'Bezit in VS van vóór 1776 moet terug'

OTTAWA, 29 OKT. Als het aankomt op bezittingen die werden geconfisceerd tijdens revoluties, dan weten twee Canadese parlementsleden er ook nog een. Bij wijze van parodie op de omstreden Amerikaanse Helms-Burtonwet, hebben zij een wetsvoorstel ingediend dat compensatie moet bieden aan Canadese nakomelingen van kolonisten die hun eigendommen kwijtraakten tijdens de Amerikaanse Revolutie van 1776.

De voorgestelde, halfserieuze, Milliken-Godfreywet, genoemd naar de Canadese liberale parlementsleden Peter Milliken en John Godfrey, is een weerspiegeling van de Helms-Burtonwet, waarmee de Verenigde Staten zich het recht voorbehouden buitenlanders te straffen die zaken doen in Cuba. Het plan geeft uiting aan de verontwaardiging waarmee in Canada, evenals in de Europese Unie, is gereageerd op het 'extra-territoriale' karakter van de Amerikaanse wet, die deze zomer werd aangenomen.

De Helms-Burtonwet maakt het Amerikaanse ingezetenen mogelijk in de VS schadevergoedingen te eisen van buitenlandse bedrijven die naar hun oordeel in Cuba profijt trekken van hun voormalige bezittingen, geconfisceerd door de Cubaanse leider Fidel Castro na de communistische revolutie van 1959. Onder de Milliken-Godfreywet zouden in Canada Amerikaanse bedrijven kunnen worden gedagvaard door Canadezen wier voorvaderen huis en haard verloren tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd wegens hun trouw aan het Britse koningshuis.

Drie miljoen Canadezen stammen af van dergelijke zogeheten loyalisten, anti-revolutionaire Amerikanen van wie tijdens de Amerikaanse oorlog tegen de Britse autoriteiten, eind achttiende eeuw, velen een veilig heenkomen zochten in Canada. Een van Millikens eigen voorvaderen was grootgrondbezitter in de staat Noord-Carolina voordat de revolutie uitbrak. Een bevelhebber in het Britse leger met nakomelingen in Canada bezat 280 hectare grond in hedendaags Washington, inclusief het land onder het Witte Huis.

Onder de Milliken-Godfreywet zou toplieden van Amerikaanse bedrijven die voormalige eigendommen van loyalisten exploiteren, de toegang tot Canada kunnen worden ontzegd. De Helms-Burtonwet kent een soortgelijke bepaling voor de VS, waarmee directeuren kunnen worden geweerd van bedrijven die gebruik maken van geconfisceerde goederen in Cuba. Zo bevat een Amerikaanse zwarte lijst namen van directieleden van de Canadese mijnbouwer Sherritt, een exploitant van nikkelmijnen in Cuba die voor de revolutie toebehoorden aan een Cubaans bedrijf dat nu in de VS is gevestigd.

Een Amerikaanse televisieshow verwierp de Canadese 'parodiewet' als “belachelijk”, maar volgens de parlementsleden is het voorstel niet buitensporiger dan de Helms-Burtonwet. “Ons wetsvoorstel is even dwaas als Helms-Burton, of even serieus”, reageerden ze. “U zegt het maar.”

Een woordvoerder van senator Jesse Helms, naar wie de Amerikaanse wet gedeeltelijk is genoemd, sprak van een “slimme list,” maar volgens hem zijn alle loyalistische claims al vereffend in het Verdrag van Parijs, dat in 1783 een einde maakte aan de Amerikaanse Revolutionaire oorlog.

De Milliken-Godfreywet wordt niet officieel gesteund door de Canadese regering en zal daarom zo goed als zeker niet worden aangenomen. Wel krijgen Canadese ondernemingen die onder de Helms-Burtonwet worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen, een wettelijke mogelijkheid om voor de Canadese rechter een tegenvergoeding van hun Amerikaanse aanklagers te eisen.

De Helms-Burtonwet heeft tot irritatie geleid tussen de Verenigde Staten en Canada. Het feit dat Canada de grootste handelspartner is van Cuba, met vorig jaar een handel ter waarde van 500 miljoen dollar, is de Verenigde Staten, die het eiland economisch boycotten, een doorn in het oog. Volgens Senator Helms “moest Canada zich schamen” voor de handelscontacten met Cuba. Deze week brengt Carlos Lage, vice-president van Cuba, een bezoek aan Ottawa en Toronto. De Canadese regering voert felle oppositie tegen de Helms-Burtonwet, die het beschouwt als een inbreuk op de Canadese soevereiniteit.