Het voortgaan van de tijd

Een toerist zit op een terras in Venetië. Hij ziet een man aankomen in een besmeurde stofjas, een ladder over zijn schouder, een verfblik met kwasten in de hand. Bij het terras zet de man zijn ladder tegen een huismuur, klimt naar boven en begint aan zijn werk, het aanbrengen van een straatnaam: Calle Nuova del Rio Terra.

Hij doet het karwei zorgvuldig en stapt af en toe van de ladder om de verse letters van een afstandje te kunnen bekijken.

De toerist op het Venetiaanse terras die dit tafereel gadesloeg, was Bas Roodnat (66). Hij legde het werk van de straatnaamschilder vast in een serie van elf foto's. De foto-sequentie maakt deel uit van het boek Korinthe en andere reeksen. Dit boek maakt op zijn beurt deel uit van een serie van tien boeken van Bas Roodnat, waarvan er nu vier zijn verschenen: De openbare teksten, De oorlogen, Annie Kleefstra en de dode vrienden, en Korinthe.

In alle boeken vormen tekst en foto's één geheel, zonder dat het een ondergeschikt is aan het ander. Dat is niet zo vreemd, want Bas Roodnat (die tot 1991 als kunstredacteur aan deze krant was verbonden) kenschetst zichzelf als iemand die 'beter kan fotograferen dan de meeste schrijvers en beter kan schrijven dan de meeste fotografen'. De vier boeken hebben op de een of andere manier ook allemaal te maken met het verglijden van de tijd, met veranderingen in mensen en dingen die zich haast onmerkbaar, maar toch onherroepelijk voltrekken. Zo bevat Korinthe en andere reeksen naast dertien fotoseries een essay over het begrip 'foto-sequentie': visuele overpeinzingen die, zo schrijft Roodnat, altijd gaan 'over het onverbiddelijk voortgaan van de tijd'. Op een van de meest navrante series is in acht foto's te zien hoe, met de groei van Almere Haven op de achtergrond, ook het kerkhof van de nieuwe stad gestalte kreeg en vanaf het eerste graf en de eerste jonge aanplant, gestaag uitdijdde.

Zoals de veranderingen die Roodnat vastlegt zich vaak in het verborgene afspelen, zo leiden ook deze boeken een mysterieus bestaan. De eerste vier hebben precies hetzelfde formaat en hetzelfde uiterlijk, alleen de kleur van het linnen omslag verschilt per deel. Op dat omslag staat onder de titel de imprint vanzanten. Uit het korte voorwoord bij het eerste boek, De openbare teksten, blijkt dat vanzanten staat voor Teun van Zanten, die de serie uitgeeft omdat hij het de moeite waard vindt “af en toe stil te staan bij andere zaken dan die uit de onmiddellijke belangensfeer. Bij de taal en de poëzie, bij oorlogsherinneringen, bij schilders en de beeldende kunsten, bij het landschappelijke van een hoogspanningsmast of bunker, of bij grafstenen van gestorvenen in de nieuwe IJsselmeerpolders”. De boeken, die in een oplage van 1000 exemplaren verschijnen, zijn bestemd voor vrienden, kennissen, relaties 'en andere gelijkgezinden', aldus Van Zanten in zijn voorwoord.

Een beschouwing in woord en beeld over oorlogsgraven en -monumenten, zoals in het tweede deel van de serie, of over 'dode vrienden', is niet bepaald een voor de hand liggend relatiegeschenk. Dat woord wil Teun van Zanten dan ook niet horen: het doet hem teveel denken aan kratten champagne. “Wat je cadeau geeft, moet je zelf mooi vinden. Ik vind dit mooi. Het is niet alleen lachen, gieren, brullen in het leven.”

Het idee voor de serie ontstond in het café. Daar vroeg hij Roodnat iets voor hem te schrijven over zijn vak - meubelontwerper. Maar Roodnat liet hem weten dat hij niet in meubels was geïnteresseerd. Hij wilde wel wat schrijven, maar dan zou het over andere onderwerpen gaan. Dat was in 1992. Een jaar later verscheen De openbare teksten, een verhandeling over kreten en leuzen op muren en andere vlakken en over het vervagen van de grens tussen woord en beeld. Het boek bevat schitterende foto's, zoals die van het bord Pas Op! in een weiland vol vredige schapen. (Het woord daaronder, schrikdraad, is door roest onleesbaar geworden).

Teun van Zanten ontwerpt meubels voor enkele Duitse en Italiaanse fabrieken en is verantwoordelijk voor de verkoop van die meubels aan de detailhandel in Nederland. Zijn verkoopkantoor bevindt zich in een achthoekig gebouw in het Brabantse Beesd, pal aan de A2. Behalve een immense hoeveelheid bankstellen bevat het gebouw een indrukwekkende verzameling beeldende kunst. De muren zijn bedekt met werken van Christo, Armand, Appel, Lucassen, Rauschenberg en tientallen andere schilders. Van Zanten: “Ik verzamel al mijn hele leven kunst, daarom moet ik altijd zo hard werken.” Dat hij een kunstliefhebber is, blijkt al uit het briefpapier van zijn firma, waarvan het hele vlak gevuld wordt door een zalmkleurige stoel van Klaas Gubbels. Aan Gubbels heeft Van Zanten ook gevraagd om alle acht buitenmuren van het gebouw te beschilderen zodat het één groot kunstwerk wordt. De ontwerpen zijn klaar en met de uitvoering kan elk moment worden begonnen.

Inmiddels ligt het vijfde deel van de vanzanten-serie bij de drukker. Het onderwerp van tekst en foto's is dit keer 'het café'. Het is 'het verhaal van een ervaringsdeskundige', zoals Bas Roodnat grinnikend uitlegt. Met zijn hoofd is hij alweer bij deel zes, waarin hij zijn gedachten over de beeldende kunst in Friesland wil noteren. Daarna moet het begrip 'schilderachtigheid' nog aan bod komen. En er is een vaag idee een boek te wijden aan 'de dingen': “'t Mooiste museum ter wereld zou zijn wanneer van iemand alles bewaard werd, wat hij in zijn leven had.”

Op mijn vraag of hij zijn reeks niet liever in de boekhandel ziet liggen, of hij geen grotere verspreiding zou wensen dan onder een kleine groep 'gelijkgezinden', zegt Roodnat: “Nee. Al bestond er maar één exemplaar van elk deel, dan was dat voldoende. Dat het bestaat, daar gaat het om.”