De herschepping van een holle binnenzee

Vanmiddag lanceerde milieudeskundige Wouter van Dieren tijdens een bijeenkomst in vogelgebied De Ackerdijkse Plassen zijn plan om het IJsselmeer te herscheppen tot 'Flevoland-Wetlands'. Een archipel van rietlanden en plasgebieden, alleen toegankelijk per catamaran.

Dezer dagen heeft premier Kok voor de zoveelste keer zijn oog laten vallen op de Markerwaard om een volgend Schiphol aan te leggen. Daarmee valt hij in herhaling, want al sinds 1969 hebben voorgaande regeringen dezelfde wensen gekoesterd. Het is er nooit van gekomen en de Tweede-Luchthavenplannen waren zelfs aanleiding om de hele Markerwaard van de kaart te vegen. Sindsdien rust er een taboe op het open IJsselmeergebied; elk nieuw inpolderingsplan stuit op onwrikbare posities en politieke emoties.

Ook de nieuwste gretigheid zal niet worden beloond, omdat juist dit gebied symbool staat voor de verdediging van waarden die door de traditionele expansie-economie niet worden begrepen. Het is tot hier en niet verder - zoveel maken de tientallen organisaties die zich met de voormalige Zuiderzee bemoeien wel zeer duidelijk.

Vanaf het begin dezer acties hebben de oprichters van de IJsselmeervereniging, Marten Bierman en ondergetekende, duidelijk gesteld dat het gebied planologisch en ecologisch zwak is ontwikkeld. Barse dijken van basalt omgrenzen een holle binnenzee met weinig ecologische diversiteit. Het ornitologische abattoir van de Afsluitdijk en de overige doorgaande dijkwegen eist ontelbare vogellevens, waarvan de oorzaak is gelegen in de abrupte, zeer onecologische gradiënten van zout naar zoet en van water naar beton.

De waterkwaliteit is relatief verbeterd, maar nog altijd niet goed. In warme tijden slaat de eutrofiëring meteen toe en bijgevolg leidt de dan volgende anaerobe toestand van het warme water tot vis- en vogelsterfte. Voor recreatieve en drinkwatervoorziening blijft deze toestand kritiek.

Het IJsselmeer is belangrijk voor de watersport, maar het is er slecht mee gesteld. Grote delen van het water zijn moeilijk bevaarbaar door een korte, hoge golfslag, ondiepte en het onaantrekkelijke decorum. Het aantal havens is beperkt en wat er wel is, kenmerkt zich door grootschaligheid en onpersoonlijkheid, de oude haventjes uitgezonderd (die overigens in het seizoen overbelast zijn). De surfgebieden aan de randen zijn druk bezocht maar slecht toegankelijk. Veel kustlocaties zijn overbelast door foeilelijke caravancampings en smakeloze toeristenattracties. Rond het IJsselmeer hangt in het recreatieseizoen de vette lucht van slechte smaak en braderie. Terwijl het IJsselmeer de enige overloopruimte voor de overvolle Randstad is, mag het niet verder worden aangetast. Een eenvoudig plan voor een paar eilandjes en verbeterde faciliteiten bij Den Oever stuit tenslotte bij de Raad van State op een formele afwijzing. De aanzienlijk verdergaande plannen voor IJburg, de stadsuitbreiding van Amsterdam die het hele Gooi zal aantasten, ontmoeten groeiende tegenstand. Procedures tegen slibdepots en recreatie-uitbreiding zijn even frequent als conflicten rond zandwinning, visserij en vogelstand.

Nu het Groene Hart van Zuid-Holland enerzijds tot een ferme groene zone is verklaard, maar anderzijds zwaar onder druk staat, is er een politieke en sociale overdruk gegroeid die een ventiel behoeft naar een visionaire ruimte elders. Een nieuwe Noordzeekust zal er op den duur - over een eeuw of zo - zeker komen. Maar het IJsselmeer ligt eerder voor de hand. Het is toegankelijker, de tegenspraken van het gebied zijn te evident en de potenties ervan groot, tenminste wanneer voor een volstrekt ander uitgangspunt wordt gekozen. Dit uitgangspunt heet natuurbouw, en dat is een hovaardig principe. Het veronderstelt dat de mens de natuur begrijpt en naar zijn hand kan zetten, sterker nog, dat hij ook waarlijk grootse natuur kan creëren.

In werkelijkheid is dat ook zo, maar de Waterstaat-traditie van de laatste eeuw heeft dat principe overwoekerd. Terwijl Nederlanders eeuwenlang uit oude, woeste gronden een cultuurlandschap bouwden dat gaandeweg ook hoogwaardige natuur werd, heeft de moderne, utilistische civiele techniek deze principes vergeten of terzijde geschoven. Terecht hebben de groene organisaties zich verzet tegen de basalttechniek die het land in zijn greep heeft genomen. De Markerwaard moest van de kaart omdat de polder een zoveelste uitgave van de lelijkheid zou zijn geworden. De natuurbescherming denkt en leeft vanuit de chaostheorie, de civiele techniek beoogde tot voor kort totale beheersing en het onbedoelde effect was en is destructie en gewelddadigheid. Wie dat hardop zegt, wordt niet geloofd. Men heeft toch het beste voor met landschap en infrastructuur? Misschien is dat ook zo, maar helaas vergrijpt zich na enige tijd het poenige gezelschap van projectontwikkelaars aan een zo creatief plan als 'Waterman' en voor je het weet, overschreeuwt men de oorspronkelijke visie met reclameteksten als 'Manhattan by the North Sea'. Het plan maakt dan terecht geen kans meer. Het misverstand is compleet en wordt het niet opgelost, dan zal de willekeur rond en in het IJsselmeer leiden tot verdere aantastingen en ingrepen, tot een mislukt Watermanplan en tot verdere landschapsverloedering.

Een Flevo-Wetlandsconcept betekent voor de Randstedelijke stress opluchting, adem, ruimte, verrassing en herstel. Er ligt een grote kans open voor een 'maanlandingseffect', dat alle betrokkenen een enorm perspectief biedt. Natuur en milieu zijn het uitgangspunt en afgeleid daarvan ontstaan nieuwe perspectieven voor de vogelstand, de visserij, de waterkwaliteit, de ruimtelijke ordening, de recreatie en pas als laatste functies urbane structuren en bedrijvigheid. Dat er consensus over route en betekenis kan ontstaan, is een functie van de bereidheid van alle betrokkenen om de hiërarchie van belangrijkheid om te keren ten opzichte van de benaderingen uit het verleden: de natuur komt nu eerst. De Oostvaardersplassen waren het begin. Nu moeten we streven naar een volgende schepping en daarmee de ommekeer in het denken over natuur, milieu en toekomst gestalte geven.

De Afsluitdijk wordt aan beide zijden uitgebreid om de strakke huidige gradiënt, die de oorzaak is van de vogelslachting, te vervangen door een landschappelijke diversiteit waarin vogels zich op grotere afstand van dijk en weg zullen vestigen. Hetzelfde geldt voor de overige foute gradiënten (wegen, dijken, basaltkeien). Wie hiermee begint, ziet meteen de kansen die ontstaan: ruime, zeer gevarieerde landschappen, wetlands, rietlanden en plasgebieden met een uitbreiding van de huidige kustlijn tot zo'n zeshonderd kilometer.

Dit is het startpunt van het ontwerp. Ook een startpunt is dat er geen (hoge) basaltdijk meer wordt gebouwd. Het gebied bestaat uit opgespoten zand- en kleiplaten en tientallen kleinere poldergebieden met zo laag mogelijke dijkjes, kaden en uiterwaarden. De 'veiligheid' wordt niet gediend met barrières, maar door flexibiliteit en variatie. De inrichting van het gebied is niet mathematisch maar willekeurig. Het oude landschapspatroon wordt erop geprojecteerd.

In het noordelijke nieuwe wetland ontstaat een watersportruimte die gelijkwaardig is aan het totale huidige Friese areaal. Het is niet waar dat het vele water dat er nu ligt in enige identieke behoefte kan voorzien. Daarvoor zijn diversiteit, landschap en verrassing nodig. De kusten van de nieuwe gebieden bestaan uit honderden inhammen, waarden, kleinere plassen en - aan de Waddenkust - kwelders.

Wie infrastructuur en waterbouw zegt, denkt meteen aan dijken, bruggen en sluizen. Toegankelijkheid staat voorop. Dat is hier juist niet de bedoeling. Het is niet gewenst het nieuwe landschap zo open te leggen dat het in luttele uren te doorkruisen valt. Integendeel. Ponten en bruggen doen het werk en het belangrijkste openbaar vervoer wordt de catamaran. Er komen geen snelwegen.

Men neme een kijkje in Schotland, Zweden, Noorwegen, Denemarken en Noord(oost)-Duitsland om vast te stellen dat men aldaar het waterrijke landschap divers en boeiend houdt juist door het niét open te leggen.

Ik ga ervan uit dat het in de toekomst gewoonte zal worden om investeringen in natuur, landschap en infrastructuur als kapitaalwinst te beschouwen, c.q. dit alles te activeren in de balans van een land. Vanuit die hypothese leidt Flevo-Wetlands tot een (grote) toename van het natuurkapitaal en daarmee van de welvaart.

Voor de (voorlopige) meer traditionele benadering zijn andere rendementscriteria nog altijd van belang. Het plan voorziet in urbane functies voor circa 150.000 woningen, verspreid over een twintigtal kernen, van middelgroot tot klein. Ook voor hoogwaardige landbouw is er plaats genoeg. Het gebied zal zo'n 30.000 permanente arbeidsplaatsen opleveren.

Wie echter meteen kansen ziet om een stuk te reserveren voor Schiphol II maakt een fatale vergissing. Het hele plan bestaat bij de gratie van de noodzaak om een toekomstig perspectief te schilderen dat tot duurzame kwaliteiten leidt. Voor de oude concepten lawaai, expansie en beheersing is daarin geen plaats.

Om te verhinderen dat al te gretige lieden met verkeerde bedoelingen zich meester maken van het perspectief is het daarom gewenst om het geheel ter uitwerking te geven aan een virtueel ingenieursbureau van HBO-ers, de Nix-generatie. Zij zijn tenslotte de enigen die het recht hebben om de betere toekomst vorm te geven.