding van het Britse-Nederlandse Shell. In totaal investeren de bedrijven de komende vijf jaar voor 125 miljoen pond, bijna 340 miljoen gulden, in het bodemonderzoek.

Regeringsleider Gurr deed gisteravond zijn best om overdreven optimisme te tempereren. Toekomstfantasieën over de Falklandeilanden als het Koeweit van de 21e eeuw noemde hij op zijn minst voorbarig. Hij waarschuwde dat olieboringen een bedreiging voor de gemeenschap zullen vormen. Een sterke stijging van de welvaart zal de manier van leven op het eiland ondermijnen. Veel bewoners zijn ook bang voor de nadelige milieu-effecten op een eilandengroep die grote faam geniet als delicaat natuurgebied. Ze zeggen dat ze de eventuele olie-inkomsten helemaal niet nodig hebben. De levensstandaard op de eilanden is toch al reletief hoog, mede dankzij de jaarlijkse opbrengst aan visserijrechten van 55 miljoen gulden, 25.000 gulden per inwoner.

De regering van de Falklandeilanden heeft beloofd dat ze de eventuele olie-inkomsten voor een deel zal gebruiken voor het afbetalen van een 'ereschuld'. Allereerst wil ze de defensiekosten die Groot-Brittannië jaarlijks moet maken om de Falklands te beschermen voortaan zelf voor haar rekening nemen. Als dat financieel haalbaar is wil ze het moederland ook elke pond vergoeden die Londen sinds de bevrijding op 14 juni 1982 voor de eilanden heeft uitgegeven.