De dwingende realiteit van Frits van Egters

Voorstelling: De Avonden naar Gerard Reve door Het Vervolg. Bewerking/regie: Léon van der Sanden. Decor: Herbert Janse. Kostuums: Dorien de Jonge. Spel: Hans Trentelman, Erik de Visser, Marie Christine de Both, Mieneke Bakker, Flip Filz, Hans van Leipsig. Gezien: 26/10, Vervolg-theater, Maastricht. Nog te zien: aldaar t/m 29/11. T/m 20/12 in Sittard en Venlo. Tournee volgend seizoen. Inl. 043-3505555.

Het decor waarin regisseur Léon van der Sanden zijn toneelbewerking van Gerards Reves roman De Avonden zich laat afspelen is, zoals het hoort, op twee manieren richtinggevend. De schaarse maar door hun logheid opdringerige meubelen, de glas-in-lood schuifdeuren op de achtergrond, het kleed op de vloer, de grote radio met het verlichte bedieningspaneel en de strakgespannen, geblokte deken op het terzijde geplaatste jongensbed bieden een benauwende aanblik. Hier huizen vanzelfsprekend verstikte kleinburgers: met gemak geloven we dat dit “de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66” is, waar de held van Reves wintervertelling, Frits van Egters, ontwaakt.

Toch is het niet om de verwijzing naar een periode dat de prestatie van decorontwerper Herbert Janse knap genoemd moet worden. Dat is slechts uiterlijkheid, net als de op zichzelf treffende kostuums van Dorien de Jonge en het “kap- en grimewerk” van Head Affairs. Mooier nog dan de stijl is de stilering van het decor, waarmee Janse de blik en de perceptie van de toeschouwer bepaalt. Zijn toneelbeeld is een verzameling obstakels, van uitsparingen waarin de meubelstukken geplaatst zijn en, dientengevolge, van verhogingen en verlagingen, die zich goed lenen voor de suggestie van lokatiewisselingen en, belangrijker nog, volop mogelijkheid bieden te struikelen. Zo gewoontjes en binnenskamers als die onverzettelijke meubelen ogen, het gevaar loert overal.

Daarmee is de kwaliteit van Van der Sandens enscenering vanaf het eerste moment zichtbaar. Zijn realisme is optisch bedrog. Er gaat dreiging uit van de alledaagsheid die hij toont, voortdurend, onuitgesproken, terloops, soms opflakkerend, meestal smeulend onder de herhalingen van observaties en gedragingen en de onverkwikkelijke verhoudingen op deze bovenwoning, onder de penetrante routine van het gewone bestaan van gewone luiden. Net als Reve deed in zijn boek, plaatst Van der Sanden er een vergrootglas voor, in de terechte veronderstelling dat details altijd meer onthullen dan het totaal. Met andere woorden: ontluisterender zijn.

Een gelukkig uitgangspunt van Van der Sandens bewerking is het behoud van Reves taal, het wapen waarmee de schrijver zijn wanhoop of wat het geweest mag zijn, te lijf is gegaan ten slotte. Gehandhaafd is ook het vertellersperspectief, anders dan in de verfilming van het boek is er geen voice-over; de toeschouwer wordt geïnformeerd door de hoofdpersoon zelf, door Frits van Egters die zijn aan anderen gerichte opmerkingen simpelweg vermengt met zijn hardop uitgesproken gedachten.

Die benadering stelt hoge eisen aan de vertolker, Erik de Visser, maar loont: het is onmogelijk te ontsnappen aan zijn interpretatie van de werkelijkheid, held of slachtoffer, pestkop, nar of horzel in de pels, hij is degene met wie we ons identificeren. Even dwingend als het decor bepaalt hij onze blik. Toch duurt het nog even voordat deze lange voorstelling gaat beklemmen. Het is een muzikale compositie, vol motieven, die pas op de langere duur een apotheose opleveren. Voor de pauze vond ik Mieneke Bakker als de moeder bestudeerd hoekig en begreep ik de soms kinderlijke kopstem van De Visser niet goed, erna werd hun spel niet alleen logisch maar ook indrukwekkend. Vooral De Visser, sterk gelijkend op de jonge Reve, is een toonbeeld van acteerkunst. Hij is vleesgeworden onvoorspelbaarheid, jongleert, ondanks de hoeveelheid, met zijn tekst, beheerst zijn rol in motorisch opzicht volkomen. Hij kan huilen, boksen in het luchtledige, sprongetjes maken van woede of plezier, eten of schokschouderen - iedere handeling past bij de ongenaakbare eigenheid van zijn personage. Hij is een aansteller, maar hij is ook tragisch, een praatjesmaker maar ook een profeet, een jenner maar ook de enige die gelijk heeft en de wereld helder beschouwt, zonder sentiment. De laatste scène, die van het gebed voor zijn erbarmelijke ouders, is zachtaardig en vol mededogen, maar ook bikkelhard. Naar zijn ware emotie blijft het gissen en dat is het drama.