Wachtgeld piekt door starre onderwijsregels

De wachtgelden Onderwijs zijn gierend uit de hand gelopen, zo meldt de NRC Handelsblad van 7 oktober. Per jaar vraagt deze post nu al 1,2 miljard gulden en volgens de prognoses zal dit oplopen tot 1,7 miljard. Er verschijnen nu stapels onderzoeksrapporten en D66 dreigt zelfs met een perlementair onderzoek.

De algemene klacht is dat minister Ritzen, ondanks zijn ferme taal, al zes jaar lang de zaak veel te veel op zijn beloop heeft gelaten. Dit verwijt is niet helemaal terecht. Ritzen heeft in het verleden wel het een en ander geprobeerd. Een voorbeeld hiervan is de nu alweer vervallen TWAO-regeling waarbij scholen verplicht waren bij vacatures allereerst een beroep te doen op wachtgelders. Verder heeft hij pogingen gedaan de wachtgelden meer op het budget van de onderwijsinstellingen te laten drukken in plaats van op zijn eigen begroting.

Het verbaast me dat er nu opeens allerlei onderzoeken nodig zijn, terwijl het probleem al zo lang bekend is. Ritzen en Kok maken zich er wel erg makkelijk van af door alle schuld van de wachtgeldproblematiek te leggen bij de “onmiskenbare vergrijzing van het personeelsbestand” (NRC Handelsblad, 8 en 19 oktober).

Wat is de diepere oorzaak van de wachtgeldproblemen? De hoofdoorzaak is de starre rechtspositie in het onderwijs. In het voortgezet onderwijs bijvoorbeeld geldt de regel 'first in, last out'. Dat wil zeggen dat geen enkele docent met meer dan tien dienstjaren ooit nog van school kan veranderen, want dan bedreigt hij sectiegenoten met minder dienstjaren op de andere school. De gelederen sluiten zich met als gevolg dat de nuttige 'jobrotation' en de daarmee gepaard gaande nieuwe inspiratie op een andere school niet meer mogelijk is.

Dankzij deze immobiliteit krijgt de leraar, zoals Leo Prick zegt, levenslang en dreigt 'burnt out' te worden. Het wachten is dan op een fusie of reorganisatie, waarbij de oudere docenten via een gunstige wachtgeldregeling uit het onderwijs kunnen stappen. De school werkt daar ook graag aan mee, want men is dan verlost van een aantal dure leerkrachten. Ook deze kostenfactor is een gevolg van de starre rechtspositie. Bovendien krijgt de overheid hierbij een koekje van eigen deeg. Eerst stimuleert het ministerie van Onderwijs het fuseren van scholen op alle mogelijke manieren, en nu klaagt men steen en been over de dure wachtgelden mede ten gevolge daarvan.

Wat zijn er voor oplossingen te bedenken voor het wachtgeldprobleem? Ten eerste: verander deze starre rechtspositie waardoor het leraarschap flexibeler en goedkoper wordt. Hierbij moet uiteraard de specifieke problematiek van de oudere docent meegenomen worden. Vitaal leraarschap moet voor iedereen gelden.

Laat, ten tweede, de onderwijsinstellingen in principe zelf voor hun wachtgeldkosten opdraaien en verplicht, ten derde, de scholen door middel van een strenge kortingsregeling werkloze onderwijsmensen bij voorrang aan te nemen bij vacatures, die er zeker komen, nu de regering eindelijk hart voor het onderwijs krijgt en de klassen gaat verkleinen. Uiteraard zijn de bemiddelbare geschikte wachtgelders verplicht deze banen te accepteren.

Het lijkt me hierbij van belang een zodanige regeling te treffen dat er een goede verhouding tussen oudere en jongere docenten komt op de scholen. Maar leeftijd op zich mag niet de doorslag geven. Zo is het belachelijk dat mensen van 57,5 jaar en ouder geen sollicitatieplicht meer hebben. Bovendien doen de arbeidsbureaus weinig tot niets op dit punt en proberen scholen met vacatures tot dusver vaak met succes onder deze nu al min of meer bestaande verplichting uit te komen.

Mijn conclusie is, dat als men het huidige slappe wachtgeldontmoedigingsbeleid blijft voeren, het wachtgeld over een paar jaar ver zal uitstijgen boven de prijs van DAF en Fokker samen.