Hulporganisaties trekken zich terug; Vluchtelingenstroom uit Oost-Zaïre groeit

BUKAVU/ GOMA, 28 OKT. De vluchtelingenstroom als gevolg van de etnische strijd in Oost-Zaïre is het afgelopen weekeinde aangezwollen tot meer dan een half miljoen mensen. Veel internationale hulporganisaties, onder andere van de VN, trekken zich uit het gebied terug.

Eerdere plannen om via een luchtbrug voedsel naar de regio te brengen, werden afgelopen weekeinde afgeblazen uit veiligheidsoverwegingen. In België is discussie ontstaan over de vraag of militair geïntervenieerd moet worden in de voormalige kolonie Zaïre.

De nieuwe vluchtelingenstroom kwam afgelopen zaterdag op gang na gewelddadige aanvallen van Banyamulenge-strijders (Tutsi's die al generaties lang in Zaïre wonen) op een opvangkamp in Kibumba, ten noordwesten van het Kivu-meer, en een soortgelijk kamp in Katalé. Die leidden tot een massale uittocht van Rwandese en Burundese Hutu-vluchtelingen en Zaïrese burgers. Volgens het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) kwamen bij de aanval op Kibumba vier vluchtelingen om het leven en raakten honderd anderen gewond. Bij de aanval op Katalé, 56 kilometer ten noorden van Goma, werd een Zaïrese soldaat gedood en vielen drie gewonden.

Medewerkers van hulporganisaties en VN-diplomaten stellen Rwanda verantwoordelijk voor de aanval op het vluchtelingenkamp in Kibumba.

De aanval, die plaatshad in de nacht van vrijdag op zaterdag, duurde negen uur en volgens een medewerker van een hulporganisatie zouden de Banyamulenge-strijders daarbij geholpen zijn door leden van het zevende Rwandese bataljon, dat zijn basis heeft in Kigali. De Rwandese autoriteiten ontkennen echter elke betrokkenheid bij de strijd in Oost-Zaïre.

De Rwandese regering verklaarde vanochtend geen heil te zien in een regionale vredesconferentie om het conflict in Oost-Zaïre op te lossen, omdat Rwanda “geenszins betrokken is” bij deze crisis.

Het voorstel voor zo'n conferentie werd eind vorige week gedaan door de Verenigde Staten en kreeg vervolgens de steun van secretaris-generaal Boutros-Ghali van de Verenigde Naties. Behalve Zaïre en Rwanda zou ook Burundi daaraan deel moeten nemen.

Gisteren werd melding gemaakt over een aanval op een derde, kleiner kamp, het zuidelijker gelegen vluchtelingenoord Panzi, in de buurt van Bukavu. Bukavu wordt nog steeds belegerd door milities van de Banyamulenge.

De aanvallen op de vluchtelingenkampen zorgden voor hevige paniek onder de naar schatting 210.000 Rwandese en Burundese Hutu-vluchtelingen die daarin leefden. Zondag waren de kampen geheel verlaten. Alle bewoners waren gevlucht in de richting van Goma of terug naar Rwanda.

Pagina 4: Discussie in België over interventie

Volgens Paul Stromberg, de woordvoerder van de UNHCR in Kigali (Rwanda), kwamen gisteren 703 Rwandese vluchtelingen uit Kibumba aan in de Rwandese grensplaats Mutura, ten noorden van Gisenyi. Tegelijkertijd arriveerden daar 2.500 tot 3.000 Zaïrese burgers, die eveneens op de vlucht waren geslagen na de aanval op Kibumbi.

Volgens de woordvoerder kwamen vanochtend naar schatting 110.000 vluchtelingen uit Kibumba aan in het Kamp Mugunga, dat eveneens is gesitueerd nabij Goma, maar verder ligt verwijderd van de grens met Rwanda. Hij zei dat ongeveer 20.000 Zaïrezen hun huizen hebben verlaten uit angst voor de gevechten ten noorden van Goma en worden opgevangen in Kanyaruchina en Mugunga. Minder dan honderd Rwandese vluchtelingen afkomstig uit de regio Bukavu kwamen zondag aan in het zuidwesten van Rwanda.

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, Sadako Ogata, heeft de autoriteiten in Oost-Zaïre verzocht “humanitaire corridors” te openen om alle vluchtelingen de kans te geven terug te keren naar Rwanda en Burundi. De VN zullen vandaag voedselrantsoenen voor 10 tot 20 dagen uitdelen aan het half miljoen vluchtelingen in Oost-Zaïre, als “de veiligheidsomstandigheden dat toelaten”, aldus een woordvoerder. Daarna zullen ook de laatste VN-hulpverleners het gebied verlaten.

De UNHCR begon afgelopen zaterdag al zijn medewerkers in Bukavu, de zwaar belegerde hoofdstad van Zuid-Kivu, te evacueren. De VN zond gisteren twee vliegtuigen naar Bukavu om 128 personeelsleden en medewerkers van andere hulporganisaties te vervoeren. Vrijdag had de UNHCR al aangekondigd het “niet-essentiële personeel” onder zijn medewerkers in Goma, de hoofdstad van Noord-Kivu, te zullen terugtrekken. De situatie in Goma was zondag rustig. De Zaïrese autoriteiten heropenden zondag de luchthaven, die zij enkele uren om onbekende redenen hadden gesloten. Hulporganisaties begonnen daarna met het evacueren van hun medewerkers. Het internationale Rode Kruis heeft echter bekend gemaakt dat het aanwezig zal blijven in Bukavu en in Goma. Onze correspondent in Brussel voegt hier aan toe: In België wordt thans discussie gevoerd of militair geïntervenieerd moet worden in de voormalige kolonie Zaïre. Senator Jan van Erps van de regerende Christelijke Volkspartij (CVP) zei gisteren dat België para's zou moeten sturen ter versterking van het Zaïrese leger. Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde dat daarvan geen sprake kan zijn en dat België bij een eventuele internationale actie alleen financieel en logistiek zal bijdragen. België kampt nog altijd met het trauma van de moord in Rwanda op tien Belgische blauwhelmen, die in 1994 door regeringssoldaten werden omgebracht.