PROF. DR. IR. KREUGER OVER Zigeunermuziek

F.H. Kreuger: Zigeunermuziek, Delftse Universitaire Pers, 120 blz. ƒ 35,-. Regorovitz Siperkov en Orchestre Tsigane: Gipsy Music (Syncoop 5754). Distr. Music & Words. Optredens: 5/11 Stadhuis Delft (12.30u); 17/11 C.C. AbtswoudeDelft (15u).

“Als je houdt van zigeunermuziek, houd je ook van een beetje show. Zo heb ik met een paar orkestleden enkele keren opgetreden in een 'Kooi van Faraday' met zo'n half miljoen volt er op. Het begon in het stikdonker met heel rustige muziek en eerst alleen maar wat geknetter. Dat groeide uit tot een oorverdovend tumult van spattende vonken, felle bliksems en laaiend blauw vuur. Dan werd onverwacht de stroom weer uitgeschakeld en hoorde je ons spelen alsof er niets aan de hand was. De bedoeling was te laten zien hoe veilig zo'n kooi is, maar het was ook een prachtig stukje circus.”

Prof. Dr. Ir. F. H. Kreuger (Heemstede 1928), studeerde in Delft en werkte een kwart eeuw bij de Nederlandse Kabel Fabriek, waar hij vertrok als directeur. De laatste tien jaar, tot zijn recente pensionering, was hij hoogleraar hoogspanningstechniek aan de TU Delft. Als Regorowitz Siperkov ziet hij uit naar een mijlpaal van een andere orde. Hij is de 'primas' van het Orchestre Tsigane dat begin januari '97 een kwart eeuw bestaat, met als wapenfeit o.a. de drie jaar geleden verschenen cd Siperkov Gipsy Music. Onlangs publiceerde hij, deze keer als Frederik Kreuger, Zigeunermuziek, Geschiedenis en Beleving, het eerste Nederlandse boek over dit nauwelijks gedocumenteerde muzikale genre. Geen wetenschappelijk werk, zoals hij nadrukkelijk meedeelt, eerder 'een persoonlijke ontboezeming.'

“Je leest zelden iets over zigeunermuziek. Ik heb er eens een stuk over geschreven in Intermediair. Daar kwam één reactie op en daar bleef het bij. Jan van Os, die de notenvoorbeelden in mijn boek maakte, is bezig met de inventarisatie van al het in Nederland gebezigde zigeuner-repertoire, compleet met verwijzingingen naar plaatopnamen. Het doel is een systeem waarvan alle amateur-zigeunerorkesten gebruik kunnen maken. Verder brengt, voorzover ik weet, niemand in Nederland deze muziek in kaart. Het is muziek in de marge geworden.

“Tot in de jaren '60 hoorde je regelmatig zigeunermuziek op de radio. Bijvoorbeeld van de Roemeen Gregor Serban, die in 1931 naar Nederland was gekomen en groot succes had. Die radio-uitzendingen waren heel informeel. De microfoon ging open, er werd afgeteld en dan werd er voor de vuist weg een half uurtje volgespeeld, niet anders dan in Old Dutch in Rotterdam of het Kurhaus in Scheveningen. In Hotel Europe in Amsterdam speelde Serban een keer extra lang door omdat Arthur Rubinstein na een optreden in het Concertgebouw naar hem wilde komen luisteren.

“Het improviseren en uit mijn hoofd spelen heb ik van thuis. Ik ben begonnen in de oude stijl-jazz, maar de liefde voor de zigeunermuziek heb ik van mijn vader die mij vaak riep als er iets op de radio was. Met hem en een broer hebben we aan het eind van de oorlog op feestjes gespeeld die vaak de hele nacht duurden omdat je toch de straat niet op mocht.

“De noten uit het hoofd kennen vind ik essentieel, het geeft de muziek gewoon meer hart. Ik zag laatst een klassiek strijkkwartet uit Cleveland en die musici keken nauwelijks op het papier, ze waren veel meer bezig met elkaar, het leek af en toe wel een zigeunerorkest. Zo zou het eigenlijk moeten in alle muziek. Het maken van fouten is niet erg, als er maar uit het hart wordt gespeeld. Het 'geheim' van de zigeunermuziek steekt niet in het repertoire of het gebruik van de zogenaamde 'zigeunertoonladder', we gebruiken doodgewone ladders. De manier van spelen daar gaat het om: heel intens maar toch los uit de pols.”