Bouwer denkt wel eens dat hij de enige gek in handballand is

In navolging van de volleyballers in 1988 zullen de beste Nederlandse handbalsters de competitie en hun clubs verlaten. In een poging om beter te worden gaan ze vanaf mei alleen nog bij de nationale ploeg trainen en spelen.

SCHIEDAM, 28 OKT. Is Bert Bouwer de nieuwe Arie Selinger? De handbalbondscoach zou de volleybalprofessor liever vandaag dan morgen ontmoeten. “Want soms denk ik dat ik de enige gek op deze wereld ben.”

Bouwer staat in de lobby van het Schiedamse hotel waar het handbalverbond zaterdagmiddag met vertegenwoordigers van de clubs over het NHV-Oranjeplan praat. Het is een netelig onderwerp. De zaal blijkt te klein. De bondscoach gaat niet mee naar binnen. “Ik ben het lijdend voorwerp. Ik wil geen olie op het vuur gooien.” Bouwer, zelf 136-voudig international, is bij de clubs de gebeten hond. Zijn collega's van E en O en de Volewijckers hebben hem al voor leugenaar en zakkenvuller uitgemaakt.

Niet de handbalsters zelf, maar hun coach Bouwer zou tijdens een teambespreking op 30 juni, aan het einde van een trainingsstage in Atlanta, de ploeg hebben overgehaald om de clubs vaarwel te zeggen. Bouwer: “Het is ons plan. We zijn een hechte groep. Ik heb de meiden drie modellen voorgehouden en ze vonden het wel chique om uit de competitie te stappen. Ben ik dan ineens een slecht mens?”

Blijkbaar wel, want een aantal clubs heeft geen goed woord over voor het plan. Men is furieus, er wordt tijdens het onderhoud in Schiedam zelfs van “een overval” gesproken. Het NHV-bestuur heeft er niet verstandig aan gedaan om het nieuws te laten uitlekken voordat de clubs waren ingelicht. Maar iedereen is wel klaarwakker en het is zoals speelster Marieke van Linder zegt: “Hoe het ook zou zijn gegaan, er was toch wel protest en discussie gekomen.”

Het valt voor de clubs ook niet mee om straks hun vedettes te zien vertrekken. E en O raakt zelfs acht speelsters kwijt. “We stoppen met topsport in Emmen”, jammert voorzitter Lueks. “Er zit niets anders op. Ik heb er gewoon geen geld meer voor. Sponsors hebben op deze manier natuurlijk geen interesse meer.” Indirect blijkt E en O juist de oorzaak van de grote ommezwaai te zijn. De Emmense club wilde haar internationals met ingang van volgend seizoen nog maar één keer in de twee weken toestaan de trainingen van Oranje te bezoeken. Dus zouden de speelsters toch zijn vertrokken. Maar nu gaan ze niet naar een andere club.

Het besluit van de handbalsters heeft voor commotie gezorgd. Sommigen werden verdrietig omdat ze na de bekendmaking bij hun clubs opmerkingen naar hun hoofd kregen of werden genegeerd door teamgenoten of coaches. Bouwer vindt dat triest. “Als ze iemand willen pakken, moeten ze mij pakken”, zegt hij. De bondscoach heeft begrip voor de verhitte reacties van de clubs. “Maar ik wil niet meer verliezen.” Zelf werd hij op het WK '83 met 22-8 'afgeschoten' door de Tsjechen en die zwarte dag zal Bert Bouwer nooit meer vergeten.

Bouwer schat dat Nederland bij de vrouwen in de wereld ongeveer op de 25ste plaats staat. Dat is niets. Er zal meer moeten worden getraind om te kunnen stijgen op de internationale ranglijst. “Van zitten word je dik en lui”, zei Bouwer afgelopen woensdag tijdens een demonstratietraining tegen de deelnemende kinderen.

De nationale selectie trainde afgelopen zomer door en dat 'overzomeren' werpt zijn vruchten af. Nederland won afgelopen week tijdens het Holland-toernooi in Schiedam vier wedstrijden op rij, maar was in het laatste duel, gisteren, tegen de nummer acht van het laatste WK, Oostenrijk, volslagen kansloos. De achterstand liep in de eerste helft zelfs op tot veertien punten, na rust kon de schade worden beperkt tot tien: 18-28.

Tegen het met veel genaturaliseerde Oosteuropese speelsters uitkomende Oostenrijk is duidelijk waaraan het bij de Nederlandse handbalsters schort: lengte en kracht. Aan die kracht zal straks intensief worden gewerkt, maar groeien zullen de speelsters niet meer. Bouwer onderkent het probleem van 'te weinig centimeters'. Hij denkt dat gemis vooral te kunnen compenseren met snelheid. “Ik kan in Nederland wel lange speelsters vinden, maar vraag niet hoe ze bewegen!”

Harrie Weerman, trainer van E en O en zelf ex-bondscoach van de mannen, heeft al geroepen dat Oranje te weinig kwaliteiten heeft om zich straks met de toplanden te meten. Bouwer heeft echter het volste vertrouwen in zijn piepjonge selectie. De gemiddelde leeftijd is net boven de twintig; doelvrouwe Laura Robben is met haar 34 jaar veruit de oudste. Ze had de moeder kunnen zijn van de pas 15-jarige derde keepster.

De volleyballers gingen in 1988 op jacht naar het allerhoogste, olympisch goud. Acht lange jaren later was de buit binnen. Zo ver zal het bij de handbalsters hoogstwaarschijnlijk niet komen. Zij hopen voorlopig eerst in 1998 bij het Europees kampioenschap in eigen land een goede beurt te maken. Een achtste plaats zou dan volgens Bouwer al mooi zijn. En heel misschien kunnen ze zesde worden, een klassering die een olympisch startbewijs voor Sydney 2000 kan opleveren. De vraag is of er genoeg sponsors te vinden zijn om die doelstelling te ondersteunen. Er is tot het EK een bedrag van minimaal anderhalf miljoen gulden nodig.

De optimistische Bouwer gaat er van uit dat het zal doorgaan. Pas als het NHV-Oranjeplan is gestart, beginnen de echte zorgen voor hem. “Het wordt een lijdensweg van hier tot Tokio”, is zijn voorspelling. “Het zal lang niet altijd koek en ei zijn. In Atlanta zijn er ook speelsters jankend van de training gekomen. Het valt waarachtig niet mee om beter te worden.” De coach heeft er toch veel zin in. “Het is een levensdrang. Vroeger als speler zei men al dat ik Oosteuropese neigingen had. Ik ben veel van huis voor het handbal, maar ik kan wel tegen mijn vrouw zeggen: schat, het is voor een revolutionair doel.”

De clubs geven de strijd tegen het nieuwe model niet op. Om uiting te geven aan de onvrede wordt er zelfs aan gedacht de competitie een weekeinde stil te leggen. Tevens is door drie clubs een alternatief plan ingediend. Daarin wordt voorgesteld de internationals bij de verenigingen te houden, maar ze wel volop de gelegenheid te geven met de nationale selectie - 80 à 100 uren per jaar - te trainen. Niets zal het NHV-bestuur echter nog op andere gedachten kunnen brengen. Bestuurslid Ten Dam stelt dat het verbond met het Nederlandse handbal uit “het kringetje van aardige vrijetijdssporten” wil geraken. Als de meerderheid binnen het NHV daar op tegen is, dan kan men in december bij de algemene vergadering het bestuur naar huis sturen en het plan alsnog afblazen.

En zo zal er tot mei 1997 nog wel heel wat worden afgepraat. Ex-bondscoach Jan Kecskemethy zei ooit eens dat Nederland al lang wereldkampioen was, “alleen niet met handballen, maar met ouwehoeren”.