Tweedracht in Ochtense buurt door zedenzaak

OCHTEN, 26 OKT. De bewoners van de Aalsmeerstraat in het Betuwse dorp Ochten raakten twee maanden geleden verdeeld. Oorzaak was de arrestatie van de 17-jarige bewoner A.J. Sinds één week loopt de spanning in de wijk op.

A. is vorige week vrijgelaten en bij zijn ouders ondergebracht, in afwachting van de rechtszitting begin december. De ene groep kan niet geloven dat A. schuldig is. Het andere deel van de wijk steunt het echtpaar, dat twee huizen verderop woont. A. zou drie van hun vier kleinzonen anderhalf jaar lang seksueel hebben misbruikt. De oudste is acht jaar oud.

Iedereen in de wijk kent A., omdat zijn hoofd altijd “wiebelt”, de buurt noemt het “een tik”. Hij stond bekend als een lieve, wat trage jongen. Zijn buren willen geen kwaad woord over hem horen. “Hij komt zijn hele leven bij ons over de vloer”, zegt een naaste buurman, die alleen anoniem in de krant wil, omdat hij bang is voor repercussies. Ochten telt ongeveer 3.000 inwoners.

De buurtvereniging, waarvan de ouders van A. en de grootouders van de slachtoffers lid waren, wordt opgeheven. “We kunnen onmogelijk nog goed met elkaar omgaan, zoals vroeger”, zegt de buurvrouw die woont aan de andere kant van het huis van A. De sympathisanten van de slachtoffers voelen zich “door justitie” bedrogen wegens de vrijlating van de verdachte. Zij die geloven in zijn onschuld, vinden dat burgemeester Zomerdijk de slachtoffers te veel heeft gesteund en dat hij ervan uitgaat dat A. schuldig is.

A. bekende in september tegenover de politie met ten minste drie kinderen ontucht te hebben gepleegd in de speeltuin die ligt tussen zijn woning en het huis waar de vier kinderen wonen. De gemeente heeft de hoge heg rondom het speelterrein intussen gesnoeid. Vanuit alle omliggende huizen is nu te zien wat zich daar afspeelt.

De raadkamer van de Arnhemse rechtbank heeft besloten dat A. het huis niet uit mag zonder begeleiding van zijn ouders. Gisteren ging de officier van justitie bij de rechtbank in beroep tegen de vrijlating. De grootvader zegt A. al alleen te hebben zien fietsen. “Niet langer dan vijf minuten, een blokje om, maar toch.”

De ouders van de vier jongens en de moeder van twee andere slachtoffers, die om de hoek woont, vinden in de voorwaarde van begeleiding geen troost. Ze zitten op de bank, boven liggen de vier jongens te slapen. “Hoe moeten wij onze kinderen uitleggen dat hij weer vrij is?”, herhalen ze. Ze verwijzen naar een zedenzaak in Ochten vier jaar geleden. Toen is een 17-jarige verdachte vrijgelaten. Binnen 24 uur vergreep hij zich opnieuw aan een kind, in de speeltuin. Die jongen zit nu een straf van vier jaar uit, met jeugd-tbs, in een jeugdinrichting.

De ouders van de slachtofffers begrijpen de beslissing van de raadkamer niet. “De kinderen durfden de laatste weken weer buiten te spelen”, zegt de vader. “Sinds vorige week niet meer. De ellende is weer van voorafaan begonnen. 'Hij gaat ons vermoorden', zeggen ze steeds. Justitie respecteert onze kinderen niet, want anders hadden ze hem nooit vrijgelaten.” Van de politie hebben ze gehoord dat A. het IQ heeft van een 12-jarige. De moeder die om de hoek woont, bijt: “Het kan me niet schelen of hij het IQ heeft van een eend, hij moet van mijn kinderen afblijven.”

Tegenover de politie verklaarden de kinderen te zijn verkracht en bedreigd met de dood, als ze het verder vertelden. De moeder van om de hoek wijst naar de glijbaan: “Ze zijn daar naakt vanaf gegooid.” De kinderen in beide gezinnen plasten volgens hun ouders al lange tijd in hun bed, wilden vaak douchen en reageerden regelmatig agressief. De moeder: “Maar hoe moesten wij weten dat er weer zedendelicten in onze buurt werden gepleegd? Pal na de zaak vier jaar geleden.”

In augustus kwamen de verhalen er opeens uit, toen de bevriende moeders de Belgische zaak Dutroux bespraken in aanwezigheid van de kinderen.

De buren van A. hebben dreigbrieven uit de wijk ontvangen.

Ze verzekeren dat ze geen ruzie willen met de ouders van A. “Hun schuld is het niet.” Een buurtbewoonster schudt haar hoofd. “De ouders van A. zijn nette mensen en hij lijkt zo'n lieve jongen. Had hij maar gestolen, denk ik dan. Dan kon hij het terugbrengen.”