Lange stiltes moeten in Duras' Musica II leegten verhullen

Voorstelling: La Musica II van Marguerite Duras door De Appel. Vertaling: Frans van de Bilt; decor: Elly op 't Landt; regie: Kim Zeegers; spelers: Christine Ewert en Lou Landré. Gezien 26/10 Studio, Appeltheater. Te zien t/m 21/11 aldaar. Tournee t/m 5/2. Inl.: 070-3502200.

In vliegende vaart tolt de draaideur van een hotellobby in het rond. Het lamplicht dat van buiten valt, flitst in fragmenten over de grond. Een man komt de hal binnen, daarna een vrouw. Niet lang daarna weten we dat zij eens een echtpaar vormden, maar nu gescheiden zijn en dat ze de eerste maanden van hun huwelijk in dit hotel doorbrachten en op deze avond, bij wijze van eerbetoon aan de vroegere verliefdheid, nog een keer hebben afgesproken elkaar te ontmoeten.

De draaideur en het versplinterde licht vormen een treffende, filmisch uitgevoerde opmaat van het onderwerp van deze voorstelling, La Musica II van Marguerite Duras: het gedeelde leven van de toenmalige echtelieden is in scherven uiteengevallen. Tijdens de lange nacht van praten en confidenties uitwisselen, blijken ze nog altijd van elkaar te houden, maar ze verbinden er geen consequenties aan. De volgende ochtend nemen ze afscheid, ditmaal voorgoed.

La Musica II is het vervolg op La Musica uit 1965. Min of meer hetzelfde gegeven, dezelfde tragiek, dezelfde personages. De stemmen van de beide hoofdpersonen kon Marguerite Duras, naar eigen zeggen, niet stilzetten in haar hoofd. Dus schreef ze twintig jaar later het tweede deel. Beide stukken zijn in Nederland vaker gespeeld. La Musica door Bram van der Vlugt en Josée Ruiter; deel twee als Nederlandse première in 1991 door Betty Schuurman en Jeroen Willems.

Kim Zeegers regisseert in La Musica II voor De Appel een acteur en actrice met sterk contrasterende temperamenten: tegenover de licht ontvlambare, altijd tegen een overdosis aan emotionaliteit aanspelende Christine Ewert staat een kalme, beheerste, fraai naturel acterende Lou Landré. De hotellobby bestaat uit niet meer dan twee boogvormige panelen, een tafel met een fles en glazen erop en stoelen. In de enkele malen rinkelende telefoon schuilt dreiging: de nieuwe vrouw van de man belt hem op. Hij moet erkennen dat hij zijn ex-echtgenote terugziet, en dat er niets tussen hen zal gebeuren - en morgenochtend is er het afscheid.

Duras schrijft poëtisch, soms mooi, soms op de rand van kitsch. Ze is geen dwingende, diep peilende toneelauteur als Strindberg of Lars Norén. De dialogen hebben slechts in schijn grote zeggingskracht. Eigenlijk scheert ze op impressionistische wijze langs de werkelijke confrontatie tussen het tweetal heen. In dramaturgisch opzicht vertoont La Musica II enkele tekortkomingen. De twee echtelieden treffen elkaar uit nieuwsgierigheid en vervolgens verschansen ze zich weer in hun eigen leven. Ondanks de nog smeulende liefde, kiezen ze niet voor elkaar. Ook maken ze niet echt de balans op van hun huwelijkse echec. Lange, pijnlijke stiltes en gezichten boordevol gevuld met drama moeten de innerlijke leegte en besluiteloosheid van zowel stuk als personages verhullen.

In haar regie legt Kim Zeegers de nadruk op de herkenbaarheid en ingetogen-naturalistisch spel. Landré en Ewert converseren met elkaar zoals waarschijnlijk velen dat zouden doen in een vergelijkbare situatie. Er is geen tarten of uitdagen, geen van tweeën drijft de situatie op de spits. Ze zijn beschaafd en beheerst. Ik miste de demonie, het kokende bloed. Landré brengt één moment een losheid aan in de voorstelling, die prachtig is. Ineens praat hij tegen de vrouw terwijl hij zich vooroverbuigt en door de open rugleuning van de stoel haar aankijkt. Het is net of we naar hem kijken als naar een sprekend portret. Die scène had iets huiveringwekkends, niet alleen omdat het naturalisme werd doorbroken, vooral door de gekte, door de hang naar een extreme handeling, die eruit sprak.

Lou Landré en Christine Ewert brengen in hun spel de voorstelling dicht bij de toeschouwer. Ze verbeelden op melancholieke manier de pijn om de innerlijke verwijdering tussen de man en de vrouw. Liefde gaat kennelijk, noodgedwongen, voorbij. Toch is hun berusting mij te groot, te krachteloos ook. Meer woede en opstandigheid, meer felle radeloosheid zouden de voorstelling aangrijpender hebben gemaakt.