Veel slachtoffers door 'ongewilde' politiekogels

ROTTERDAM, 28 OKT. In Nederland vallen in verhouding meer gewonden door politiekogels dan in Duitsland. Dat is één van de conclusies van prof.dr.J.Naeyé, drs.J.Timmer en mr.M.van der Steeg van het centrum voor politiewetenschappen van de Vrije Universiteit. Zij hebben vandaag 'Onder Schot', een studie naar het vuurwapengebruik van de politie in Nederland, aan de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aangeboden.

Voor 'Onder Schot' zijn 3.360 gevallen van politieel vuurwapengebruik in de periode 1978-1995 onderzocht. In deze periode vielen 53 doden en 244 gewonden. Uit vergelijkend onderzoek voor de periode 1992-1995 blijkt dat in Nederland bij vuurwapengebruik door de politie per miljoen inwoners bijna twee keer zoveel gewonden vallen als in Duitsland. De dagelijkse praktijk is daar vergelijkbaar met die in ons land. In de helft van de gevallen waarin de politie gericht schiet, zijn personen het doelwit; in de andere helft wordt op rijdende auto's geschoten. Dit ondanks het in de Ambtsinstructie van 1988 opgenomen advies om niet op rijdende auto's te schieten. Het risico voor omstanders is te groot en de kans dat het beoogde doel - de arrestatie van de inzittenden - wordt bereikt, is gering.

Gericht schieten op personen leidt in 54 procent van de gevallen tot een treffer, op rijdende auto's is dat 36 procent. Wanneer de politie een voertuig onder vuur neemt betekent dat niet dat deze actie ertoe leidt dat de inzittenden stoppen en zich overgeven. In driekwart van de gevallen dat de politie op een auto schiet lukt het niet om de auto tot stoppen te dwingen en de inzittenden aan te houden. De politieambtenaren die op rijdende auto's schieten doen dat volgens de onderzoekers niet uit professionele overwegingen, maar vooral uit “onmacht en frustratie”.

De onderzoekers bepleiten “stringentere regels” voor het schieten op rijdende voertuigen. Het blijkt dat bijna twintig procent van de doden en ruim tien procent van de gewonden valt door een ongewild schot.

Ongewilde schoten zijn onder te verdelen in reflex-, klungel- en worstelschoten. Worstelschoten ontstaan vaak door het onoordeelkundig benaderen van een verdachte. Reflexschoten vallen door ongecontroleerde bewegingen. Bij het doorladen of demonstreren van het vuurwapen vallen soms klungelschoten.

Bijna de helft van de ongewilde schoten valt wanneer het dienstpistool “uit voorzorg” ter hand is genomen. Dit gebeurt vaak wanneer politieambtenaren zich in een voor hun bedreigende situatie begeven. De arrestatieteams, gespecialiseerde eenheden van de politie die zijn getraind om te worden ingezet tegen vuurgevaarlijke criminelen, nemen het vuurwapen juist niet uit voorzorg ter hand. Zij houden de hand op het wapen terwijl het in de holster zit. “Een en ander heeft er toe geleid dat door arrestatieteams al sinds 1990 geen ongewilde schoten meer zijn gelost”, aldus de onderzoekers.

De onderzoekers bepleiten een verbod voor politieambtenaren om hun dienstwapen mee naar huis te nemen. In de onderzochte periode werden 25 personen gedood of verwond door kogels uit een dienstpistool “terwijl de politieambtenaar niet in dienst was en zijn wapen thuis had”.

Volgens de onderzoekers hebben de algemeen christelijke politiebond (ACP) en de Amsterdamse politievakorganisatie (APV) in de media het idee doen postvatten dat het dienstwapen de afgelopen jaren alleen in noodweersituaties is gebruikt. Dit beeld klopt niet met de werkelijkheid. Net zomin als het idee dat vuurwapenbezit onder burgers zo is toegenomen dat de veiligheid van de politie daardoor in het geding is gekomen.

De veiligheid van de politie zou zelfs dusdanig in het geding zijn dat er een nieuwe kogel moet komen. De politiebonden, met name de ACP, hebben er bij herhaling voor gepleit de huidige Action-3 munitie te vervangen door een zogeheten stopkogel. Deze stopkogel zou bij een raak schot het de tegenstander onmogelijk moeten maken verder aan te vallen of te vluchten. De politiebond stelt dat uit hun onderzoek blijkt dat de Action-3 munitie een “onvoldoende stoppende werking” heeft. Naeyé en de zijnen hebben het onderzoek van de bonden geanalyseerd en ondeugdelijk bevonden. Uit hun eigen onderzoek blijkt bovendien dat wanneer mensen met Action-3 kogels worden geraakt het doel - vlucht stoppen of aanval afweren - in 90% van de gevallen ook wordt bereikt. Naeyé en de zijnen menen dat de belangenbehartiging van politieambtenaren “kennelijk met zich meebrengt dat men soms meent het met de waarheid minder nauw te moeten nemen”.

De politie heeft vaker moeite de realiteit onder ogen te zien. Uit het onderzochte cijfermateriaal blijkt dat het aantal doden en gewonden door vuurwapengebruik van de politie over de periode 1978-1995 stabiel bleef. Toch heeft de politie het idee dat het aantal burgers met een vuurwapen enorm is toegenomen. Maar ondanks deze vermeende groei is het vuurwapengebruik door de politie in reactie op vuurwapendreiging door burgers niet toegenomen.

Volgens de onderzoekers bestaat er dan ook in de discussie over de onveiligheid van het politievak een onterechte fixatie op vuurwapens in handen van “gevaarlijke burgers”. Deze “emotionele discussie” mondt periodiek uit in een pleidooi van de politieambtenaren voor de aanschaf van meer kogelwerende vesten en zwaardere kogels. De onderzoekers stellen dat deze fixatie op vuurwapens in handen van kwaadwillende burgers een “veiligheidsrisico” voor de politie zelf inhoudt.

Het lijkt er op dat de politie haar beroepsrisico's groter voorstelt dan ze zijn door steeds te wijzen op de vuurwapendreiging. Dit leidt volgens de onderzoekers de aandacht af van de noodzaak tot het aanleren van vaardigheden om messteken of vuistslagen fysiek af te weren. “Politieambtenaren worden aanmerkelijk vaker geconfronteerd met messen en fysiek geweld dan met vuurwapens.”, aldus het rapport.

H.Kruizinga van de ACP is het met Naeyé eens dat de politie haar vaardigheid om het fysieke geweld van burgers te neutraliseren verder moet ontwikkelen. Maar over het gevoel van onveiligheid dat onder politiemensen bestaat moet Naeyé “niet zo snel heenstappen”. De vakbondswoordvoerder betreurt de opmerking over het minder nauw nemen van de waarheid door de bonden. “Dat is een stomme opmerking.” Hij vindt het onderzoek van Naeyé “eenzijdig”, omdat het geweld waarmee de politie wordt geconfronteerd niet werd bekeken.