'Val Srebrenica niet onderzoeken'

DEN HAAG, 28 OKT. Leden van de Veiligheidsraad hebben de Nederlandse regering te verstaan gegeven dat een internationaal onderzoek naar de val van de Moslim-enclave Srebrenica niet 'verstandig' was en 'tegengesteld zou kunnen werken'.

Dat schrijft minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) vanmiddag aan de Tweede Kamer.

Donderdag debatteert de Kamer over de opdracht aan het Rijks Instituut voor Oorlogs Documentatie (RIOD) om een historisch wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de val van Srebrenica, waar 'Dutchbat' gedwongen door de Bosnische Serviërs de enclave op 11 juli 1995 opgaf. Zij vroeg de minister vorige week om meer helderheid over de diplomatieke inspanningen van Nederland om tot een internationaal onderzoek te komen.

Een aantal leden van de Veiligheidsraad gaf bij die diplomatieke sonderingen aan een onderzoek onverstandig te vinden met het oog op de voortdurende actualiteit van het Bosnië-vraagstuk en de noodzaak om de internationale samenwerking voort te zetten.

Van verschillende zijden werd, volgens Van Mierlo in zijn brief, gesuggereerd dat het onderzoek grote spanningen zou kunnen oproepen tussen lidstaten die gedwongen werden op elkaar te reageren.

Het ware beter, zo meenden deze leden van de Veiligheidsraad, het oog op de naaste toekomst te richten en de geschiedschrijving over de gebeurtenissen in Srebrenica aan onafhankelijke auteurs over te laten.

Van Mierlo schrijft dat de gesprekspartners van Nederland een zekere verlegenheid voelden omdat zij “aan de ene kant Nederland niet voor het hoofd wensten te storten maar aan de andere kant het door Nederland gewenste onderzoek in dit tijdsgewricht van het Bosnië-vraagstuk niet als opportuun beschouwden.”

Een gesprek met secretaris-generaal Boutros Ghali van de Verenigde Naties bevestigde dat het instellen van een onderzoek, dat voor een belangrijk deel op het terrein van de Veiligheidsraad ligt, niet zo maar door hem ter hand kan worden genomen en wellicht zelfs juridisch onmogelijk is.

De regering is daarom, aldus Van Mierlo, tot de slotsom gekomen dat er onvoldoende draagvlak was om tot formulering van een concept onderzoeksvoorstel te komen.

Maar omdat de regering niet alleen maar met een negatief antwoord wilde volstaan aan de Kamer is het plan geboren om een opdracht tot onderzoek aan het RIOD te verstrekken, aldus de brief.