Dusko Tadic getuigt in zijn eigen proces

DEN HAAG, 28 OKT. De laatste 'ooggetuige' van de verdediging in het proces tegen de Bosnische Serviër Dusko Tadic voor het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië is Dusko Tadic zelf. Kort nadat de aanklager vrijdag een getuige terugtrok wegens meineed verhuisde Tadic met zijn twee bewakers van beklaagdenbankje naar getuigestoel.

“Het was psychologisch een goed moment Tadic als getuige op te roepen”, zegt mr. M. Wladimiroff, Tadic' verdediger. Na maanden van gedwongen zwijgzaamheid maakte Tadic van de gelegenheid gebruik om zijn verhaal te doen. Met veel omhaal van woorden vertelt hij tot in details zijn verhaal over de oorlog in zijn dorp in Noordoost-Bosnië en de vervolging van de moslim-bevolking, waaraan hij volgens de aanklacht actief heeft deelgenomen. De toon is die van een man die een groot onrecht is aangedaan. Hij onderstreept dat hij een eerzaam burger was, die hard moest werken om zijn vrouw en twee dochters te onderhouden. Als monteur was dat niet altijd gelukt. Lang had hij zonder werk gezeten. Hij beproefde zijn geluk in Libië, zonder succes.

Begin jaren negentig begon hij een café waar vooral de jeugd kwam, moslim-jeugd, want een meerderheid van de inwoners van zijn dorp was moslim. Het café werd druk bezocht, de zaken gingen goed. Onder de moslim-bevolking was hij graag gezien, zijn beste vrienden waren moslims, zoals de verdediger illustreerde met vakantiefoto's van Tadic met Emir Karabasic, die later op gruwelijke wijze werd vermoord in het gevangenkamp Omarska.

Tadic was lid geworden van de nationalistische Servische partij SDS, maar dat was omdat 'iedereen' in die tijd lid werd van een partij, en hij was ten slotte Serviër. De moslims werden lid van de radicale SDA en de Kroaten van de nationalistische HDZ, maar voor hem maakte het allemaal geen verschil. “Voor mij was iedereen gelijk.” Toen de spanning begon op te lopen door groeiend nationalisme, verhuisde hij zijn gezin naar een naburig dorp.

Iedereen die weg kon vertrok, naar Duitsland of naar Belgrado. De familie Tadic beschikte niet over de middelen om te vluchten.

Tadic keerde terug naar zijn dorp, Kozarac, en raakte daar verwikkeld in de pogingen van de bevolking een confrontatie met de Serviërs af te wenden. Het bleek een zeer gecompliceerd proces. Als lid van een commissie die met de Serviërs moest onderhandelen over een reeks ultimata zag Tadic de oorlog naderbij komen. “Er werden steeds nieuwe eisen gesteld, er was geen overeenkomst mogelijk.”

De spanning nam verder toe, steeds meer mensen bewapenden zich: “Ik zag plotseling criminelen op straat lopen met wapens, mensen waarvan je wist dat ze 15 of 20 jaar in de gevangenis hadden gezeten. Het werd steeds gevaarlijker.Ik besloot Kozarac te verlaten”.