Wervelende wetenschap

Jan de Bonts Twister is niet zo maar een spannende, en af en toe geestige actiefilm met spectaculaire computeranimaties van niets ontziende tornado's en een magere amoureuze plot. Het is, zoals zo vaak in films, ook een spiegel die het massa-amusement de maatschappij voorhoudt.

En in dit geval wordt een heel specifiek segment van de samenleving weerspiegeld, namelijk het wetenschapsbedrijf. Als wetenschappelijk onderzoeker vervult me dat met de nodige ambivalentie: het beeld van de bezeten tornado-jagers roept beurtelings herkenning, hoongelach en verbazing op. Maar ik kan me niet voorstellen dat onderzoekers, althans degenen die zelf de opwinding van het veldwerk kennen, neutraal tegenover de film kunnen staan. En dat is op zichzelf al een compliment.

In de populaire cultuur lijken drie soorten wetenschap voor te komen: die van de bebrilde laboranten met bemorste witte jassen en borrelende reageerbuisjes (zoals Dr. Frankenstein), die van de kale denkers in stoffige archieven, en die van veldwerkers die hun leven wagen op de rand van een erupterende vulkaan of een afbrekende ijsschots. De laatste categorie is het meest fotogeniek en een dankbaar zij het niet vaak gebruikt onderwerp voor films. Fanatici zijn het natuurlijk allemaal, en hun motieven zijn ook lang niet altijd zuiver.

Twister bevestigt in eerste instantie dit beeld. De veldwerkers zijn in dit geval de jagers op tornado's, hoe heftiger hoe beter. Hun doel is om zo dicht mogelijk in de buurt van de tornado te komen met hun apparatuur, die bestaat uit een koepelvormige container van waaruit kleine bolsensoren de lucht in moeten worden gezogen om zo meteorologische gegevens door te seinen. Het hoeft geen betoog dat dit met het nodige risico voor eigen leven gepaard gaat. De Bonts tornado's zijn wel van een bijzonder krachtdadig soort, waarbij hele tankauto's in de lucht geslingerd worden, met de daarbij behorende gevolgen waaraan pyromanen hun hart op zullen halen.

Het onderzoeksteam bestaat uit een stelletje freaks, deels gekleed als overjarige hippies, die door het land racen in min of meer aftandse voortuigen die tot de nok toe gevuld zijn met de meest uiteenlopende computer- en geluidsappartuur. Via walkie talkies wordt contact met de andere wagens gehouden en vooral met de voorste landcruiser, met daarin onze held, zijn ex en zijn vriendin Jo. Zij zijn het die de tornado moeten benaderen om de sensors los te laten. En u begrijpt het al, het duurt een hele film voordat het na veel gedoe en gekibbel en narrow escapes eindelijk lukt.

Dit is wetenschap met voortdurende hoogtepunten, vierentwintig uur obsessie per dag - never a dull moment. Geen dagen of maanden of zelfs jaren voorbereiden voor je metingen kunt doen. Ware wetenschappers, zo suggereert Twister, willen maar één ding. En dat is meten. Alsof meten zonder theorie enige zin heeft. Alsof wetenschap geen traditie heeft, geen voortzetting is van het gedachtengoed van anderen, maar een soort vrijbuiterij. In de film is wetenschap niet een overwegend intellectuele bezigheid, maar een puur fysieke inspanning. Uiteraard moet De Bont een truc verzinnen om de kijkers bij de les te houden, want het meten zelf is zo voorbij. Hij doet dat door voortdurende momenten van vertwijfeling te creëren: doet de apparatuur het wel? Komt er nog wel een tornado? Missen we hem niet? Wie is er het eerst? In de film wordt bovendien gesuggereerd dat de gebeurtenissen zich in een tijdsbestek van twee of hoogstens drie dagen afspelen, met een tornadofrequentie van twee of meer per dag. De tornado's razen de ene keer door velden met pas ingezaaide maïs of sorghum (daar spreek ik me op afstand niet over uit) en vervolgens weer door rijpe maïs en bloeiende zonnebloemen. In één gebied binnen één week veronderstelt dat wel heel veel landbouwkundig vernuft, maar dat is detailkritiek.

De wetenschappelijke onderneming van de tornadojagers bevindt zich in een institutioneel vacuüm. Geen gezwoeg over projectaanvragen, geen publicaties, geen onderzoeksbeleid en geen baas aan wie verantwoording moet worden afgelegd. Er wordt geen logboek bijgehouden, er wordt alleen maar gereden, gegeten en koffie gedronken in wegrestaurants. De groep is volledig autonoom, een stelletje loners, onbegrepen door het merendeel van de samenleving die zich van geen gevaar bewust is. Hoe het team aan z'n meetapparatuur komt, sterker nog, welke geldschieter heeft gemeend hen te voorzien van maar liefst vier sets apparatuur, zodat wij getuige mogen zijn van drie spectaculaire mislukkingen, is een raadsel. Het gestuntel van de onderzoekers om hun apparatuur te lanceren, vervult de kijker met verbazing: hier is blijkbaar nooit op geoefend (en dat geeft ook niet, aangezien er meer dan voldoende reserve-exemplaren aanwezig zijn). Slechts op het eind, als de hoofdpersonen de zwaarste tornado hebben overleefd en verfomfaaid in elkaar armen hangen voor de computerappartuur, bedenken ze dat dit succes hun geld zal opleveren voor nog meer metingen. “En dan kan jij de data analyseren en dan zal ik het laboratorium organiseren”, zegt zij, altijd praktisch.

Het aloude motief van de good guys en de bad guys kan bij Jan de Bont natuurlijk ook niet ontbreken. De concurrentie bestaat uit een stel arrogante Strebers die het briljante idee van de hoofdpersoon blijken te hebben gestolen en daarmee de televisie halen. Dàt moment is doorslaggevend voor de hoofdpersoon, die het tornadojagen al had opgegeven en had verruild voor een saai baantje als weerman.Als de concurrentie zich hiertoe verlaagt, dan is het oorlog, beseft onze held. Gelukkig beschikt hij over een intuïtie die de 'boeven' ontbreekt: alleen hij is in staat tornado's op te sporen en aan te voelen welk pad ze kiezen. Dat maakt de wedloop van het begin af duidelijk, de anderen hebben slechts te volgen.

Hun apparatuur lijkt sprekend op die van het 'goede' team, alleen zijn hun sensors niet bolvormig, maar bestaan uit kubusjes (dat de aerodynamische eigenschappen van dergelijke sensors daarmee iedere ambitie definitief de kop in zou moeten drukken, komt uiteraard niet aan de orde). En natuurlijk loopt het goed af: de concurrentie die bijna met de eer leek de gaan strijken, wordt op het laatste moment toch nog verzwolgen door de tornado, na eerst nog even aan een ijzeren staak te zijn gespietst of te zijn gestenigd door rondvliegend puin. De tornado neemt wraak op wie het verdient.

Wetenschap, zo onderstreept Twister, gaat gepaard met diepe emoties en tomeloze persoonlijke inzet. Daar is veel van waar. Veldwerk onder moeilijke omstandigheden, of het tijdens een tropische stortbui is of een Amerikaanse storm, geeft een heel bijzonder gevoel van bevrediging. Het ontdekken van net die ene hagedis die je wilde vinden, dat ene fossiel, het opmeten van boomdiameters, het bemodderd maar tevreden terugkeren in het basiskamp... Ja, die sfeer is in de film goed getroffen. Mijn favoriete theorie is dat veldwerk met name voor vrouwen zo aantrekkelijk is, omdat het een legitieme manier is om al die dingen te doen die aan nette meisjes verboden waren: in bomen klimmen, vies worden, met je handen eten en meer van dat stoers. Improviseren, knutselen, technische oplossingen bedenken, het hoort allemaal bij veldwerk. Dat geldt ook al voor Jo, de enige vrouwelijke en voortdurend bemodderde onderzoeker in het verhaal, die in scherp contrast wordt neergezet met de vriendin van de hoofdpersoon, een elegante, perfect opgemaakte psychotherapeute met draagbare telefoon. Dat zij afdruipt, is voorspelbaar: zij wordt nooit one of the guys.

Veldwerk, volgens Twister (en ook soms in het echt), is één spannend jongensavontuur met aan het eind de dubbele beloning voor de held: de succesvolle metingen en de verzoening met zijn ex-echtgenote. Wetenschappelijke nieuwsgierigheid behoeft geen rechtvaardiging, althans niet voor de mannen. Het is opvallend dat de enige aan wie een ander motief dan wetenschappelijke nieuwsgierigheid wordt toegeschreven, de vrouwelijke hoofdpersoon is. In de inleiding van de film wordt ons de traumatische scène uit haar jeugd getoond: terwijl Jo met haar ouders tijdens een uitzonderlijk zware tornado in de schuilkelder verblijft, wordt haar vader met luik en al de lucht in geblazen en verdwijnt in het niets. Zij wordt voorts aangemoedigd door haar tante (die zelf gewond raakt bij een van de tornado's in de film), met het argument dat we moeten begrijpen hoe tornado's werken opdat de bevolking eerder gewaarschuwd wordt.

Kortom: het is niet alleen maar meten en avontuur, er is ook maatschappelijk nut. En wel van een ongehoorde directheid: als de metingen eindelijk lukken doordat de sensors precies in de kern van de tornado worden opgezogen, verschijnen er ogenblikkelijk prachtige tornadovormige kleuren-grafieken op de beeldschermen van de apparatuur. Nu weten we hoe het werkt! juicht het team. Zo eenvoudig valt kennis nu eenmaal te vertalen, als je maar echt doorzet. Wetenschap als louterende strijd van de eenzame held, terwijl de rolpatronen intact blijven. Uiteindelijk blijkt Twister toch alle vooroordelen over wetenschap te bevestigen.