Slachtoffers krijgen meer invloed op proces

DEN HAAG, 28 OKT. Slachtoffers en nabestaanden krijgen een grotere stem in de beslissing tot vervolging van verdachten over te gaan. Tot op heden konden zij bij de rechter proberen het openbaar ministerie vervolging te laten instellen. Door een arrest van de Hoge Raad kunnen zij voortaan ook verzoeken een verdachte voor een bepaald misdrijf te laten vervolgen.

De Hoge Raad oordeelde dit in een arrest in de zaak van een Vlissingse motorrijder, die op 30 april 1994 een dodelijk ongeval veroorzaakte toen hij binnen de bebouwde kom 150 kilometer per uur reed. Een zevenjarig meisje kwam bij dat ongeval om het leven.

Als gebruikelijk in dergelijke verkeersdelicten vervolgde de officier van justitie de motorrijder voor dood door schuld, waarop een maximale gevangenisstraf van één jaar staat. De rechtbank in Middelburg veroordeelde de man tot zes maanden, ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie jaar en verbeurdverklaring van de motorfiets.

De ouders van het slachtoffer vonden dat de man voor zijn zeer roekeloze rijgedrag had moeten worden aangeklaagd voor doodslag, waarop maximaal vijftien jaar cel staat. Om dat te bewerkstelligen begonnen zij een procedure bij het gerechtshof in Den Haag. In zo'n procedure kan het hof het openbaar ministerie een opdracht tot vervolging geven.

Het hof verklaarde de ouders echter niet ontvankelijk in hun klacht omdat de officier niet passief was gebleven en tot vervolging was overgegaan. Dat hij voor dood door schuld had gekozen viel buiten het oordeel van het hof. Op verzoek van de Nationale Ombudsman stelde de procureur-generaal bij de Hoge Raad cassatie in tegen die beslissing in het belang der wet.

Volgens de Hoge Raad had het hof zich wel over de keuze van het wetsartikel moeten buigen. Het hof moet de beslissing nemen die de officier van justitie aanvankelijk had moeten nemen en daar hoort de keuze van het wetsartikel bij, aldus de Hoge Raad.