Zapman

Per zestig minuten tennis wordt gemiddeld maar vijftien minuten de bal gespeeld. De resterende vijfenveertig minuten is het zitten op de bank met een handdoek over je kop, wachten op ballen van de ballenjongens en sputteren tegen de scheidsrechter. Wat doet de televisiekijker intussen? De tijd doden met tennisvreemde elementen.

Gistermiddag kwamen in Stuttgart 's werelds meest ideale schoonzonen tegenover elkaar te staan: Boris Becker en Pete Sampras. Drie uur heeft de strijd geduurd. Drie maal vijftien minuten om uit te maken wie het beste kan tennissen, en drie maal vijfenveertig minuten om uit te maken wie de ideaalste schoonzoon is.

Pete heeft een groene broek aan, en Boris een zwarte. Op de achterzijde van Pete's broek ontdek ik aan het eind van de eerste set een donkere plek, ongeveer zo groot als een tennisbal. In de loop van de wedstrijd wordt die plek groter en groter, tot in de laatste set Pete's hele zitvlak donker is gekleurd. Dat is geen gezicht en nergens voor nodig. Boris heeft net zo'n plek, maar dat is niemand opgevallen, door die zwarte broek. Op zwart zie je witte pluisjes en roos, maar geen natte plekken. 1-0 voor Boris.

Van de tien ballen die de ballenjongens naar Pete gooien, gaan er vijf retour. Waar slaat dat op? Hij neemt niet eens de moeite om ze een keer te laten stuiteren. Als hij ook zo met het eten doet dat hem wordt voorgezet, moet het geen pretje zijn om voor hem te koken. Boris loopt uit: 2-0.

Tussen twee games in de vijfde set buigt Boris zich over een grote sporttas en trekt er een racket uit. Er zit een doorzichtig stuk plastic om het racket. Hij rukt het eraf en slingert het achteloos weg. Het valt achter zijn bank op de grond. Zou hij dat thuis ook doen met het cellofaantje waarin de boterhammenworst is verpakt? Minpuntje: 2-1.

Dan doet Boris enkele stappen in de richting van de baan, maar keert op zijn schreden terug. Hij is vergeten met het verse racket een tikje tegen zijn bank te geven. Dat is een bijgelovig trekje van Becker, zegt de commentator. Dat kost Becker een puntje, zeg ik. Binnen vijf minuten is Pete langszij gekomen: 2-2.

Nadat de laatste bal geslagen is, geeft Pete de scheidsrechter een hand zonder hem aan te kijken. Dat vind ik toch zo onbeleefd: 3-2.

Becker gaat in een overwinningsroes op zijn bankje zitten. Hij stopt vier rackets terug in zijn tennistas. Het stuk plastic waarin de laatste verpakt was, laat hij op de grond liggen. Wie mag dat straks opruimen? Laatste minpuntje: 3-3. Welke uitslag vandaag ook in de kranten komt te staan, voor mij is de wedstrijd geëindigd in een gelijkspel.